Dat noodkrediet is pas 't begin

Het definitieve pakket leningen voor Griekenland is rond: 110 miljard euro.

Reacties hierop waren gisteren zorgwekkend lauwtjes.

Europa wachtte er drie maanden op. Nu was het dan zover. „De ministers van Financiën van de eurozone hebben eindelijk een definitief besluit genomen”, zei voorzitter Jean-Claude Juncker van de eurogroep zondag in Brussel. „Er zijn momenten geweest dat ik mijn geduld bijna verloor, maar zo werken democratieën nu eenmaal. Je moet openbare debatten en debatten in parlementen respecteren.”

Juncker, premier en minister van Financiën in Luxemburg, deed zijn best om het definitieve pakket bilaterale leningen aan Griekenland te verdedigen: 110 miljard euro voor de komende drie jaar, waarvan de vijftien eurolanden 80 miljard voor hun rekening nemen en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) 30. Daarbij versoepelt de Europese Centrale Bank (ECB) de voorwaarden voor Grieks onderpand – een maatregel die pas gisteren werd aangekondigd.

Als ‘tegenprestatie’ brengt Griekenland zijn begrotingstekort in dezelfde periode terug van ruim 13 naar 2,6 procent van het bruto binnenlands product. Dat betekent 26 miljard aan bezuinigingen, plus drastische hervormingen. Elk kwartaal beoordelen de ECB, het IMF en de Europese Commissie de voortgang. Zo nodig leggen ze Athene nieuwe maatregelen op.

Deze besluitvorming over het ‘Griekse pakket’ duurde drie maanden, waarbij gaandeweg steeds specifiekere bedragen werden genoemd. Maar nu die bedragen er eindelijk zijn, gekoppeld aan keiharde ingrepen in de Griekse economie waar de financiële markten al maanden om roepen, zijn de reacties zorgwekkend lauw. De euro daalde gisteren licht in waarde. Er kwam ook geen enkel duidelijk signaal dat de markten niet door zouden gaan met hun aanvallen op Portugal en Spanje – andere eurolanden die in financiële moeilijkheden verkeren en die, in navolging van Griekenland, afgelopen weken de rente op hun staatsleningen zagen stijgen na verlaging van hun kredietstatus.

Een kloekere besluitvorming van de eurozone, schreef ECB-directielid Lorenzo Bini Smaghi gisteren in de Italiaanse krant Corriere della Sera, had deze ‘besmetting’ wellicht kunnen stoppen. Daarvoor lijkt het nu te laat. „Veel personen hadden een snellere en meer efficiënte procedure gewild. Een procedure die had vermeden dat de markten in een kettingreactie terechtkwamen, en die had vermeden dat het vertrouwen in de euro was gedaald.” Oorzaak voor de vertragingen zijn „onzekerheden, gebrek aan leiderschap, nationalistische oprispingen en inefficiënte procedures”.

Een andere reden dat de reacties niet positief waren, was de vrees voor politieke turbulentie in Griekenland. De steun voor de Griekse premier George Papandreou, die een half jaar lang een van de populairste regeringsleiders was in Europa, begint volgens opiniepeilingen af te kalven. Zijn minister van Financiën George Papaconstantinou zei dat „het beeld van één brandende auto in Athene meteen de wereld overgaat”, maar dat daarmee nog niet alle Grieken tegen de hervormingen zijn. Maar hoe langer dit duurt, hoe meer risico Papandreous regering loopt.

Al deze factoren scheppen een grimmig klimaat voor de bijzondere top van regeringsleiders van eurolanden van aanstaande vrijdag. Formeel gesproken, zei Juncker, is die top niet meer nodig om de leningen voor Griekenland nogmaals goed te keuren. Die leningen zijn erdoor, verzekerde hij, en moeten deze week alleen nog door een aantal nationale parlementen. „De ministers hebben de beslissing genomen.” Dat was misschien anders geweest als hij eind vorig jaar „wel tot president van Europa was gekozen”, sneerde hij.

De president van Europa werd Herman Van Rompuy, die de top vrijdag zal voorzitten. Een van de redenen dat de vergadering zondag uitliep, was dat zowel Juncker als Van Rompuy de leiding wilde over de finale beslissing inzake het leningenpakket. „De gesprekken zaten een poosje vast op de vraag of nu al, of pas vrijdag beslist moest worden”, zegt een ingewijde. Uiteindelijk werd besloten dat de beslissing over Griekenland gisteren zou vallen omdat de verwachtingen al te hoog waren gespannen, en dat de regeringsleiders zich dan vrijdag kunnen buigen over de toekomst van de eurozone. Dit wordt hét grote thema, de komende tijd.

Griekenland mag voorlopig buiten gevaar zijn, andere zwakke eurolanden zijn dat niet. Niemand denkt dat de pijnlijke operatie van de afgelopen drie maanden op enigerlei wijze herhaald kan worden. „Dit was eens maar nooit weer, zowel politiek als financieel”, zeggen meerdere diplomaten. Leningen voor Portugal of Spanje „zijn niet aan de orde”, verzekerde eurocommissaris Olli Rehn (Monetaire Zaken). Toen Juncker er een vraag over kreeg, antwoordde hij niet eens. Precies zo reageerden zij en andere Europese politici een paar maanden geleden op vragen over Griekenland.

De enige manier om herhalingen te vermijden is snel een daadkrachtig management van de euro opstellen. Frankrijk, Duitsland en de Europese Commissie zijn druk bezig met voorstellen voor een steviger Stabiliteitspact met keiharde begrotingseisen en sancties erin, een Europese economische regering om nationaal economisch beleid beter te coördineren en een systeem om eurolanden voortaan – als het écht niet anders kan – centraal geld te lenen. Een nieuw gevecht komt er nu aan. Dat kan wel eens beslissend zijn voor de euro.