Joodse agent weet: ook fietslicht op Jom Kipoer

Nog steeds aarzelt de moeder van agent Max Engelander als ze de politie wil bellen. Een Joods netwerk van politieagenten moet dat veranderen.

Toen Max Engelander in 1978 politieman werd in Amsterdam, was zijn moeder verbijsterd. „Hoe kun jij bij de politie gaan?”, vroeg zijn moeder. Ze bedoelde: jij als Joodse jongen, uit een familie die grotendeels is vermoord door de nazi’s. Bij een korps waarvan nogal wat agenten hadden meegewerkt aan de deportatie van de Joden. Engelander zei tegen zijn moeder: „Het Amsterdamse politiekorps is veranderd.”

Want eind jaren zeventig hadden de revolte van de flowerpower en ‘mei 1968’ ook de politie flink opgeschud. Tegenwoordig is ‘gelijkwaardigheid’ een vaak uitgedragen kernwaarde van het politiekorps Amsterdam-Amstelland, dat onder meer Marokkaanse, Surinaamse en ‘roze’ netwerken telt. Joodse agenten – en agenten die sympathie koesteren voor het Joods netwerk – hebben sinds een jaar hun eigen netwerk.

Bij de 4-meiherdenking morgenavond staan Max Engelander en andere leden van het Joodse netwerk in uniform bij de Hollandsche Schouwburg. Op deze plek werden tijdens de Tweede Wereldoorlog de Amsterdamse Joden bijeengedreven voordat ze werden afgevoerd naar de concentratiekampen. „Zo willen we laten zien dat de Amsterdamse politie er ook voor de Joodse gemeenschap is”, zegt Engelander. „Want mensen als mijn moeder bellen niet snel de politie als ze slachtoffer zijn van een misdrijf. Dat komt door de oorlog.”

De moeder van Engelander werd in 1943 als 13-jarig meisje opgepakt in Amsterdam en gedeporteerd naar Bergen-Belsen. „In die jaren marcheerde Bataljon Schalkhaar door de straten van Amsterdam”, vertelt Engelander. In Schalkhaar werden Nederlandse politiemensen onderwezen in de nazi-ideologie. „Van de grote familie van mijn moeder overleefden alleen zij en twee andere familieleden.”

Engelander draagt deze geschiedenis met zich mee: „Pas in 1986 is de laatste ‘Schalkhaarder’ in het korps met pensioen gegaan.” Zijn Joodse identiteit bepaalt mede zijn optreden als politieman: „Ik ben altijd heel fel geweest op discriminatie, van wie dan ook.” Zelf heeft hij nooit antisemitisme ondervonden: „Ook al komt het bij het korps soms voor, zoals in elke grote organisatie.”

De FNV organiseerde twee jaar geleden een anti-Israël-demonstratie, waaraan ook de politievakbond meedeed. „Kopstukken van Hamas waren ook uitgenodigd”, zegt Engelander. Na een onaangenaam gesprek met de voorzitter van de politievakbond plaatste Engelander een oproep in het politieblad. Ongeveer vijftien politiemensen reageerden en dat was het begin van het netwerk dat wordt geleid door Engelander en voorzitter Marcel de Weerd. Inmiddels telt het netwerk circa dertig leden.

De officiële oprichting had vorig jaar maart plaats in het Joods Historisch Museum, de voormalige Hoog-Duitse synagoge in Amsterdam. Korpschef Bernard Welten refereerde bij die gelegenheid aan de „zwarte bladzijde” in de geschiedenis van het Amsterdamse korps. Hij benadrukte te streven naar een „gemêleerd korps” dat zich kan identificeren met „inwoners in nood, van welke herkomst, cultuur, uiterlijk en aard dan ook”. Netwerken binnen het korps moeten volgens hem een „verbinding” maken tussen de politie en de samenleving.

„Wij willen de brug zijn tussen de politie en de Joodse gemeenschap”, zegt Engelander, „niet alleen omdat de politie een afspiegeling van de samenleving moet zijn, maar ook omdat de politie zo beter werk kan afleveren.” Hij geeft een voorbeeld: „Als de politie bij een Joods gezin moet ingrijpen wegens huiselijk geweld, dan adviseren wij onze collega’s: doe het niet op vrijdagavond, de sabbat, respecteer wel hun geloofsdag.”

Niet zolang geleden werd Engelander gebeld door een collega die een vrouw op de fiets had betrapt op het rijden zonder licht. „Die dame zei dat ze tijdens Jom Kipoer (Grote Verzoendag) geen licht mocht opsteken. Mijn collega vroeg: ‘Max, moet ik haar bekeuren?’ Ik zei: ‘Ja hoor, gewoon schrijven.’ Want als je je echt strikt houdt aan de regels voor de viering van Jom Kipoer, mag je helemaal niet op je fiets stappen.”

Aan de andere kant kan Engelander andere politiemensen duidelijk maken welke zaken wel zwaar wegen voor Joden. Zo waren bij een man de tefillíen, de gebedsriemen met teksten uit de Tora, uit de auto gestolen. „Het ging om erfstukken die al 150 jaar in de familie waren. Ik heb mijn collega’s uitgelegd hoe belangrijk die zijn en ze hebben ook heel serieus gezocht”, vertelt Engelander. De tefillíen zijn nooit gevonden.

De Joodse gemeenschap moet alleen wel weten dat de politie voor hen openstaat en dat ze zich per mail kunnen melden. Engelander droomt van een landelijk Joods netwerk binnen de politie. Hij hoopt ook dat er meer Joodse agenten komen: „Deze zomer staan we met een standje bij een voetbaltoernooi voor de Joodse jeugd. Om ons netwerk bekendheid te geven, maar ook als een soort personeelswerving.”