De derde generatie is rijp voor oorlogspijn

In de weken voorafgaand aan 4 en 5 mei is er altijd een piek in televisieprogramma’s over de Tweede Wereldoorlog, maar het lijken er dit jaar meer dan ooit. Dat kan te maken hebben met het dertiende lustrum van de Bevrijding. Nog lang niet alle van de miljoenen verhalen zijn verteld en de tijd wordt steeds rijper voor een gretig luisterend publiek, juist naarmate de afstand in de tijd groeit.

Gisteren vertelde voormalig onderduikkind Hanneke Groenteman in De wereld draait door (VARA) dat de klas van haar negenjarige kleinkinderen zeer geïnteresseerd was in haar verhalen en ook buitengewoon goed wist wat onderduikers en NSB’ers waren.

De derde generatie in de documentaire Opa, oma waren jullie bang in de oorlog? (RVU) was een jaar of tien ouder en betoonde zich nog wat afstandelijker. Frans Bromet liet hen met een grootouder praten, maar moest zelf vanachter de camera de meeste vragen stellen. Van het gezicht van de kleinkinderen viel vooral verbazing, gêne en een zekere mate van onbegrip te lezen. Een meisje zei letterlijk zich moeilijk te kunnen voorstellen dat ze over zestig jaar nog geemotioneerd zou kunnen raken over iets wat ze als kind meegemaakt had. Dat was een beetje pijnlijk voor de grootvader, die het niet licht viel om er nu eindelijk wel eens over te praten.

Het je kunnen verplaatsen in wrede belevenissen zou wel eens lastiger kunnen zijn voor kinderen uit de jaren negentig, die opgroeiden in een wereld van vanzelfsprekende voorspoed en hoop, dan voor de kinderen van nu, die alweer beginnen te wennen aan de natuurlijke staat van leven zonder vangnetten en andere verwennerij. Goede televisie was het zeker, dit onderzoek naar overdracht van collectieve herinnering.

Nog harder kwam vorige week vrijdag de documentaire Marga Minco – De schaduw van de herinnering (VPRO) aan. Dat werd mede veroorzaakt door de naakte, kale vormgeving. Maarten Schmidt en Thomas Doebele filmden de schrijfster van Het bittere kruid aan haar eigen tafel, terwijl ze alleen maar vertelde wat haar destijds overkomen was. Geen interpretaties, nauwelijks duiding en zeker geen uitbarstende emoties. Minco begon zelfs met de woorden: „Ik weet helemaal niets meer over de oorlog, ik ben het allemaal kwijt. Ik denk er nooit meer aan, geen moment, zo oud als ik ben.”

De hele rest van de film logenstrafte die mededeling, zoals de huidige hausse aan oorlogsverhalen feitelijk tegenspreekt dat het geschiedenis van lang geleden is, al bijna zoiets als de napoleontische tijd. De wonden zijn niet in stilte geheeld, hoe hard we ook riepen dat het wel zo was. En de jongste generatie is de eerste die het kan beginnen te begrijpen.