Sancties versterken Garde Iran

Westerse landen werken aan nieuwe sancties tegen Iran. Daarvan profiteert de Revolutionaire Garde, die juist doelwit is.

Dankzij de sancties tegen het nucleaire programma van de islamitische republiek is de Iraanse Revolutionaire Garde de belangrijkste speler in de lucratieve Iraanse olie-industrie geworden. Dat zeggen westerse vertegenwoordigers van oliebedrijven en Iraanse analisten.

De Garde, een paramilitaire organisatie die in vredestijd het nationale belang moet dienen, heeft de plaats ingenomen van Europese oliebedrijven die hun werk in het land onder Amerikaanse en internationale sancties hebben stilgelegd. De Garde krijgt enorme contracten zonder aanbesteding, omdat haar bouwdivisie – verreweg de grootste van het land – de enige is die de gecompliceerde olieprojecten aankan.

De Verenigde Staten, die de Garde van terrorisme beschuldigen wegens banden met de Libanese organisatie Hezbollah en het Palestijnse Hamas, werken aan zwaardere sancties tegen de Garde en de Iraanse olie-industrie. Maar „de Revolutionaire Garde glimlacht bij het idee van nieuwe handelsbeperkingen”, zegt een westerse vertegenwoordiger van een van de grootste oliebedrijven ter wereld, op basis van anonimiteit.

„Sancties tegen de Iraanse olie-industrie en tegen westerse bedrijven die hier werken en benzine leveren, betekenen meer inkomen, macht en invloed voor de Garde”, zegt hij.

Projectontwikkelaars verbonden met de Garde zien momenteel toe op de ontwikkeling van de meeste olieprojecten. Ze hebben de leiding genomen bij de bouw van belangrijke onderdelen van het gigantische Zuid-Pars gasproject nabij de kuststad Assalouyeh, en werken vooral met Chinese onderaannemers.

„Het zal hun meer tijd kosten, de projecten zullen minder efficiënt zijn, maar de Iraanse olie- en gasindustrie zal zeker niet tot stilstand komen door de internationale sancties”, zegt de westerse olievertegenwoordiger, die al jarenlang in Teheran is gevestigd.

In vredestijd is het korps verplicht om zijn capaciteiten te benutten om het land te helpen, zo zeggen commandanten. Parallel aan de achtereenvolgende verkiezingsoverwinningen van president Mahmoud Ahmadinejad, heeft de Garde haar zakelijke belangen sterk uitgebreid.

Via bedrijven die opereren in de privé-sector beheert de Garde de internationale luchthaven van Teheran en bouwt ze snelwegen en communicatiesystemen. In de olie- en gassector legde ze het tot dusverre vaak af tegen westerse bedrijven, die scherpere prijzen en meer efficiëntie konden bieden.

Binnen het leiderschap wordt de „innoverende” rol van de Garde in de olie-industrie geprezen, en de organisatie bedankt voor het waarborgen van de continuïteit van de olieproductie, de financiële kurk waar de staat op drijft.

Westerse bedrijven die ondanks de sancties toch met Iran proberen te werken, worden nu voor een lastige keuze gesteld. Vorige week lieten Iraanse functionarissen aan de oliegiganten Shell en het Spaanse Repsol weten dat ze nu een beslissing moeten nemen of ze een deel van het Zuid-Pars gasveld willen ontwikkelen, of toegeven aan Amerikaanse druk om het land te verlaten.

Die druk is reëel. De Turkse Petroleum International Company ontbond twee weken geleden een contract ter waarde van 7 miljard dollar inzake de ontwikkeling van Zuid-Pars onder Amerikaanse druk. Het Iraanse ministerie van Oliezaken heeft nu onderhandelingen gelanceerd met een lokaal, door de Garde geleid, consortium.

Zelf is de Garde trots op haar groeiende rol in de industrie.

„We zijn trots dat we de kennis en mogelijkheden hebben om grote buitenlandse bedrijven zoals Total en Shell te vervangen in projecten zoals Zuid-Pars”, zei commandant Yadollah Javani tien dagen geleden tegen het persbureau ILNA.

Op de jaarlijkse olie- en gasbeurs in Teheran, die een week geleden werd afgesloten, was weinig te merken van de vele sancties tegen Iran. Bedrijven als Total, Shell en StatoilHydro presenteerden zich met glimmende stands tussen honderden andere oliebedrijven. China was met 120 vertegenwoordigers de grootste speler op de beurs.

„Als deze bedrijven niet in Iran geïnteresseerd waren, dan zouden ze hier niet zijn”, zegt Hotjatollah Ghanimifard, tweede man vanhet nationale oliebedrijf, in een interview. „De westerse bedrijven willen hun opties openhouden, maar nu ze niet mogen werken, sluiten we contracten met anderen.”

De sancties en de opkomst van de Garde hebben het werk voor Chinese bedrijven een stuk makkelijker gemaakt, zeggen vertegenwoordigers. „In het verleden hadden we veel te maken met Iraanse tussenpersonen,” zegt een Chinese ambtenaar, verbonden aan een staatsoliebedrijf, op basis van anonimiteit. „Nu doen we direct zaken met overheidsvertegenwoordigers. Alles gaat veel makkelijker.”

Maar de Chinezen zijn niet het het alomvattende antwoord op de sancties. Waar westerse oliebedrijven projecten uit eigen zak kunnen financieren, nemen de Chinezen vaak geen geld mee. Iran is begonnen met het ophalen van geld. „Iran geeft staatsobligaties uit om meer cash te krijgen en zo de ontwikkeling van de sector gaande te houden”, zegt Houman Dolatshahi, een analist bij Atieh Bahar consultants in Teheran.

Pensioenfondsen, staatsbanken en zelfs ministeries worden geacht te investeren om zo de door de Garde geleide olieprojecten gaande te houden.

„Ik sprak net met iemand van het ministerie van Defensie”, zegt een westerse vertegenwoordiger van een groot oliebedrijf tijdens de beurs. De man had een investeringsvoorstel waarbij het westerse bedrijf als onderaannemer zou fungeren van een Garde-project. „Het is aantrekkelijk, maar we kunnen niets meer doen hier”, zegt de vertegenwoordiger. „Nu gaat de klus waarschijnlijk naar de Chinezen.”