Oliewinning op zee is wildwestwereld

De explosie bij het platform in de Golf van Mexico gebeurde bij het bedrijf dat als zeer veilig bekendstaat. „Het verbaast je dat het niet al vaker is misgegaan.”

Koortsachtig zoeken de experts van energiebedrijf BP nog steeds naar de precieze oorzaak van de ramp met het boorplatform in de Golf van Mexico. Belangrijkste vraag: waarom is de boorput op de zeebodem, op een diepte van 1.500 meter, na de explosie niet afgesloten door de noodkleppen, zoals het hoort?

Hoogleraar Patrick Hudson van de Technische Universiteit Delft kan er op dit moment alleen maar naar gissen. Maar de veiligheidsdeskundige weet één ding zeker: de kans dat zich de komende jaren elders in de wereld nog een keer zoiets voordoet, is gegroeid. „Het verbaast je dat het niet al vaker is misgegaan”, zegt Hudson aan de telefoon vanuit Singapore.

Hudson, die is gespecialiseerd op het gebied van de menselijke factor in veiligheid, schetst een angstaanjagend beeld van factoren die het risico op een olieramp hebben verhoogd. De gebruikte olieplatforms verouderen. Technisch moeilijke olieboringen in extreem diep water, zoals in dit geval in de Golf van Mexico, komen steeds vaker voor. In Brazilië, voor de kust van West-Afrika. Verder controleren toezichthouders amper op het naleven van veiligheidsregels op platforms. En oliemaatschappijen staan onder immense druk om projecten zo snel en goedkoop mogelijk uit te voeren, zodat ze de maximale winst halen voor hun aandeelhouders. „Ik zie het risico toenemen”, zegt Hudson.

Dat zegt ook Serge Diekstra, ongevalsanalist en directeur van het Leidse bedrijf Governors, dat software ontwikkelt voor risicoanalyses, onder meer voor de olie- en gaswereld. Diekstra zegt dat er in 1988 strengere veiligheidsregels zijn gekomen voor boorbedrijven, na de ramp met het platform Piper Alpha in de Noordzee, die aan 167 mensen het leven kostte. Diekstra heeft meegewerkt aan het opstellen van de nieuwste internationale richtlijnen. Sindsdien moeten bedrijven bij het aanvragen van boorvergunningen tot in detail hun procedures omschrijven wat betreft gezondheid, veiligheid en milieu. Maar toezichthouders controleren amper of de procedures ook worden nageleefd op de platforms. Dat doen ze misschien wel op papier, zegt Diekstra, maar zelden in de praktijk. „Die hele controle is een wassen neus”, zegt hij. De toezichthouders van Australië en Noorwegen noemt hij adequate uitzonderingen.

Hoogleraar Hudson zegt dat er bij toezichthouders een schreeuwend gebrek is aan kennis. Eigenlijk zouden experts van boorbedrijven bij toezichthouders moeten gaan werken. Maar dat gebeurt niet, omdat het verschil in salaris veel te groot is. De overheid, waar de toezichthouders onderdeel van zijn, betaalt te slecht.

Diekstra zegt verontrust te zijn dat het ongeluk juist Transocean is overkomen. Het Amerikaanse bedrijf was de eigenaar van het boorplatform Deepwater Horizon dat anderhalve week geleden is gezonken, op vijftig kilometer voor de Amerikaanse kust. Volgens Diekstra staat Transocean bekend als een van de beste en veiligste bedrijven in zijn sector. „Als die dit ongeluk overkomt, maak ik mij grote zorgen over de rest van de industrie.” Volgens hem wordt er in de offshore industrie – de winning van olie en gas op zee – veel met „roestend materiaal” gewerkt, door „cowboys” die „de goedkoopste oplossing waar ze nog net mee wegkomen” gebruiken.

Ook Hudson zegt verrast te zijn dat dit BP is overkomen, het Britse energiebedrijf dat het platform van Transocean had ingehuurd. BP heeft zijn veiligheidseisen de laatste jaren enorm opgeschroefd, zegt Hudson, nadat het in 2005 ernstige reputatieschade had opgelopen als gevolg van een aantal incidenten. Zo deed zich een explosie voor bij de raffinaderij in Texas, waarbij vijftien mensen om het leven kwamen. Hudson deed toentertijd veiligheidsanalyses bij BP. „En dan toch gebeurt dit nu.”

Volgens Hudson zit de kern van het probleem bij het huidige marktmodel. De druk op energiebedrijven om ieder kwartaal klinkende winstcijfers te presenteren is groot. Bedrijven bezuinigen en snijden al het vet weg. „Op de raffinaderij van BP in Texas hadden ze gekort op veiligheidstrainingen”, zegt hij. Volgens Diekstra worden er bonussen verstrekt aan platformmanagers als ze erin slagen een project sneller en goedkoper uit te voeren dan gepland. Hij vraagt zich af: was dit ook het geval op de Deepwater Horizon? En zijn alle veiligheidsaspecten wel adequaat getest van tevoren?

Inmiddels zijn er geruchten dat er wellicht iets is misgegaan met het gieten van de cementen mal voor de boorput. Die klus is gedaan door het Amerikaanse bedrijf Halliburton. Het werk was twintig uur voor de explosie afgerond. Op zijn website noemt Halliburton het „voorbarig” en „onverantwoord” om te speculeren over mogelijke oorzaken.

Breakingviews: pagina 15