Zodra het over de olieramp gaat: stilte

De familie Collins vist al generaties op oesters. Tot nu.

Onze correspondent voer mee met wat wel eens hun laatste tocht zou kunnen zijn.

Vijf generaties aan viservaring zou toch genoeg moeten zijn om ongelukken in de Golf van Mexico te voorkomen.

Visser Nick Collins somt desondanks met gemak op wat er hier op zee kan misgaan. Zijn eigen hand kwam eens vast te zitten in een katrol waar een stalen kabel doorheen loopt, met aan het einde een kooi die als net dienst doet. Die kast sloeg trouwens eens een dekmatroos een tand uit de mond, bij het binnenhalen. En de 25 stalen tanden, elk tien centimeter lang, die de oesters los schrapen, willen ook nog weleens in een arm terechtkomen.

Dan ziet Collins zijn zoontje van zeven, Jayden, die net een zak oesters over het gladde houten dek zonder rand sleept maar uitglijdt door een combinatie van regen, deining en wind. Zijn vader Nick vertelt hoe zijn zoontje niet het eerste omgekomen familielid zou zijn. Een neef van zestien ademde niet meer toen hij het dek opgetrokken werd.

Dat soort ongelukken rekent familiebedrijf Collins Oysters zichzelf aan. „Maar wat er nu op ons afkomt...” En dan valt Nick stil, net zoals zijn vader Wilbert en zijn twee andere broers Tracy en Levi zullen doen als ze gevraagd worden naar de naderende olie. De vissersfamilie heeft grote verhalen, vertelt vol smaak over hun voorouders die aan piraterij deden, rum uit Cuba of zelfs Chinezen de VS binnensmokkelden, zodra het over de nakende olieramp gaat: stilte. Nadenken. En dan grote woorden. „Dit is vernietigend voor ons, voor onze bedrijfstak, voor onze gemeenschap. Het maakt alles kapot.”

De familie Collins ging gisteren nog snel uit varen. Misschien wel voor het laatst: in de verte is daar de olievlek al. Niemand die met zekerheid de omvang van de ramp durft te voorspellen, maar de eerste dertien dagen sinds de eerste explosie op het booreiland beloven weinig goeds. Tot drie dagen na de explosie van olieplatform Deepwater Horizon zei olieconcern BP dat er geen lekkage was opgetreden. Daarna zouden er duizend vaten olie per dag ontsnappen. De Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Salazar zei gisteravond dat hij denkt dat de komende drie maanden dagelijks 100.000 vaten olie in zee verdwijnen.

Oestervissers zoals de familie Collins ondervinden de verwoesting als eerste. Vogels kunnen wegvliegen, vissen wegzwemmen. Maar de oesters zitten vast in de modder en eenmaal besmet met olie is het met ze gedaan. Jarenlang, want hun eitjes komen ook in aanraking met de olie.

Gisteravond werd de visserij in Louisiana stilgelegd, op last van de regering. Datzelfde geldt nu voor delen van Florida. Maar de visserij is een van de belangrijkste industrieën voor de staat Louisiana, die nu als eerste geraakt wordt. Vissers zetten hier jaarlijks 3 miljard dollar om met hun oesters, garnalen en marlijn. Een derde van alle vis die in de VS gegeten wordt komt hiervandaan.

Naast de economische gevolgen kan de olieramp ook grotere dieren en de natuur verwoesten. Nick wijst voor het gemak even naar de dolfijnen die achter hem uit het water springen. Verderop zitten ook potvissen, tonijn en zeeschildpadden. En wat als de olie deze delta met al het moerasgebied indrijft? „Olie kan je van een strand afschrapen, een rots valt schoon te spuiten”, vult een andere broer, Tracy, aan. „Wat doe je hier? Elk grassprietje dat boven water uitkomt met de hand schoonvegen?”

Mister Wilbert, want zo noemen zijn zoons hem, is 73 en blijft herhalen dat hij aan zijn bloeddruk moet denken. Dat hij zich dus niet al te kwaad mag maken. Maar toch. „Veertig mensen rekenen erop dat ik elke dag weer netjes alle regels opvolg en toch met oesters aan land kom, daar leven ze van.” Voor de oliebedrijven werkt dat niet zo, zegt hij. „Daar ver op zee, ze doen maar wat.”

Maar vraag het aan de jongere generatie en de spanning tussen de twee voornaamste inkomstenbronnen hier – vis en olie – blijkt minder groot. Toen de orkanen Katrina en Rita vijf zomers geleden jaren aan oestervangst wegvaagden, besloot Tracy dat hij „toch geld moest blijven verdienen”. Hij zocht werk op een boorplatform. Net zoals zijn jeugdvriend Hilrey Gaspard, die vandaag ook niet de vijand is maar meekwam om te helpen met de laatste vangst. Paradoxaal genoeg zijn de twee in hun element, ze doen weer wat in hun bloed zit en vieren dat door elke minuut hun sorteerwerk op het dek te onderbreken, met een hamer een oester op te tikken, met een mes het vlees los te snijden van de schelp. De fles tabascosaus komt dan uit de kontzak en de oester wordt weggeslurpt.

„Als er nog geld te verdienen was in de visserij”, zegt Gaspard, „kwam ik zo weer terug”. Maar eerst gaat hij geld verdienen op volle zee. Zodra de wind gaat liggen en de herstelwerkzaamheden bij de plek van het gezonken platform hervat worden, gaat hij erheen. Ook echte vissers proberen hun inkomsten nu aan te vullen met behulp van de olie-industrie. Ze helpen lange pijpen op zee te leggen die de olievlek moet indammen.

Een langetermijnoplossing is deze inkomstenbron alleen niet. „Wat me echt beangstigt aan deze ramp”, zegt Tracy, „is het moment dat de olie hier is. Dan moeten we vader op school krijgen om een echt vak te gaan leren.”