Moedergedichten uit de wereldliteratuur

Zondag is het moederdag. Daarom leest iedereen deze week alvast moedergedichten. Er zijn veel soorten moedergedichten, want er zijn veel soorten moeders. De moeder van de Australische dichter Robert Gray is al heel oud, in de negentig. Ze kan niet meer rechtop lopen en ook niet meer rechtop zitten. Ze moet aan haar rolstoel worden vastgegespt, maar dan nog leunt ze vervaarlijk opzij – als een ‘zijspanrijder / die de machine op de weg houdt door zo ver mogelijk / naast het wiel te hangen.’ Het is schrijnend om te lezen, maar ook wel erg grappig. Net als deze vergelijking: ‘Vergeleken bij haar ziet Stephen Hawking / er nog gezond uit.’ Moeder maakt nog de mooiste zinnen (‘De woestijn is een tong’), maar haar zoon weet dat het zinnen van een alzheimerpatiënt zijn. Zij is de weg kwijt en hij kan haar niet meer thuisbrengen. Hij zou graag denken dat zij rust zal vinden na de dood, maar zelfs daar durft hij niet meer in te geloven. ‘Mijn moeder zal verdwalen op de wegen na de dood.’ En dan wordt hij aan het eind van zijn lange relaas zelf weer bang – bang als het kleine kind dat hij ooit was, bang om zijn moeder te verliezen.

Het gedicht van Gray is een van de ‘honderd moedergedichten uit de wereldliteratuur’ die Koen Stassijns en Ivo van Strijtem verzamelden in Half engel half mens (Lannoo, € 14,95). Het is een erg levendige bloemlezing, met veel variatie, veel verrassingen en veel nieuwe vertalingen, uit allerlei landen en talen: Angola, Peru, Marokko, Finland, Mexico, Georgië, Zuid-Afrika – en ook uit Nederland en België. Het oudste gedicht is van William Blake (1757-1827), het jongste van Valznyna Mort (geboren in 1981), een dichteres uit Wit-Rusland. Het gaat hier over zwangerschap, geboorte, jeugd, ziekte en dood. Er komen allerlei soorten moeders voorbij: tienermoeders, moeders tegen wil en dank, moeders van overleden kinderen, gescheiden moeders, schoonmoeders, stiefmoeders, grootmoeders en ook de moeder van God. Er zitten opvallend weinig nare moeders bij.

Ted van Lieshout is weer even het kind dat zich angstig afvraagt of zijn moeder nog wel leeft als hij straks thuiskomt van school– en wat hij moet doen als ze dood is. Seamus Heaney herinnert zich hoe hij heel dicht bij zijn moeder zat, vroeger, als zij aardappels zat te schillen. Maar het kan ook minder idyllisch. Edgar Lee Masters laat in 1915 een moeder terugblikken op een leven waarin zij acht kinderen op de wereld zette, zodat er geen tijd voor iets anders overbleef. Voor de moeders op moederdag komt het te laat, maar dit was toen haar dwingende advies: ‘Luister, ambitieuze zielen, / seks is de vloek van het leven!’

GUUS MIDDAG