Pas op: Spanje valt bijna om

Spanje kan de volgende dominosteen zijn die – na Griekenland – omvalt.

Inmiddels heeft een op de vijf Spanjaarden geen werk. En dat wordt niet snel beter.

Bijna elke werkdag gaat Beatriz Mera naar het filiaal van haar bank in het centrum van Barcelona. Met een map vol documenten meldt de Spaanse zich aan de balie. „Dan ga ik uitleg vragen, zeuren, klagen. Totdat ze me wegsturen”, zo vertelt Mera (30) in een bar om de hoek. „Ik heb nu eenmaal niet veel andere opties meer dan een lastpak te zijn.”

Mera pakt haar map en spreidt de documenten en formulieren voor zich uit. Ze tonen hoe zij en haar partner zich tijdens de economische boom diep in de schulden staken. Naast twee hypotheken sloten ze ook een ‘verzekering’ af, die een risicovol financieel product bleek te zijn: de reden dat ze nu ruzie heeft met de bank. „Sinds anderhalf jaar moeten we maandelijks 2.000 euro aflossen. Dat geld hebben we gewoonweg niet. En de komende jaren ook niet.”

Beatriz Mera’s zorgen zijn exemplarisch voor de hele Spaanse economie. De hoge particuliere schuldenlast – in totaal staan Spaanse consumenten voor 1.000 miljard euro rood – en de slechte arbeidsmarkt houden de terugkeer van de groei al twee jaar tegen. Deze week kwam de vierde economie van de eurozone hierdoor in beeld als de volgende dominosteen die – na Griekenland en eventueel Portugal – zou kunnen omvallen. Of de ongerustheid van de markten nu terecht is, of het gevolg van speculatie tegen de euro: ze dwingen het land economisch nog verder in het defensief.

Vorige week kwam er meer slecht nieuws uit Madrid: de werkloosheid is opgelopen tot 20 procent. Spanje telt nu 4,6 miljoen werklozen (voor de crisis ruim 2 miljoen). De kansen om snel weer werk te vinden zijn beperkt. Zelfs volgens de meest optimistische prognoses daalt de werkloosheid de komende jaren hooguit een paar procentpunt. Diepere oorzaak is een structureel verlies aan concurrentiekracht sinds invoering van de euro. Prijzen en lonen zijn te hard gestegen, terwijl de productiviteit niet evenredig toenam. Economen als Paul Krugman hebben het land daarom geadviseerd de lonen met 10 procent te laten dalen en zo snel weer concurrerend te worden.

Maar al komt Spanje door de Griekse schuldencrisis nu steeds verder in de problemen, het maatschappelijke draagvlak of de politieke ruimte voor zo’n forse ingreep is er nog lang niet.

„De suggestie van Krugman had kunnen worden opgevolgd, als we in de negentiende eeuw hadden geleefd of als Spanje een Aziatisch land was geweest”, zegt Angel Laborda, analist van de vooraanstaande denktank Funcas en economisch columnist van de krant El País. „Maar ons systeem heeft die flexibiliteit nu eenmaal niet.”

Wel heeft de crisis bij de regering het inzicht doen ontstaan dat een hervorming van de arbeidsmarkt hard nodig is. Maatregelen zijn nodig om een eventueel herstel aan te moedigen, maar vooral om een soortgelijk massaal banenverlies bij een volgende crisis te voorkomen. Economen zijn redelijk eensgezind dat hiertoe vooral het uitzonderlijk hoge aantal tijdelijke contracten moet worden aangepakt.

Vooral jongeren kwamen de afgelopen jaren moeilijk aan een vaste baan. Zij zijn dan ook massaal op straat komen te staan: van de Spanjaarden tot 25 jaar is ruim 43 procent werkloos.

Een van de hervormingsvoorstellen die nu circuleren is om een contractvorm te stimuleren met een soberdere ontslagregeling. Vooralsnog stuit dit op verzet van de vakbonden. De ‘sociale dialoog’ die zij voeren met regering en werkgevers had eigenlijk eind deze maand een pact moet opleveren, maar dat doel zal niet gehaald worden. Dat is een tegenslag voor de regering van premier Zapatero. Hij zou een akkoord zeer goed kunnen gebruiken als bewijs voor de nerveuze internationale geldmarkten dat Spanje de crisis voortvarend aanpakt.

De druk van buiten op Spanje lijkt daarmee groter dan die van de door de crisis getroffen jongeren zelf. Zo zijn er genoeg te vinden die een paar maanden in de WW verwelkomen als een fijne afwisseling. „Ik vind het niet zo erg, die tijdelijk contracten. Ze leveren je nog eens lange vakantie op”, grapt de 25-jarige Lena, die ’s middags met wat vrienden op straat een biertje drinkt in de oude visserswijk van Barcelona.

„En als je werkelijk werk nodig hebt, is er echt wel wat te vinden”, vindt haar vriend Israel, die uit Colombia komt. „Het probleem is alleen dat veel Spanjaarden hun neus ervoor ophalen. Niemand hoeft hier om te komen van de honger.”

Bovendien kunnen veel werklozen terugvallen op het zogenoemde ‘familiematras’. Deze steun van ouders en andere familieleden haalt vooral voor veel jonge Spanjaarden de scherpste randjes van de crisis. Zo weet Beatriz Mera met steun van haar ouders en schoonouders alle bankschulden vooralsnog af te betalen. „Ze schoten al voor dertigduizend euro bij.”

In deze tijden van crisis kan solidariteit dan ook beter binnen de familie worden geregeld dan binnen de maatschappij, zegt Mera. Zij ziet het nut niet in van een goedkoper ontslag voor vaste werknemers ten gunste van jonge werknemers. „Dan verliezen alleen maar meer mensen hun baan. En mensen van vijftig, zestig komen nooit meer aan het werk. Terwijl zij misschien wel een gezin moeten onderhouden.”