De crisis zet het Cubaanse regime onder druk

Cuba verkeert in een zware crisis. Het antwoord van het regime: kleine economische stapjes en protest toestaan als neerslaan niet werkt.

De Cubaanse kardinaal Jaime Ortega heeft laten zien dat soms met het communistische regime over politiek protest te onderhandelen valt.

Drie weken achtereen werden de zogenoemde Dames in Wit gehinderd door veiligheidsagenten en belaagd door regeringsgezinde tegendemonstranten. Afgelopen zondag kon de groep, echtgenotes en moeders van dissidenten die in 2003 zijn opgepakt, weer vrijelijk een stille tocht houden.

Kardinaal Ortega had het regime nadrukkelijk gevraagd om terughoudendheid, nadat zes van de in het wit geklede vrouwen vorige week urenlang waren uitgejouwd – voor het oog van de internationale media. En het regime heeft voorlopig toegezegd.

Cuba verkeert in de zwaarste crisis sinds jaren, zo zei dezelfde kardinaal Ortega onlangs in een opmerkelijk kritisch interview in het maandblad van het aartsbisdom van Havana. Drie orkanen in 2008 en de financiële crisis hebben de „eeuwige economische problemen” vergroot. De Cubanen zijn ongeduldig en er is „nationale consensus” over de noodzaak van snelle sociale en economische hervormingen, aldus Ortega.

Volgens Cuba’s officiële statistieken – internationaal onvergelijkbaar – is het bruto binnenlands product vorig jaar nog licht gegroeid met 1,4 procent. Maar met belangrijke sectoren als de nikkelproductie en de detailhandel gaat het niet goed. De minister voor de suikerindustrie, ooit de trots van de Cubaanse revolutie, is gisteren ontslagen wegens falen. De levensstandaard is nu lager dan voor de val van de Sovjet-Unie, toen Cuba economische steun kreeg van Moskou.

President Raúl Castro houdt het voorlopig bij kleine economische ingrepen. Een aantal kleine staatskapsalons is sinds kort op proef geprivatiseerd. De kappers moeten huur en belasting betalen, maar mogen hun opbrengst houden. Het is de eerste hervorming van het midden- en kleinbedrijf sinds de nationalisering in 1968. „Het midden- en kleinbedrijf is een grote puinhoop”, zegt Cubakenner Phil Peters van het Lexington Instituut, een Amerikaanse denktank in Arlington, Virginia. „Zelfs de staatsmedia schrijven erover. Er is corruptie, prijsopdrijving, slechte service, diefstal.”

Ook de greep op de improductieve, collectieve landbouw is iets verlicht. Er is grond geschonken aan particuliere boeren, minimumprijzen voor veel agrarische producten zijn verdrievoudigd, boeren mogen zelf simpel gereedschap aanschaffen en vaker bepalen welke gewassen ze verbouwen. Er zijn zelfs berichten dat de regering de noodlijdende suikerindustrie zou willen openstellen voor buitenlandse investeerders.

„Het zijn wel opmerkelijke hervormingen”, zegt Peters van het Lexington Instituut. „Maar ze zijn niet groot genoeg om de economische problemen op te lossen.”

Winkelschappen blijven vaak leeg omdat de staatsboerderijen onvoldoende produceren. Lokale media berichtten vorig jaar over de tomatenoogst die deels wegrotte op het veld, omdat er geen kratten en trucks waren voor transport.

Het Amerikaanse handelsembargo uit 1963 blijft ondertussen knellen, al zijn Venezuela en China tegenwoordig Cuba’s belangrijkste handelspartners. En de VS houden vast aan de lijn: geen opheffing van de blokkade zolang Raúl en Fidel Castro er nog zijn, er geen vrije verkiezingen plaatsvinden en de ruim tweehonderd politieke gevangenen nog vastzitten.

„Toen president Obama aantrad was er hoop”, zegt Daniel Erikson, auteur van The Cuba Wars (2008) waarin hij de moeizame relatie met de VS beschrijft. „De verwachting was dat Obama een gebaar zou maken, dat Cuba positief zou reageren en dat de twee landen in een positieve spiraal zouden komen. Dat is niet gebeurd. De Cubaanse regering wijst iedere buitenlandse kritiek van de hand.”

Sinds het overlijden van de gedetineerde dissident Orlando Zapata Tamayo in februari zijn de posities verder verhard. Zapata was de eerste hongerstaker die in Cuba overleed sinds de dood van de studentenleider en dichter Pedro Luis Boitel in 1972. Kennelijk geërgerd door de buitenlandse kritiek op zijn dood, heeft het regime de druk op dissidenten verder opgevoerd. President Raúl Castro verweerde zich hoogstpersoonlijk voor de camera’s na Zapata’s dood. Hij wees iedere verantwoordelijkheid van de hand voor de „zelfdestructieve” hongerstaking van internetjournalist Guillermo Fariñas, die zijn actie een dag na het overlijden van Zapata begon voor de vrijlating van 26 politieke gevangenen. En daarna volgde de intimidatie van de Dames in Wit.

Met als gevolg dat de scheldpartij tegen een groepje van zes vrouwen vorige week wereldnieuws werd. „De Cubaanse oppositie bestaat uit geïsoleerde groepen” zegt Erikson. „De regering heeft de dissidenten zo jarenlang kunnen doodzwijgen. Maar met de huidige internationale aandacht wordt de regering wel gedwongen om hun bestaan te erkennen.”

Afgelopen zondag hadden niet zes, maar twaalf vrouwen de moed gevat te protesteren. En deze keer bleef agressie uit. Een van de twaalf zei tegen de BBC: „De regering is begonnen met luisteren.”