70 matches van DNA per week

Van 98.000 mensen zit nu materiaal in de DNA-databank van het NFI. Hoeveel zaken hierdoor worden opgelost, is onbekend.

Vijftien jaar later liep hij alsnog tegen de lamp, de Duitser die in 1994 de 72-jarige Fieny Wouters in Heerlen om het leven bracht. Net als nu, in de moordzaak van Andrea Lutten, gebeurde dat dankzij vergelijking van DNA-profielen. Sinds juli 2008 vergelijken Nederland en Duitsland elkaars DNA-databanken, en dat leidde vorig jaar tot een ‘match’ met een 51-jarige man uit Kaiserslautern. Hij is in Duitsland inmiddels veroordeeld tot negen jaar cel.

De DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is sinds 2005 explosief gegroeid, toen de mogelijkheden om DNA-profielen bij veroordeelden en verdachten af te nemen werden verruimd. Op dit moment staan er 98.000 persoonsprofielen in en nog eens 42.000 sporenprofielen.

Dit jaar zal dat aantal nog verder toenemen, zo verwacht het NFI, want deze maand treedt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geheel in werking. Iedereen die in voorlopige hechtenis wordt genomen voor een delict waar minimaal vier jaar cel voor staat, moet DNA afstaan. Tot nu toe was die groep beperkt tot zedendelinquenten, veelplegers en geweldplegers. Het aantal veroordeelden dat nu DNA moet afstaan zal naar verwachting verdrievoudigen. Wie tot de ‘doelgroep’ behoort, moet DNA-materiaal, veelal wangslijm of een haar, afstaan. Het OM en de politie hebben inmiddels DNA-spreekuren in de gevangenissen en op politiebureaus ingericht om het materiaal af te nemen.

Zo liep ook de verdachte van de moord op Andrea Luten tegen de lamp. Het NFI kreeg zijn DNA nadat hij voor een ander delict was veroordeeld. Het kon op 23 april aan de Drentse politie melden dat zijn DNA overeenkwam met materiaal dat indertijd op het slachtoffer was aangetroffen.

Tegen de verplichte DNA-afname wordt regelmatig bezwaar aangetekend door verdachten, waarbij minderjarigen zich vaak beroepen op het Verdrag inzake de rechten van het kind. Inmiddels hebben de Hoge Raad en het Europees hof voor de rechten van de mens geoordeeld dat minderjarigheid geen uitzonderingsgrond is voor opname in de databank. Er staan daar inmiddels 12.491 minderjarigen geregistreerd, 12,9 procent van het totaal.

De DNA-databank brengt steeds vaker verdachten van ernstige misdrijven in beeld. Op weekbasis wordt er zo’n 70 keer een ‘match’ gevonden tussen een potentiële dader en DNA-sporen op de ‘plaats delict’.

In Nederland is de databank gekoppeld aan het justitieel registratiesysteem van verdachte en veroordeelde personen. Daarnaast wisselt het NFI sinds 2008 dataprofielen uit met andere Europese lidstaten, waaronder Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Luxemburg, Slovenië en recent Finland, Bulgarije en Frankrijk. Volgend jaar volgen naar verwachting ook de overige 19 EU-landen. De uitwisseling, die dagelijks plaatsvindt, heeft tot nu toe 5.827 ‘matches’ opgeleverd.

Hoeveel ‘cold cases’ in Nederland of in andere landen door die uitwisseling heropend zijn, is niet bekend. De 5.827 matches hebben vanuit het buitenland geleid tot 1.103 rapportages van het NFI aan het OM. Maar het NFI registreert niet het aantal opgeloste zaken als gevolg van DNA-bewijs. Dat is volgens Kees van der Beek van het NFI ook nauwelijks mogelijk. „Een DNA-match is maar één opsporingsmiddel en op zichzelf onvoldoende voor bewijsvoering of veroordeling. Daar is meer voor nodig. Maar een door ons geconstateerde DNA-match kan er wel toe leiden dat een verdachte alsnog een bekentenis aflegt.”