Je moet snel weer gewoon worden

De Tweede Wereldoorlog gaat dit jaar met pensioen, maar het leed niet.

Enkele oorlogskinderen beschrijven hoe pijnlijk het ‘leven na het overleven’ is.

In geen enkele episode van de menselijke geschiedenis is gebeurd wat er na WO II gebeurde: uit de naamloze massa overlevenden hebben getuigen hun naam, hun herinnering, hun familie voor de vergetelheid willen en kunnen behoeden. Niet eerder vormden individuele stemmen zich tot een koor dat nooit tot zwijgen kan worden gebracht. Dat is ook de betekenis van de egodocumenten die 65 jaar na de bevrijding verschijnen. De auteurs hebben één ding gemeen. Zij bleven ‘kinderen van de oorlog’.

Na de boeken van overlevenden over de pijn van de herinnering komen er, in het jaar dat de oorlog met pensioen gaat, ook auteurs aan het woord die de pijn beschrijven van het zich decennialang niet willen herinneren, de pijn van het zich niet kunnen herinneren, of van de onmacht met de herinnering van anderen te leven. Nu komen de mensen aan het woord die geen verhaal meer hadden.

Voor de kinderen die tussen 1940 en 1945 vervolgd, vergeten of verwaarloosd werden, is de oorlog nooit verdwenen en wordt het nooit vrede. Culinair journaliste Berthe Meijer (1938), die samen met haar jongere zusje Bergen-Belsen overleefde en daarna in een joods weeshuis belandde, publiceerde haar aangrijpende memoires onder de titel Leven na Anne Frank. Haar verhaal begint en eindigt in Bergen-Belsen, waar ze in 2006 op uitnodiging van de regering de onthulling van een Nederlands gedenkteken bijwoont en de tranen onstuitbaar over haar gezicht stromen. Ze besluit haar levensverhaal, of beter, haar overlevingsverhaal, zo: ‘Al die mensen die me hadden verzekerd dat dit de gelegenheid was om vrede te sluiten met mijn verleden, wisten niet waar ze het over hadden. Er is geen vrede. Het blijft oorlog tot mijn dood aan toe.’

Vrijwel identieke passages zijn te lezen in Nooit verleden tijd van Lex Lesgever (1929). Op miraculeuze wijze ontsnapte dit in de Amsterdamse Jodenbreestraat opgegroeide jochie in juni 1942 uit de Hollandsche Schouwburg waar hij heen was gebracht in afwachting van zijn transport naar Westerbork. Gedurende een jaar slaagde hij erin zich op eigen kracht uit handen van Duitse en Nederlandse jodenjagers te houden. Uiteindelijk kwam hij goed terecht bij een tuindersgezin in Roelofarendsveen. Overleven kon hij door vrijwel gevoelloos te worden, door vooral niet te denken aan zijn familieleden.

Lesgever was 16 toen hij te verstouwen kreeg dat 42 van zijn naaste familieleden in concentratiekampen waren omgekomen. En hoewel geen van hen naar Bergen-Belsen werd gedeporteerd, kiest Lesgever eind jaren zeventig dit concentratiekamp uit om zijn dierbaren te herdenken. De beschrijving van zijn ervaring daar komt overeen met die van Berthe Meijer: ‘Op deze plaats begreep ik dat het schuldgevoel dat diep in ons, de overlevenden, geworteld zat, heel terecht was. Ook al had je geweten hoe het eind van je deportatie eruit had gezien. Weer moest ik huilen, en weer deed ik geen poging de tranen tegen te houden, want wie daar niet huilt, maakt een zinloze omgang.’

Deze oorlogskinderen kregen levenslang. Na de bevrijding hield voor hen de ellende niet op en het ergste was: ze konden of wilden niet praten over wat hun was overkomen. Hun verdriet was te groot, de schaamte te diep. En dan waren er de schuldgevoelens ten opzichte van iedereen die er niet meer was of die hoger stond genoteerd in de hiërarchie van het leed. Maar bovenal was het uit zelfbehoud nodig om te zwijgen, verlies en verdriet te veronachtzamen omdat ‘alles weer gewoon moest worden; en wel zo gauw mogelijk’, zoals psycholoog en oud PvdA-Tweede Kamerlid Kees Kolthoff (1936) analyseert in zijn boek Veilige afstand. De geschiedenis van oorlogsherinneringen.

Kolthoff zat op diverse plekken ondergedoken. Anders dan Berthe Meijer en Lex Lesgever werd hij na de bevrijding herenigd met zijn ouders, broer en zusje. Alle gezinsleden hadden de Holocaust overleefd, maar over wat iedereen persoonlijk had béleefd werd niet gesproken. Kolthoffs 13-jarige zusje was bij terugkomst na twee jaar concentratiekamp binnengestapt met de mededeling: ‘Zo, nu hebben jullie niets meer over mij te zeggen’. Zij had nog meer moeite dan de andere gezinsleden zich te voegen naar wat ‘gewoon’ genoemd werd.

‘Gewoon doen’, dat was wat van de overlevenden werd geëist en daarbij was er geen plaats voor terugkijken. Kolthoff hield zijn en andermans herinneringen bewust op afstand: ‘‘Voor mij geen Anne Frank, Etty Hillesum, Gerard Durlacher of Ed van Thijn’, schrijft hij. Dit afstand houden bood op den duur echter geen soelaas. Hij raakte bevangen door een ‘beangstigende leegte in mijn lijf, de volstrekte afwezigheid van gevoel.’

Iets soortgelijks beschrijft biochemicus Antoon Hout (1930) in Kind van de oorlog, een wrange autobiografie van een in Indië geboren zoon van een KNIL-militair, die in 1942 als verzetsman werd opgepakt en in Dachau het leven liet. Houts moeder werd uit de ouderlijke macht ontzet en haar kinderen, inclusief de 12-jarige Antoon belandden in akelige weeshuizen. Anders dan bij Kolthoff werkte bij Hout de verdringing als overlevingsstrategie niet. Hij werd ruim 35 jaar na de oorlog door de Stichting ’40-’45 voor honderd procent invalide verklaard. Die invaliditeit bestond uit een gevoelloosheid waardoor hij nooit ‘normaal’ kon functioneren.

Berthe Meijer, Lex Lesgever, Antoon Hout en al die andere kinderen die 65 jaar geleden ontredderd, ondervoed en verschrikkelijk alleen uit oorlog kwamen, was geen gewoon leven vergund. Van haar psychiater Hans Keilson, bij wie Berthe Meijer vanaf haar 29ste vier jaar in therapie was, leerde ze dat ze altijd alleen maar bezig was geweest met overleven, en dat ze nu moest leren ‘gewoon’ te leven. Maar hoe ze ook haar best deed en hoe succesvol en waardevol ze dat leven ook maakte, gewoon werd het nooit, omdat ze er niet in slaagde de oorlog op veilige afstand te houden.

Bitterheid spreekt er niet uit deze memoires. Wel spreekt er uit deze schitterende verhalen ook trots. Ze hebben het gered, deze oorlogskinderen en de moed gevonden hun confronterende herinneringen een vorm te geven om met zichzelf en ons te kunnen delen.

Antoon Hout: Kind van de oorlog. Aspekt, 147 blz. €18,95

Kees Kolthoff: Veilige afstand. De geschiedenis van oorlogsherinneringen. Aspekt, 122 blz. €18,95

Lex Lesgever: Nooit verleden tijd. Meulenhoff Boekerij, 221 blz. €17,95

Berthe Meijer: Leven na Anne Frank. De Bezige Bij, 270. blz. €18,90