Banken helpen bij Griekse leningen

Banken hoeven voorlopig niet te vrezen dat hun beleggingen in Grieks schuldpapier waardeloos worden. Maar daar wil de Staat wel wat voor terug.

Bij welke bestuursvoorzitters van Nederlandse financiële instellingen zou gisteravond de telefoon gegaan zijn? Piet Moerland van de Rabobank, Jan Hommen van ING, Gerrit Zalm wellicht van ABN Amro? En mogelijk ook bij de bazen van wat grote verzekeraars en pensioenfondsen.

Aan de andere kant van de lijn hing demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA), zo meldt een bron. Zijn vraag: hoe kunnen Nederlandse banken een bijdrage leveren aan het reddingspakket van 110 miljard euro voor Griekenland dat het Internationaal Monetair Fonds en de eurolanden dit weekend afspraken?

Het verzoek aan de Europese financiële sector komt niet uit de lucht vallen. Al voordat het IMF en de eurolanden afgelopen zondag hun akkoord sloten, waren er met name in Duitsland al suggesties over een rol van de commerciële banken bij een redding.

De redenering achter het waarom van betrokkenheid van de financiële sector is simpel: met een redding van Griekenland worden ook de banken geholpen. Zij hebben met elkaar voor vele tientallen miljarden aan Griekse staatsobligaties op hun balans staan, en die blijven dankzij de redding ‘overeind’. Met name Duitse en Franse banken zitten zwaar in Grieks schuldpapier, maar ook een bank als ING heeft 3 miljard aan staatsobligaties uit Griekenland op de balans. Rabobank doet voor 300 miljoen mee. Zij moeten daar fors op afschrijven als de obligaties onder druk staan, zoals de afgelopen weken het geval was. De 110 miljard euro aan steun is dus indirect ook steun aan de banken.

In de officiële verklaring na afloop van het zondagse beraad werd echter met geen woord gerept over een rol voor de financiële sector. Daarmee werd direct duidelijk dat de meest simpele manier om banken bij het Griekse drama te betrekken naar alle waarschijnlijkheid niet was afgesproken: het herstructureren van de al uitstaande Griekse staatsobligaties. Dergelijke gecoördineerde afwaarderingen van staatsschulden zijn gebruikelijk bij operaties waarbij het IMF betrokken is.

Het gevolg is dat in heel Europa banken, centrale banken en overheden nu op zoek zijn naar een passende manier om de financiële sector alsnog te betrekken bij de redding. Betrokkenen weigeren elk commentaar, omdat steun van banken gevoelig ligt. De balansen van banken zijn door de kredietcrisis al zwaar getroffen, en gedwongen nieuwe risicovolle verplichtingen, al dan niet gedekt door staatsgaranties, kunnen grote gevolgen hebben voor de stabiliteit in de financiële sector. Het overleg verloopt op zijn zachtst gezegd rommelig.

Het Oostenrijkse ministerie van Financiën liet gisteren bijvoorbeeld weten dat er „een informele afspraak is over een bijdrage van de banken”. Daarnaast, aldus Oostenrijk, mag de financiële sector „niet handelen op een manier die het afgesproken programma kan ondermijnen”. Die uitspraak wordt formeel bevestigd noch ontkend door andere lidstaten. Het Institute for International Finance (IIF), de internationale club van bankiers, gaf echter zondag al een verklaring uit waarin staat dat de banken bereid zijn „hun bijdrage te leveren aan het ondersteunen van de Griekse overheid en de Griekse banken”.

In Frankrijk werd gisteren uitgebreid gesproken tussen het ministerie van Financiën en de banken. Daar is in elk geval afgesproken dat de huidige kredietlijnen voor Griekenland in stand blijven, en er dus geen leningen aan Grieken worden teruggetrokken.

Vandaag zouden vertegenwoordigers van Duitse banken gesprekken voeren met minister Wolfgang Schäuble van Financiën over hun aandeel. Joseph Ackermann van Deutsche Bank, tevens voorzitter van het IIF, zou al een consortium van banken bereid hebben gevonden tussen de 1 en 2 miljard euro aan leningen op te kopen, naast de 22,4 miljard euro die de Duitse overheid in totaal gaat lenen.

De Nederlandse overheid, die maximaal 4,704 miljard euro bijdraagt aan de redding (5,88 procent van de 80 miljard die de eurozone leent), weigert commentaar op een concrete invulling van de afspraken met de banken.

Vanuit de Tweede Kamer wordt de druk opgevoerd. De fracties van PvdA en SP pleiten voor een bijdrage van de banken in de redding. Kamerlid Paul Tang (PvdA): „Deelname van de financiële sector aan de redding versterkt het vertrouwen in het programma en daarmee de financiële stabiliteit. De banken zouden achteraf een deel van de leningen in rekening gebracht kunnen krijgen, ze zouden de looptijd van de huidige leningen kunnen ‘doorrollen’ of ze zouden de waarde van de uitstaande leningen kunnen afboeken met hulp van het IMF.” Ook Kamerlid Ewout Irrgang (SP) pleit voor het herstructureren van de uitstaande schulden: „Met schuldsanering help je de Grieken het meest en tegelijk leg je de verantwoordelijkheid ook voor een deel waar die hoort: bij de banken die het schuldpapier hebben gekocht.”

Bronnen in de financiële sector melden dat Financiën, president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank en de bestuursvoorzitters van de grote banken inmiddels met elkaar in gesprek zijn over de invulling van de steun. De verwachting is dat daaruit eind van de week concrete afspraken zullen voortkomen.