'Hoogwaardig verrijkt'

Oogst van de hoofdstedelijke Koninginnedagmarkt dit jaar: troostprijs sjoelen (lolly), een onbeschrijflijke glimlach van een klein meisje (20 cent) en een onopgelost raadsel.

Vorig jaar Koninginnedag kocht ik in de Herenstraat een piepklein plantje, stekjesleeftijd, in een plastic koffiebekertje aarde. Een geldboompje, volgens de verkopers. Er zouden biljetten van vijf euro aan komen. De moederplant, inderdaad vol geldbiljetten, stond er in een grote pot bij.

Ik verzorgde mijn geldplant zorgvuldig en probeerde niet beledigd te zijn als hij er na een weekje vakantie beter bij stond dan ooit. Maar op een dag hing hij slap in het potje waarin ik hem had overgeplant. Oeps: aan de onderkant kwamen de wortels er al uit. Mijn vriend en ik naar het tuincentrum. Terug met nieuwe pot en tien kilo ‘hoogwaardig verrijkte multipotgrond met voeding langwerkend’. Aardewerken pot stukgeslagen. Scherven onderin nieuwe pot. Laagje ‘hoogwaardig verrijkte’ erop.

En toen het moment: met één hand tilde ik voorzichtig het plantje met wortelkluit en al uit zijn oude pot en voelde duidelijk dat het helemaal geen geldboompje was, maar een plant waarvan ik steeds al dacht: ‘Wat lijkt-ie daar toch op.’ Een brandnetel. Au! Hij doet het wel weer geweldig. Laatst, toen we terugkwamen van vakantie, bloeide hij zelfs een beetje.

Dit jaar stonden de jongens van de geldboomhandel weer in de Herenstraat. Ze verkochten ook geldboomzaad, maar hun belangrijkste koopwaar was nu potentieverhogende vulkanische as (‘Koop het voor uw vrienden’). Ik vertelde dat ik mijn geldboompje nog had. „Maar het is een brandnetel geworden.”

Eén van de jongens was stomverbaasd, maar de ander vond dat je door dat soort emoties je handel niet moest laten verpesten. „Dan heeft u er niet goed voor gezorgd mevrouwtje”, zei hij. (Au!) „U kunt natuurlijk wel wat vulkanische as op de aarde strooien. Dan hebt u kans dat het nog goed komt.”

De verbaasde jongen wilde nog wel vertellen hoe ze vorig jaar aan die jonge plantjes waren gekomen. „Gewoon”, zei hij en wees wat hulpeloos op zijn koopwaar. „Geldboomzaad.”

Ellen de Bruin