N'Kufo dankt Tukkers voor hun liefde

Voetballers en supporters van landskampioen FC Twente genieten van het succes. „Het team houdt van jullie.”

„All these people. It’s unbelievable.” Het zijn de woorden van aanvaller Bryan Ruiz net na de officiële huldiging van FC Twente als landskampioen, gisteren op het parkeerterrein bij de Veste in Enschede. Naar schatting 65.000 supporters kwamen erop af. „Als je al die mensen ziet... en gisteren die files op de A1, dan besef je dat je iets unieks hebt neergezet”, zegt Twente-speler Wout Brama. „Zeven jaar geleden ging FC Twente nog bijna failliet, en nu dit. Geweldig.”

Het parkeerterrein kleurt rood-wit. FC Twente-sjaaltjes worden omhoog gehouden, Bengaals vuur wordt afgestoken. Er trekt een dikke mist op. Een voor een komen de spelers het podium op. Het publiek roept hun namen. De technische en medische staf maakt zijn opwachting, en coach Steve McClaren, op zijn verjaardag nog wel. Hij is 49 jaar geworden. Dan verschijnt op een balkon aan de zijkant van het stadion, iets hoger dan het podium, aanvoerder Blaise N’Kufo met de zilveren kampioensschaal in zijn handen. Kanonnen met rode confetti gaan af, een nog dikkere mist vult het parkeerterrein. Supporters joelen en zingen.

N’Kufo bedankt het publiek voor alle steun en liefde. „Bedankt en geniet, dat doen wij ook.” Het publiek zingt bij de opkomst van Luuk de Jong, wiens broer Siem bij Ajax speelt: „De groeten aan je broer, de groeten aan je broer...” En: „Helemaal niets in Amsterdam.” De supporters wrijven het er graag nog een keer in bij de Ajax-aanhang.

Twente heeft er anderhalve dag feesten op zitten. Zondagmiddag won FC Twente de landstitel, nadat de club NAC in Breda met 2-0 had verslagen. Voor de eerste keer in het 45-jarige bestaan is FC Twente landskampioen. In de binnenstad van Enschede barstte op drie pleinen een groot feest los. ’s Avonds kwam het verkeer op de A1 en A35 vast te zitten, toen duizenden supporters de spelers wilden begroeten die op de terugweg vanaf Holten in een open bus naar Enschede reden. Gisteren verdrongen de supporters zich na het middaguur bij het stadhuis, waar de spelers werden ontvangen.

FC Twente-voorzitter Joop Munsterman draagt het kampioenschap op aan „degenen die het niet kunnen meemaken. Het is nu tien jaar na de vuurwerkramp”. In 2001, een jaar na de ramp, won FC Twente de KNVB-beker. Ook toen was het groot feest – het deed de ramp even vergeten. Munsterman, topman bij uitgeverij Koninklijke Wegener, beleeft hier te midden van spelers en publiek ook zijn finest hour. Supporters als Jacob Pieffers zien hem als „een visionair, die weet hoe hij een organisatie moet leiden”. Onder zijn voorzitterschap werd het stadion uitgebreid, kwam de club er financieel weer bovenop, nam FC Twente allerlei maatschappelijke taken op zich, en kreeg ook het vrouwenvoetbal bij FC Twente een impuls.

McClaren, van wie wordt gevreesd dat hij na dit seizoen vertrekt, bedankt „de twaalfde man”, de supporters. „Het team houdt van jullie.” Voor supporter Pieffers is dit het mooiste moment van de huldiging. „Het laat zien dat er een goede band bestaat tussen het team en de supporters. We hebben ze door dik en dun gesteund.”

Pieffers is seizoenkaarthouder. Hij stond lange tijd op een wachtlijst – samen met duizenden anderen die ook zo’n kaart wilden. Dankzij een uitbreiding van het aantal zitplaatsen kan ook Pieffers sinds een paar jaar naar alle thuiswedstrijden toe. FC Twente is zíjn club. „En als ze dan kampioen worden, dan word je gek; je gaat brullen, de tranen biggelen over de wangen.”

Zijn vriendin, Sanne van Drielen, geen Twentse, begrijpt er niks van. „Zo heb ik hem nog nooit eerder gezien, zo geëmotioneerd.”

Hoe komt dat? Hij: „We zijn trots dat we gewonnen hebben.”

Zij: „Ik weet niet waarom. Tukkers zijn eigenlijk nooit ergens trots op, ze zijn heel nuchter. Hier laten ze zich eindelijk gaan.”

Pieffers wilde deze huldiging onder geen beding missen. Hij: „Je wilt in de feestvreugde delen.”

Zij: „Hij heeft al tien keer gezegd: dit maken we misschien nooit meer mee.”

Hij: „Ik hoop van wel, natuurlijk.”