Alleen aan de rand van rietland groeit ronde zegge

De Nederlandse rietlanden zijn zeldzaam voor Europa. Uitgekiend beheer moet de natuur redden. Met hulp van de rietsnijders.

Rietsnijders worden natuurbeheerders. Dat is de bedoeling in natuurgebied De Wieden in Noordwest-Overijssel. „De knop moet om”, zegt Wout van de Belt, voorzitter van de Algemene Vereniging voor de Rietcultuur.

In de rietcultuur is tegenwoordig bijna geen droog brood meer te verdienen. De concurrentie met het goedkopere riet uit het Verre Oosten is moordend. En bovendien wordt de rietteler belemmerd doordat hij werkt op waardevolle natuurgrond. Namelijk het rietland dat in Europa zeer zeldzaam is. „Wij hebben de plicht dat fatsoenlijk te beheren”, zegt beleidsmedewerker Harm Piek van Vereniging Natuurmonumenten.

Wat ligt meer voor de hand dan samen te werken? Natuurmonumenten heeft een beleidsplan gemaakt waarin precies staat hoe de rietlanden de komende vijftien jaar in Nederland dienen te worden beheerd. Opdat de biodiversiteit niet stopt maar zelfs toeneemt. En opdat er een gevarieerd rietland ontstaat, met verschillende soorten natuur en vooral ook hier en daar wat open land. „Wij krijgen klachten van bezoekers die hier met een kano hebben gevaren, en zeggen dat ze eigenlijk alleen maar opgesloten zaten tussen de rietpluimen”, zegt Harm Piek.

Rietsnijders kunnen er hun voordeel mee doen. In plaats van voortdurend zo veel mogelijk riet van het eigen stukje rietland af te halen, zouden ze van hun rietland soms ook een hooiland kunnen maken. Want dáár zitten de zeldzame plantjes die door het ruisende riet vrijwel geen kans krijgen om te groeien. Wout van de Belt: „De meest waardevolle natuur zit op plaatsen waar je het minste riet maait. Voor die natuur krijg je van het Rijk een vergoeding. En veel rietsnijders beseffen het nog niet, maar daardoor is je opbrengt van zo’n natuurlijk hooiland drie keer zo hoog als voor je beste rietland.”

Het riet is gemaaid. De schoven liggen op het land en worden met punters over de trekvaarten aan land gebracht. Ecoloog Bart de Haan van Natuurmonumenten laat de fluisterboot stilleggen om te wijzen naar een bijzondere soort. Ronde zegge. Het onooglijke plantje staat aan de rand van een pasgemaaid rietland. „Zie je? Alleen aan de rand van zo’n rietland is nog voldoende licht om te kunnen groeien.”

Van dat soort plantjes zouden er veel meer moeten komen. Als je niet alleen ’s winters altijd maar weer riet maait dat vervolgens elk jaar opnieuw andere planten wegconcurreert, maar ook ’s zomers riet maait, dan gedijen de dotterbloemen en de pinksterbloemen, de kleine valeriaan, de rietorchis en het moerasviooltje. En als je af en toe ook nog eens een jaar riet maaien overslaat, dan is dat weer goed voor moerasvogels. Zoals de kleine karekiet. De roerdomp. De rietzanger.

Ja, het is wel een cultuuromslag. Niet meer simpelweg riet snijden zoals vele generaties hebben gedaan. „Een verslavende bezigheid”, zegt Wout van de Belt. Niet meer elke winter dezelfde zware fysieke inspanning leveren. Maar per rietlandje bekijken op welke manier je het beste kunt maaien opdat de natuur er wel bij vaart. Zonder zware machines. Zonder veel bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Zonder rietvelden af te branden. En vooral zonder nog later te maaien dan eind maart, want dat verstoort de zeldzame moerasvogels.

Het is even wennen. Van de Belt: „Ik zelf heb inmiddels wel begrepen dat je als natuurbeheerder goed kunt leven. Maar we hebben hier heel veel rietsnijders die het alleen maar in de winter doen, en die de rest van het jaar bijvoorbeeld in de bouw werken of een camping hebben. Die hebben geen tijd om ’s zomers riet te snijden.” En dat vroege maaien waar Natuurmonumenten op aandringt, zit de rietsnijders ook nog niet lekker. „Je kunt de natuur niet dwingen. De afgelopen winter heeft hier zes weken sneeuw gelegen en konden wij bijna niet maaien. Hoe moeten we dan alles voor april van het land krijgen? Dat kan eigenlijk alleen als je zware machines gebruikt. Maar ja, dan mag óók weer niet van Natuurmonumenten.”

In de rietlanden van De Wieden leven honderdtachtig bedreigde plant- en diersoorten. „Vergeet de honderdéénentachtigste soort niet”, zegt Wout van de Belt. Hij doelt op zichzelf, de rietsnijder.