Nog even snel over daslook

Zag laatst een kookboek aangekondigd dat Meatless Monday heet. Met als ondertitel A Better World of zoiets. Slim zijn de mensen toch. Vroeger heette zoiets ‘Vegetarisch kookboek’ en dan kochten meestal alleen vegetariërs het en goedbedoelende mensen met VV’s (Vegetarische Vrienden). Maar nu klinkt ‘vegetarisch’ al een poosje nogal vieux jeu.

Mensen zeggen nu op strijdbare toon: ,,Ik eet geen vlees”. Het kan niet lang meer duren of dat klinkt als: ,,IK eet geen vlees. (Jij nog wel.)” Het is cool en progressief om geen vlees te eten omdat je dan ‘voor het milieu’ bent. Maar in die discussie gaan we niet raken.

Wij bescheiden-vlees-eters met de beste biologische en diervriendelijke bedoelingen gaan ons niet gek laten maken door Jonathan Saffran Foer, de Amerikaanse schrijver die vlees als het kwaad ziet. Die gedachte kennen we van oudsher uit het christendom, alleen bedoelden ze daar met vlees iets anders. Niet eten maar seks.

Eigenlijk zouden de mensen er niet zo’n gedoe over moeten maken. Het is volkomen natuurlijk en gemakkelijk om een aantal dagen in de week geen vlees te eten, en soms een visje, en soms een stukje vlees. Het is misschien meer zo dat ‘ze’ ons ooit wijs gemaakt hebben dat vlees zo geweldig goed voor ons was. ,,Elke dag vlees mevrouw, u weet wel waarom” riepen de slagers ons toe. En mijn slager vroeger heette ‘De lachende lendelap’. Ik denk niet dat zo’n naam vandaag de dag nog goed mee kan komen.

Maar goed, ik wou het nog even snel over daslook hebben, want die is nu gaan bloeien en daarna is het blad niet lekker meer dus het is een kwestie van laatste kans om nu daslooksoep te maken.

Daslook is, ik fris het geheugen nog maar even op, een plant uit de lookfamilie, dus een nichtje van bieslook en ui en knoflook. Dat ruik je. De lucht lijkt sterk op die van knoflook, maar daslook is minder scherp en je eet meestal niet de knolletjes maar het blad en ook de bloemetjes (die er dus nu aan zitten). Het recept van de daslooksoep stond in Elle eten nr. 2 en degene van wie het was vertelde dat ze bij de Hortus Botanicus daslookplantjes gekocht had en die in eigen tuin had gezet, waar ze zich, zoals daslookplantjes dat doen, ijverig vermeerderd hadden.

Dat is een goede tip voor wie zelf geen daslook heeft. Het komt wel in het wild voor, maar het is beschermd dus als je het ziet, (ruikt eigenlijk vooral), mag je het niet plukken.

Wie het nog niet heeft, heeft natuurlijk niets aan een daslookplantje dat zich nog moet vermeerderen, die maakt deze soep met bieslook en knoflook.

Daslook- of bieslooksoep (voor 6 personen)

  • 2 middelgrote uien
  • klontje roomboter
  • 6 aardappelen
  • 300 g daslookbolletjes en -bladeren
  • 300 g bieslook
  • 4 tenen knoflook
  • 2 l kippenbouillon
  • 2 dl slagroom
  • 250 g zachte schapenkaas

Snij de uien in stukjes. Schil de aardappelen en snij die ook in stukjes. Haal de worteltjes van de daslookbolletjes, en snijd de bolletjes fijn, net als de bladeren van de daslook. De bloemstengels weggooien.

Bak de uien vijf minuten zachtjes in de roomboter. Doe de aardappelen en de daslook erbij en leg een stuk bakpapier over de pan en doe het deksel erop. Laat tien minuten zo smoren, op laag vuur.

Voeg de bouillon toe, laat 20 minuten zachtjes koken en maal de soep fijn. Voeg de room toe, verwarm het geheel weer en dien op met in elk bord een dotje zachte schapenkaas.