Ahmadinejad gaat in de tegenaanval tegen VS

Op een grote bijeenkomst in New York over nucleaire wapenbeheersing wilde de Iraanse president zich niet in de hoek laten drijven. Hij haalde hard uit naar de VS.

Over één ding zijn de Iraanse president Ahmadinejad en zijn Amerikaanse collega Obama het eens: ze zeggen allebei dat alle kernwapens de wereld uit moeten. Maar over de manier waarop dat verre doel bereikt kan worden lopen hun opvattingen sterk uiteen. En elkaars oprechtheid wantrouwen ze diep.

Dat bleek gisteren opnieuw in New York, waar Ahmadinejad als een van de eerste sprekers het woord voerde op een grote conferentie over nucleaire wapenbeheersing. Willen de VS vooral voorkomen dat Iran zich tot kernmacht ontwikkelt, de Iraanse president schilderde juist Amerika af als het grote gevaar.

Ahmadinejad betoogde dat Washington „niet één geloofwaardig bewijsstuk” heeft dat Iran kernwapens ontwikkelt. Het bezit van kernwapens noemde hij „walgelijk en beschamend”, het dreigen ermee en het gebruik ervan „nog beschamender”.

De Verenigde Naties zouden hard moeten optreden tegen landen die met kernwapens dreigen, aldus de Iraanse president. Hij doelde daarmee op de Verenigde Staten, die vorige maand in hun nieuwe nucleaire strategie bepaalden dat Amerikaanse kernwapens niet ingezet zullen worden tegen landen die zelf niet over zulke wapens beschikken – zolang zij zich althans houden aan hun verplichtingen om de verspreiding van kernwapens tegen te gaan. Met die formulering zou Iran als mogelijk doelwit gezien kunnen worden.

VN-chef Ban Ki-moon spoorde Iran aan de zorgen over zijn nucleaire programma weg te nemen. „De bewijslast ligt bij Iran.” De Amerikaanse minister Clinton van Buitenlandse Zaken deed de kritiek van de Iraanse president af als „dezelfde afgesleten, valse en soms wilde beschuldigingen”. Hij zou er de aandacht mee willen afleiden van het doel van de conferentie.

Om Amerika’s goede wil op het gebied van wapenbeheersing te onderstrepen maakte de regering-Obama gisteren voor het eerst de omvang bekend van haar nucleaire arsenaal: 5.113 kernkoppen, 84 procent minder dan op het hoogtepunt in de Koude Oorlog. Niet meegerekend zijn daarbij de ongeveer 4.500 afgedankte wapens die nog ontmanteld moeten worden.

Iedere vijf jaar vergaderen de 189 landen die zijn aangesloten bij het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens (het Non-proliferatieverdrag, of NPV). Die bijeenkomsten zijn bedoeld om naleving van het verdrag te bevorderen. Maar in 2005 gingen de deelnemers verdeeld uiteen – onder meer omdat de kernwapenstaten verweten werd dat ze te weinig werk maakten van hun verplichting onder het verdrag om hun arsenalen in te krimpen.

Deze keer had president Obama hoop gewekt op een betere uitkomst, omdat hij nucleaire wapenbeheersing sinds zijn aantreden zo hoog op de internationale agenda heeft geplaatst. Niet alleen verbond hij zich vorig jaar in een rede in Praag aan het streven naar de uiteindelijke uitbanning van alle kernwapens. Met Rusland sloot hij bovendien een nieuw verdrag voor de vermindering van strategische kernwapens. In Washington zat hij in april een internationale conferentie voor over het voorkomen van nucleair terrorisme. En eveneens in april beperkte hij de rol van kernwapens in de Amerikaanse nucleaire strategie.

Het omstreden nucleaire programma van Iran staat officieel niet op het programma van de bijeenkomst in New York, die de hele maand mei zal duren. Officieel spreekt men daar over extra inspectie van nucleaire installaties, inkrimping van nucleaire arsenalen en veilige verspreiding van technologie voor kernenergie.

Maar op de achtergrond speelt de diplomatieke touwtrekkerij tussen Washington en Teheran over het Iraanse programma een grote rol. De VS geloven dat Iran in strijd met het Non-proliferatieverdrag werkt aan een kernwapen – en ze vrezen dat een nucleair bewapend Iran tot een kernwapenwedloop in het Midden-Oosten kan leiden. Iran houdt vol dat het alleen uranium verrijkt voor vreedzame doelen, wat onder het NPV is toegestaan.

Beide landen zoeken op de conferentie naar medestanders. De VS proberen in de wandelgangen steun te werven voor nieuwe sancties, om Iran ertoe te brengen zijn programma voor het verrijken van uranium op te schorten. Iran op zijn beurt wijst erop dat er al een kernwapenstaat in het Midden-Oosten bestaat, terwijl die met rust gelaten wordt. Israël, dat nooit erkend heeft dat het over een nucleair wapen beschikt, zou zich moeten aansluiten bij het NPV en bereid moeten zijn te mee te praten over nucleaire ontwapening.

Egypte heeft in die geest aangekondigd met een voorstel te komen om van het Midden-Oosten een kernwapenvrije zone te maken. In 1995 sloten de VS zich in beginsel aan bij dat streven, maar in 2005 wilden ze dat niet herbevestigen.

Nu dreigt de kwestie opnieuw tot verdeeldheid te leiden, tot ergernis van de Verenigde Staten en Israël. „We kunnen de kwestie-Iran alleen aanpakken als we ook spreken over de kernwapens van Israël”, waarschuwde de Egyptische VN-ambassadeur onlangs. Egypte is voorzitter van de Beweging van Niet-Gebonden Landen, waarvan 118 leden deel uitmaken.