Een mooie rotzooi

Waarmee is het verlies van je vader of moeder te vergelijken?

Met het rijden door een raam van spiegelglas. „Je wist niet dat het er was tot het verbrijzeld was, waarna je nog jarenlang de scherven opraapt – tot de laatste glassplinter.”

Mooi geschreven. Door Saul Bellow, de Amerikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar die nu vijf jaar dood is. Ik kwam het citaat tegen in een aantal brieffragmenten van hem, onlangs gepubliceerd door The New Yorker. (Sommige brieven hadden al eerder in Bellows biografie van James Atlas gestaan.)

Bellow was een Joodse schrijver die het zich altijd heeft kwalijk genomen dat hij in het eerste gedeelte van zijn grote oeuvre zo weinig over de Holocaust heeft geschreven. Hij was toen te druk bezig met de literatuur en zijn verlangen naar erkenning, schrijft hij in 1987 aan collega Cynthia Ozick. En hij niet alleen. „Het is volkomen waar dat ‘Joodse schrijvers in Amerika’ (een afstotelijke categorie!) datgene misten wat voor hen het centrale thema van hun tijd had moeten zijn, de vernietiging van het Europese Jodendom.”

Later kwam daar verandering in, onder meer met Bellows roman Mr. Sammler’s Planet (1970) en William Styrons Sophie’s Choice (1979).

Toch blijkt uit een andere brief, van 7 januari 1956, aan zijn beroemde collega William Faulkner, ook Nobelprijswinnaar, dat Bellow niet helemaal met zijn rug naar de Tweede Wereldoorlog stond. Er woedt dan in Amerika een strijd onder intellectuelen over het lot van Ezra Pound, de Amerikaanse dichter die als inwoner van Italië de zijde van Mussolini had gekozen. Hij was na de oorlog overgebracht naar Amerika, waar hij voor verraad vervolgd zou worden. Maar hij wordt wegens krankzinnigheid ontslagen van vervolging en gedwongen opgenomen in een psychiatrische inrichting.

Faulkner doet als voorzitter van de schrijverscommissie People to People een beroep op zijn collega’s om te pleiten voor vrijlating van Pound. Bellow wijst dit verzoek scherp af. „Pound bepleitte in zijn gedichten en in zijn radio-uitzendingen vijandschap tegen de Joden en hij predikte haat en moord. Wilt u me vragen om samen met u een man te eren die opgeroepen heeft tot het vernietigen van mijn bloedverwanten? Ik kan niet deelnemen aan zoiets, zelfs al zou het effectieve propaganda in het buitenland zijn, wat ik betwijfel. De Europeanen zullen het eerder opvatten als een reactionair signaal. In Frankrijk zou Pound zijn doodgeschoten. Moeten we hem vrijlaten omdat hij een dichter is? Waarom – er zijn misschien wel betere dichters dan hij uitgeroeid. Moeten we het niet voor hen opnemen? Amerika heeft Pound barmhartig behandeld door zijn krankzinnigheid te erkennen en zijn leven te sparen. Hem vrijlaten is een idioot en zwak idee.” Bellow sluit af met: „De hele wereld zweert samen om te ontkennen wat er gebeurd is, de reusachtige oorlogen, de kolossale haat, de onvoorstelbare moorden (…). En wij – ‘een representatieve groep van Amerikaanse schrijvers’ – is dit het waarmee wij ook voor de dag komen? Een mooie rotzooi!” Niettemin werd Pound dankzij de steun van vele collega’s twee jaar later vrijgelaten. Hij keerde terug naar Italië, waar hij bij aankomst meteen de fascistengroet bracht.

Op 4 mei 2010 is er, vermoed ik, meer begrip voor Bellows afwijzing dan destijds.