Pass Christian had Katrina nog niet verwerkt

De Amerikaanse olieramp is de zoveelste klap voor een getroffen regio. Een weldadig strandstadje in Mississippi heeft opvallend vaak pech.

Misschien hadden de schippers hun boten toch nog een derde keer moeten laten zegenen. Kerkvoogd Warren Mueller verzoekt God vanaf een scheepsdek vlak buiten de havenmond op elk voorbijgaand schip „de mannen te beschermen en hen met een grote vangst huiswaarts te laten keren”. Dan slaat hij een kruis. „In the name of the Father. Amen.”

Muellers kerk staat in Pass Christian, een strandstadje voor miljonairs in de staat Mississippi, en hier hebben ze het recht verdiend om op eigen wijze met naderende rampspoed om te gaan. De twee krachtigste orkanen ooit, Camille in 1969 en Katrina nu vijf jaar geleden, gingen direct over Pass Christian heen. Van de 8.000 woningen met hun witte veranda’s en hoge plafonds stonden er na Katrina nog maar 500 overeind. De bibliotheek werd weggevaagd, het gemeentehuis was een bouwval, boten hingen in bomen, 24 inwoners kwamen om het leven en er was geen bedrijfspand zonder schade.

Telkens wanneer de stad met de wederopbouw begon werd er weer een nieuwe klap uitgedeeld, door wat dan ook: de orkanen Gustav en Ike in 2008, de economische crisis sindsdien. Ramp op ramp op ramp.

De aankondiging van het meest recente onheil kwam in de vorm van dode dieren. De laatste dagen zijn er op het witte strand van Pass Christian 27 zeeschildpadden aangespoeld, sommige wel een meter lang. Het kunnen, letterlijk, de eerste tekenen zijn van een ecologische catastrofe. Maar geen ervan heeft olie op de poten of rug. Mysterieus, fluisteren ze in Pass Christian. Maar, gezien de lokale geschiedenis, ook niet onverwacht dat juist ze hier terechtkomen.

Pass Christian is vanouds een schiereiland voor de rijken. Het sociale leven draait hier om de in 1849 opgerichte privéclub voor jachtbezitters, de op één na oudste van het land.

Sinds orkaan Katrina drukt die rijkdom zich niet langer uit in boten, wel in betonnen palen. Huiseigenaren met geld hebben de restanten van hun woningen op stelten laten zetten. Ze nemen het zekere voor het onzekere. De rest woont in bouwvallen met het orkaanafval nog steeds in de achtertuin. Of is zelfs helemaal niet teruggekomen. Het wemelt van de lege kavels. ‘Rusty Pelican Restaurant’, zo laat een roze bord bijvoorbeeld weten. Het is het enige wat nog overeind staat op een prachtlocatie aan de boulevard.

Er is een nieuwe bibliotheek: een vochtige camper vol boeken. Die staat tegenover een camper waarin de politie huist, een camper met de lokale rechtbank en een camper met daarop het bordje ‘City Hall’.

Daarbinnen wurmt de stevige Renee Brooks zich tussen de ambtenaren in de keuken en de bezoekers bij de badkamerdeur door. Brooks is wethouder en eindverantwoordelijke voor de kustlijn. Haar grote overwinning was de 25 miljoen dollar die de federale overheid na jaren van touwtrekken heeft toegekend bij wijze van economische stimulering. Dit is verlaat Katrina-geld. Het aantal ligplaatsen in de haven kan ermee verdubbeld worden. Van 150 naar 300 jachten voor de recreatie, van 150 naar 300 commerciële schepen voor toeristen en vissers.

Maar nu? „De olie wordt de volgende klap.” „De achterblijvers zullen er vandoor gaan.” „We hielden het toch al nauwelijks vol.” „Game over. Alsof ik in mijn maag gestompt word.” Haar vuist maakt een por in de lucht.

Op papier heeft Pass Christian een gediversifieerde economie. Maar in de praktijk draait alles om het water. De vissers. Het benzinestation waar ze hun brandstof halen. De tussenpersoon die de visvangst doorverkoopt. De transporteur. De dealer die hem weer van koelwagens voorziet. De restaurants die de lokale gumbo-garnalen op het menu zetten. De uithangbordenverkoper. De fabriek waar oesters verwerkt worden. De vastgoedsector die altijd zo trots meldde dat eenderde van alle huizen uitkijkt op zee.

Dat was dan inclusief de leegstaande woningen. Het stadje staat namelijk vol met lege en onafgebouwde appartementencomplexen. Neem het zogenoemde Pass Marianne: een luxe wooncomplex met een atrium vol luxe zitjes en verse bloemen. Enige minpuntje: het pand is allang niet meer nieuw. De bouw begon al voor Katrina. Daarna volgden orkanen, waterschade, een ingestort dak, de huizencrisis. Nog geen derde van de huizen is bewoond.

„Wij gaan ook weer weg”, zegt bewoonster Patsy Walet. De babyboomer is hier opgegroeid, hier wonen familie en vrienden. Na Katrina trok het echtpaar Walet desondanks weg, naar buurstaat Alabama. „Maar toen de jachtclub herbouwd was hadden we weer een reden om terug te komen.”

Net als Pass Christian heeft ook Patsy Walet een meervoudige crisis. Ze heeft een stuk land aan zee, waar ooit een prachtige villa stond. Ze heeft een huis in Alabama dat ze wel wil maar niet kan verkopen. En zonder dat soort inkomsten kan ze niet herbouwen, maar moet ze huren in een onaf complex. „Als straks ook nog de zee roestbruin is, wat doe ik hier dan nog?”

Clark Brennan begrijpt dat. Hij is sinds gisteren de nieuwe directeur van de jachtclub, een bedrijf met twintig werknemers en – nu nog – achthonderd goed betalende leden. Als Brennan naar buiten kijkt, ziet hij een dozijn mannen in de verplichte oranje zwemvesten langs de kustlijn lopen. Ze worden ingehuurd om takjes en bladeren te verwijderen om zo straks makkelijker olie te kunnen opscheppen. „We denken graag vooruit. Want als de olie komt en blijft komen, ligt de stad hier plat.”

Met dat in het vooruitzicht heeft directeur Brennan zijn personeel bijeengeroepen. Morgenochtend vertelt hij ze dat hij waarschijnlijk met minder toe kan. Hij slaat alvast maar een kruisje. Meer kan hij ook niet doen.

Met medewerking van Liza Jansen.