De ongeloofwaardigheid van justitie

In Italië is het recht relatief. Wie geld heeft, kan zijn zaak rekken tot die verjaart. Hervorming is broodnodig. Maar men ruziet al tien jaar over de manier waarop.

Het is vijf voor acht ’s ochtends als de hekken van de immense burgerlijke rechtbank van Rome openen. Honderden advocaten dringen met tassen en rolkoffers op naar de volgende gesloten deur. Sommigen staan al vanaf half zes in de rij, zoals Daniele Colobraro (31): „Als je geen passie hebt voor het recht, lukt het je nooit om dit vol te houden.” Je recht halen in Italië betekent wachten.

De raadsheren komen zoals elke ochtend nummertjes trekken voor de vele rijen waarin ze zullen wachten. Ze moeten aanzeggingen doen, uitspraken doornemen, zittingsdata vernemen. Zaken die in Nederland voor een groot deel per e-mail worden afgehandeld, maar hier nog via papier. Als de advocaten tijd over hebben spurten ze naar een van de rechtszalen waar ze vaak met tientallen tegelijk voor de rechter staan tot de zaak van hun cliënt aan de beurt is.

‘De wet is gelijk voor iedereen’ staat in vergulde letters achter de rechter op de muur. Maar Italianen en hun advocaten weten dat recht hier relatief is. Wie geld heeft om dure advocaten te betalen, kan zijn zaak zo lang rekken dat deze verjaart. Wie geld heeft verloren of is bestolen, moet jaren wachten totdat een rechter dat eventueel erkent.

Zowel in het civiel- als het strafrecht heeft de magistratuur een achterstand van 5 miljoen zaken. Het afronden van een faillissement duurt gemiddeld acht jaar en drie maanden, met grote regionale verschillen: drie in het noordelijke Triëst, twaalf in het zuidelijke Calabrië. Een ondernemer die geld van een klant eist, moet rekenen op een procedure van 1.210 dagen – langer dan in het Afrikaanse Gabon en Guinee-Bissau en net iets korter dan in Liberia, constateerde de Wereldbank vorig jaar. De Raad van Europa heeft Italië diverse keren gevraagd om redelijke rechtstermijnen in het civiel recht.

„Justitie kampt met een geloofwaardigheidcrisis”, zegt Luca Palamara, voorzitter van de nationale vereniging van rechters, ANM. „Het is een systeem dat oneerlijkheid garandeert”, aldus Giuseppe Cascani, secretaris van de ANM. Nog maar 36 procent van de Italianen heeft vertrouwen in justitie, terwijl dat elders in West-Europa altijd meer dan 50 procent is, zo bleek vorig jaar uit de eurobarometer.

De oorzaken zijn legio. Palamara somt op. Allereerst is de verhouding tussen rechters en advocaten volstrekt scheefgegroeid. 6.366 rechters staan tegenover 213.000 advocaten. Geen land kent zo veel raadsheren. In Rome werken er bijna net zo veel als in half Frankrijk. Een gezegde in de Italiaanse advocatuur is: „causa pende, causa rende” (een uitgestelde zaak rendeert). Daar wordt massaal op gespeculeerd.

Maar er zijn ook veel te veel kleine en inefficiënte rechtbanken en dependances en te veel niet ingevulde vacatures. Palamara spreekt van een negentiende-eeuwse structuur. Rechtbanken zijn nog altijd niet verder van elkaar verwijderd dan een dag te paard. Veel te veel kleine delicten worden via de uitgebreide en tijdrovende procedures van het strafrecht afgehandeld.

Iedereen is het erover eens dat reorganisatie onontbeerlijk is. Maar al ruim tien jaar ruziet men over de manier waarop. Premier Berlusconi’s hervormingen richtten zich vooral op het schrappen van delicten uit het wetboek van strafrecht en op het verkorten van de verjaringstermijnen. Hijzelf en vele witteboordencriminelen wisten zo aan veroordelingen te ontsnappen. De regering-Berlusconi wil al jaren meer controle krijgen over het Openbaar Ministerie dat in Italië niet is gescheiden van de gerechtelijke macht. Berlusconi ervaart de magistraten als hinderlijk, heeft ze uitgemaakt voor „Talibaan” en „communisten”. Hij wil het OM een belangrijk opsporingsinstrument grotendeels ontnemen: telefoontaps. De privacy van politici en burgers zou worden geschonden. Maar volgens rechters is het een efficiënt element bij het betrappen van corrupte politici.

De rechterlijke macht wil zelf ook hervormen, maar vertrouwt de leiding bij dit karwei niet aan Berlusconi toe. Palamara van de rechtersverenging ANM hoopt op vereenvoudiging van de procedures. „We stellen minder bestraffing voor, maar dan wel echte straffen voor echte misdrijven.” Iemand die zijn rijbewijs vergeet hoeft niet door de strafrechtelijke molen. De benoeming van rechters en van presidenten van rechtbanken moet volgens hem niet langer plaatsvinden op basis van anciënniteit en vriendschap met machthebbers.

In afwachting van dergelijke verbeteringen neemt het gekrioel in de burgerlijke rechtbank van Rome in de loop van de ochtend alleen maar toe. De advocaten, secretaresses en hulpjes duwen en trekken, spurten en zweten in wat in deze oneindige wandelgangen „de stad van het recht” heet.

De rijen zijn nergens in Europa zo lang als hier in Rome, zegt Mariano Baldini, advocaat uit Napels. „Dat krijg je ervan als je de bakermat bent van het recht, het Romeins recht”, grapt hij. „Tweeduizend jaar juridische geschiedenis en cultuur: dit is de prijs die we betalen.” Te veel procedures en oude wetten die nooit zijn afgeschaft en te weinig rechtbankpersoneel.

Er is zelfs een heel nieuwe markt ontstaan dankzij de trage procedures. In Rome opereren sinds tien jaar dertig bedrijfjes die floreren door voor advocaten in de rij te staan. Katy Mezzano – jurk met zwarte tijgerpint, zonnebril en zilveren slippertjes – komt zo aan de kost. Ze somt haar prijslijst op. Wachten voor een normale aanzegging: 10 euro. Een opdracht tot inbeslagname: 5 euro. Checken van een zittingsdatum: 5 euro.

Ze rent van rij naar rij. Het is leven en laten leven in het Romeins recht.