Ubu gaat tekeer als verfbeest in atelier

Theater Ubu door Toneelgroep Amsterdam/ Schauspiel Essen. Gezien 2 mei Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 8 mei. Inl: toneelgroepamsterdam.nl ****

Van zichzelf is Ubu Roi (1896) van Alfred Jarry al een cartoonesk stuk, met een dictator die met zijn onderdanen speelt als een wreed jongetje met insecten. Het stuk zit vol burlesk opgeblazen figuren, kinderlijk in hun woedeaanvallen en giechelende martelvreugde. In de opwindende bewerking die Duitse regisseur Sebastian Nübling maakt voor Toneelgroep Amsterdam en Schauspiel Essen, in het kader van het festival Ruhr 2010, hoeft hij dat cartooneske alleen maar verder in te kleuren. Dus dragen zijn spelers stripachtige schoenen en pakjes. Moord wordt verbeeld door een schilderij op een hoofd stuk te slaan.

Nübling schildert trefzeker het contrast tussen de saaie, trage, kwetsbare democratie en het enerverende schrikbewind van Ubu. De voorstelling begint in een kaligrafisch atelier waar klerken stil en geconcentreerd werken aan klassieke teksten uit de Verlichting, zoals de Preamble van de Amerikaanse grondwet; de grote woorden waarop onze rechtstaat is gebouwd. Dit precaire instituut is weerloos tegen Ubu die alle zo zorgvuldig getekende plakkaten kapot slaat. Hoeveel aantrekkelijker en kleurrijker oogt zijn dictatuur. Ubu en zijn mannen gooien als action painters felgekleurde verf door het atelier. De Zwitserse acteur Nicola Mastroberardino speelt Ubu als een rond stuiterende popster met wilde krullen en een met verf besmeurd wit pak.

Bijzonder is Nüblings slapstick bewegingstaal, en de eurotaal waarin zijn stripfiguren praten: Duits, Nederlands en Engels door elkaar, met een beetje Frans, Vlaams en Zwitsers-Duits. De accenten van de spelers poetst hij niet weg, maar buit ze juist uit.

Deze eigen esperanto en de Verlichtingsteksten zijn ook een opmaat naar het laatste deel, waarin Ubu moet verschijnen voor een internationaal gerechtshof. Dit slot is eraan vast geschreven door de Brit Simon Stephens. Een aardige aanvulling; internationale strafrecht is een pril en kwetsbaar wapen tegen dictaturen, een bewijs dat vooruitgang wel bestaat. Stephens heeft de beperkingen en eigenaardigheden van zo’n hof goed getroffen, maar veel voegt hij niet toe. Die rechtszaak voelt niet alleen voor Ubu als een kater na het verffeest.