Oosterse smaak

Z ondagmorgen in Castello, een volkswijk van Venetië. De mannen laten hun hondjes uit en de vrouwen geven gehoor aan de klokken van San Pietro. Deze Renaissancekerk was tot 1807 de kathedraal van Venetië. Hij staat op het oostelijkste eilandje van de lagunestad, een uur lopen van het San Marcoplein.

Het tekent de afstandelijke relatie tussen kerk en staat in het oude Venetië. De doges lieten zich begraven in kerken, maar duldden niet dat de paus zich mengde in de economische en politieke aangelegenheden van de Republiek. De Kerk repte van woeker, maar kooplieden noemden hun rentetarieven ‘een Venetiaanse gewoonte’. Toen de paus in 1340 alle handel met moslimstaten verbood, schikten de doges zich, maar uit protest versierden ze hun gotische paleis met een daklijst in islamitische stijl.

Ook in kerkgebouwen zijn nog sporen van de oude banden met de Oriënt. In San Pietro di Castello staat een marmeren zetel uit Antiochië, het werk van een islamitische steenhouwer uit de 13de eeuw. In de rugleuning zijn twee Koranteksten gekalligrafeerd. De Italiaanse vertaling staat er op een bordje bij.

De oosterse smaak van de Venetianen blijkt uit de uivormige koepels van de San Marcobasiliek. De gevel van het Dogenpaleis doet eerder denken aan het Alhambra dan aan Renaissancemonumenten van Florence en Rome. En de ranke campanili van de stad lijken meer op minaretten dan op kerktorens.

Dat doge en sultan uiteindelijk slaags raakten had niets van doen met geloofsijver en alles met concurrentie. Toen Constantinopel in 1453 in handen viel van de Ottomaanse Turken, ontstond een slepend conflict om de controle over de oost-westhandel. Veel schilderijen in de kerken en paleizen van de stad verbeelden de Slag bij Lepanto (1571), toen Venetiaanse galeien de Turkse vloot in de pan hakten. Kort tevoren hadden de Turken Cyprus veroverd, een kolonie van Venetië. De sultan liet de doge met rauw gevoel voor humor weten: ,,Bij Lepanto schoor u mijn baard; op Cyprus hakte ik u een arm af.”

Dirk Vlasblom