Schuldvraag aan orde

De olievlek voor de kust van Louisiana is nog niet eens halverwege. Maar de politieke consequenties stapelen zich nu al op. De reden? De rol van het menselijk handelen.

Bij natuurverschijnselen als de orkaan Katrina in 2005 of de aswolk van de vulkaan Eyjafjallajökull vorige maand faalt de mens vaak achteraf als de schade moet worden opgemeten en de medemens geholpen.

Toen Katrina vijf jaar geleden New Orleans op grote schaal verwoestte, kreeg president Bush kritiek te verduren omdat hij te afstandelijk zou zijn geweest. Dat de dijkbewaking te wensen overliet en de federale rampendienst niet op zijn taak was berekend, kwam later aan de orde. Bij de aswolk uit IJsland was de kritiek omgekeerd. De autoriteiten zouden, uit angst voor calamiteiten, te rigide hebben opgetreden en zo onnodig commerciële schade hebben berokkend.

Maar in beide gevallen stond buiten kijf dat de primaire oorzaak van de ramp bij de natuur lag en niet bij de mens. Dat kan niet worden gezegd van het lekkende boorplatform in de Golf van Mexico. Hoewel er nog veel open vragen zijn over de oorzaak van de explosie op het platform van BP, twee weken geleden, kan al voorzichtig worden geconcludeerd dat de Britse oliemaatschappij in de eerste dagen niet adequaat heeft gereageerd. BP dacht het ongeluk alleen af te kunnen en concentreerde zich op het bergen van de elf dodelijke slachtoffers op het platform. Dat zou een rampzalige taxatiefout kunnen zijn geweest, aangezien het platform pas een paar dagen na de explosie zonk en de boorinstallatie barstte.

Sindsdien spuit de bron elke dag 5.000 vaten olie de zee in en worden de visgronden voor de kust en de moerasdelta van de Mississippi bedreigd. Mocht blijken dat BP te laks heeft gehandeld, dan is het concern mede verantwoordelijk voor de ramp. Als president Obama, die net als Bush trouwens ook niet onmiddellijk ingreep, woord houdt en de rekening stuurt, zal dat de aandelenkoers van BP geen goed doen.

Maar de nasleep zal vermoedelijk niet beperkt blijven tot het concern. De ramp zal ook een bredere discussie over de Amerikaanse energiepolitiek op gang brengen, zoals de schipbreuk van de tanker Exxon Valdez in 1989 voor de kust van Alaska leidde tot betere veiligheidsmaatregelen en een ongeluk met een boorplatform voor de Californische kust in 1969 tot de eerste Amerikaanse milieuwetgeving.

Dit keer zal zowel de olieverslaving van Amerika als oliewinning op zee aan de orde komen. De Golf van Mexico is een van de rijkere oliegebieden ter wereld. Maar tegen welke prijs moet de brandstof worden gewonnen? In de campagne voor de presidentsverkiezingen van 2008 was het antwoord van de Republikeinen dat bijna geen prijs te hoog kon zijn. „Drill, baby, drill”, wierpen ze Obama voor de voeten.

Door de ramp verliest dit pleidooi voor ongebreidelde oliewinning nu aan kracht. De explosie was misschien niet te voorkomen. Maar de mens kan wel voorkomen dat zijn leven staat of valt met een onbeperkt aanbod van olie.