Kunst om in te wonen

De kunstwerken op Frans Halmans’ tentoonstelling Intussen/Meanwhile hebben iets menselijks.

Kleine bedjes liggen op een groot bed te slapen.

Iedere schrijver weet het, en iedere enthousiaste lezer ook: in boeken kun je wonen. Je kunt er voor korte of langere tijd je intrek in nemen, bijvoorbeeld als het echte leven buiten die boeken je tegenstaat. Je slaat het boek open, stapt op de zinnen en laat je meevoeren. Weg met de woorden.

In een korte alinea kun je vertellen wat boeken vermogen. Maar de beeldend kunstenaar zal dat – het woord zegt het al – in beelden moeten doen. Als hij wil laten zien wat lezen is, maakt hij een beeld als ‘De lange nacht’ (2006) van Frank Halmans. Een rijtje boeken op een plankje, vijf kleine en vijf grotere. In het eerste en het laatste boek heeft Halmans raam- en deurkozijnen geperforeerd, in de eerste bladzijden deuren, sponningen en vensterbanken. De rest van de boeken is uitgehold. Ze zijn huizen geworden, maquettes. De overeenkomst tussen een maquette en een boek, zei Halmans vorig jaar in een radio-interview, is dat je er niet fysiek in kunt, maar wel geestelijk.

Net als fictieschrijvers maakt Frank Halmans kunst om in te wonen. Zijn tentoonstelling Intussen/Meanwhile in de kapel van het Centraal Museum in Utrecht bestaat uit gangen en kamers, waarin vaak weer kunstwerken als huizen worden gepresenteerd. Er staat een kast met de deuren open. Op de onderste plank zijn aardappels en blikken opgestapeld als in een kelder, een schap hoger zijn kopjes, theedoeken en een kookstelletje opgeborgen en aangrenzend is er een huiskamer met boeken, kussentjes en planten. Weer een verdieping hoger liggen de slaap- en badkamerspullen en helemaal bovenin de kast is de zolder, met dozen, dekens en kleerhangers.

Veel meubels in Hotel Halmans hebben iets menselijks. Bijzettafeltjes zoeken dekking onder een moedertafel. Kleine opgemaakte bedjes liggen op een groot bed te slapen. Op een perzisch tapijt, dat als een eiland in een kamer ligt, schoolt een hele kudde staande schemerlampen samen. Hun kappen zijn met een bladmotief bedrukt, waardoor ze aan een bos van stammen met gebladerte doen denken. Tussen de schemerbomen staat een bankje met een kussen, waarop je je met een boek zou kunnen terugtrekken. Eigenlijk zou je hier ‘Insula Dei’ uit Boven het dal van Nescio moeten lezen, het verhaal waarnaar Halmans zijn lampeneiland vernoemde.

Dat verhaal speelt zich in de oorlog af. De oude Nescio loopt een jeugdvriend tegen het lijf, die beweert dat er in zijn gedachten een eiland vol mooie herinneringen is. Wijzend op zijn hoofd zegt hij: ‘Hier kun je ‘t net zoo goed hebben als je zelf wil.’ Op het Insula Dei is geen oorlog of armoede. ‘Hoe kan iemand mij bezetten?’

„Ik ben voorwaardenscheppend bezig”, zei Frank Halmans in het radio-interview. Hij wil dat er in zijn werk ‘iets mentaals’ op gang gebracht kan worden. Dat je een plek hebt waar een reis kan beginnen of een gedachte zijn oorsprong vindt.’

tentoonstelling

Frank Halmans, Intussen/Meanwhile.

T/m 4 juli in het Centraal Museum, www.centraalmuseum.nl ****