Verzekeraar krijgt kunst Noortman

Acht teruggevonden schilderijen die in 1987 werden gestolen bij de Maastrichtse kunsthandel Noortman zijn toegewezen aan een groep Britse verzekeraars. Die keerde destijds zo’n 1,1 miljoen Britse pond uit vanwege de diefstal.

De Nationale Recherche nam zes werken in maart van het vorig jaar in beslag bij de aanhouding van twee verdachten. Twee andere werden later gevonden in een woning in Walem. Ook de bewoner van dat huis werd aangehouden.

De verzekeraars lieten na de inbeslagname weten dat zij recht hebben op de werken. Omdat ze deze niet los kregen bij het Openbaar Ministerie, dienden ze vorig najaar een klacht in. De man uit Walem deed hetzelfde. Hij beroept zich op het principe van verkrijgende verjaring: als iemand goederen tien jaar te goeder trouw onder zich heeft, mag hij zich daarna eigenaar noemen.

De rechtbank in Rotterdam heeft vorige week de klacht van de verzekeraars gegrond verklaard. Die van de man uit Walem is daarmee ongegrond. Hij kan echter nog beroep aantekenen. Zijn advocaat weigert commentaar.

Het gaat om werken van onder anderen Auguste Renoir, Camille Pissarro, David Teniers de Jongere en Jan Brueghel de Jongere. Een negende schilderij, een watermolen van Hobbema, zou op de avond van de kunstroof vernietigd zijn.

De zaak kwam aan het rollen, toen de verdachten de nabestaanden van kunsthandelaar Robert Noortman wilden afpersen. De Limburgse detective Ben Zuidema werd benaderd als tussenpersoon. Hij schakelde echter justitie in. Volgens Zuidema zou Noortman, wereldvermaard kunsthandelaar en medeoprichter van de internationale kunstbeurs Tefaf, in 1987 opdracht hebben gegeven om de schilderijen te stelen om zo de verzekeringspremie te kunnen innen. De kunstroof is verjaard. De strafzaak tegen de verdachten wegens heling en witwassen gaat naar verwachting in het najaar verder.