Mijn felicitaties

Ajax wordt kampioen, schreef ik drie weken geleden in deze rubriek. Dat heb ik geweten. Woedende reacties stroomden vanuit Tukland mijn mailbox binnen.

Waar ik toch die Amsterdamse arrogantie vandaan haalde (uit Amsterdam), waarom ik nog steeds supporter was van de misselijkmakende patsersclub Ajax (ik ben nooit supporter geweest, ik kijk alleen het liefst naar elftallen die zoveel mogelijk doelpunten proberen te maken, Ajax 106, FC Twente 63) en waarom ik FC Twente het kampioenschap niet gunde (ze moesten het nog worden, dat was juist hun probleem).

Om te plagen en om het aan zichzelf twijfelende FC Twente op te jutten, liet ik het kopje ‘Ajax kampioen’ erboven zetten. Als trainer van FC Twente zou ik die column honderdvoudig uitvergroot in de kleedkamer opgehangen hebben. Misschien heeft Steve McClaren, de sympathiekste coach van heel Europa (vergelijk hem eens met de overpedante megalomaantjes Mourinho en Van Gaal), dat ook wel gedaan. Middenvelder Theo Janssen bedankte gisteren in ieder geval iedereen die gezegd heeft dat FC Twente het niet zou redden: „Zij hebben ons sterk gehouden.”

Graag gedaan, Theo.

Dat kampioenschap is jullie van harte gegund, jullie hebben er hard voor gewerkt en als we leuke doelpunten willen zien kijken we wel even naar Ajax.

Het enige vlekje op dit kampioenschap blijft de lamlendige houding van Feyenoord, dat zijn sportieve plicht demonstratief verzaakte en jullie liet winnen – en daarmee, dat was nog het ergste, mijn voorspelling doorkruiste. Dat was hét schandaal van deze competitie, een element dat ik gisteren node miste in de vele nabeschouwingen van de vele deskundigen.

Hierna zal het nooit, echt nooit meer, tot in de eeuwigheid der eeuwigheden, goedkomen tussen Feyenoord en Ajax.

Natuurlijk, Theo (prachtige tatoeages trouwens), heb ik even gehoopt, jullie sportieve inborst kennend, dat jullie deze drie cadeau gekregen punten grootmoedig zouden weigeren („Wij zitten niet te wachten op cadeautjes uit de Randstad, daar zijn wij te trots voor”), maar ik begrijp best dat er ook aan jullie trots grenzen zijn.

Hoe blij ik ook voor FC Twente was, toch zat er aan deze zondag voor mij een wrange kant. Ik moest hem namelijk doorbrengen bij mijn schoonzoon en dochter. Die schoonzoon, ik zal het nu maar openlijk toegeven, is nota bene zelf afkomstig uit Tukland: Vriezenveen, of daaromtrent.

Hij laat zich daar zelden op voorstaan (tot dusver was daar ook weinig reden voor), maar op dagen als deze komt er toch een eigenaardige glans in zijn ogen.

„Had je laatst mijn column met die voorspelling nog gelezen?” vroeg ik achteloos toen we elkaar begroetten.

Hij knikte met een portie reserve die ik van hem jegens mij niet gewend was. „Ik vroeg me nog af: moet dat nou?” zei hij.

Hij was nog wel zo vriendelijk om Langs de lijn aan te zetten.

Het kampioenschap begroette hij met de glundering van iemand die niet triomfalistisch wil zijn.

Maar ’s avonds, toen we naar Studio Sport keken, stond hij er wel op dat we dóór bleven kijken tot de teleurgestelde reacties van Ajax en zijn supporters in beeld kwamen.

Er heerst nog veel wrok in Tukland. Gewoon Europees kampioen worden, jongens, net als Ajax, dan komt alles vanzelf goed.