Het ettert in België

De Belgen dachten: wij hebben onze portie misbruik wel gehad, met Dutroux.

Maar ze hadden buiten de bisschoppen gerekend.

Buiten België werd de afgelopen maanden het ene na het andere schandaal van seksueel misbruik in de Katholieke Kerk onthuld. Buiten België, zo bleek, had de Kerk van alles geprobeerd om de verhalen over pedofiele priesters geheim te houden.

In België zelf was dat anders, dachten medewerkers van het bisdom en ook de hoofdredacteur van Kerk en Leven, een van de grootste weekbladen in Vlaanderen. België had in 1996 de zaak van kinderverkrachter en moordenaar Marc Dutroux gehad, en daarna waren er ook verhalen over seksueel misbruik in de kerk naar buiten gekomen. „Ik dacht steeds: wij hebben zo’n etterbuil al gehad”, zegt Eric De Beukelaer, woordvoerder van aartsbisschop Léonard. Bij de kerkelijke commissie waar sinds 2000 seksueel misbruik gemeld kan worden, waren tot ruim een week geleden niet meer dan zo’n dertig klachten binnengekomen.

Maar toen bleek, zoals hoofdredacteur Bert Claerhout van Kerk en Leven het zegt, dat „het kwalijke verleden toch niet met wortel en tak was uitgeroeid”. Op maandag, vandaag twee weken geleden, hield de bisschop van Brugge, Roger Vangheluwe, een toespraak waarin hij seksueel misbruik van kinderen droevig en schandalig noemde. Een dag later gaf hij toe dat hij zelf jarenlang zijn neefje had misbruikt en op vrijdag accepteerde het Vaticaan zijn ontslag.

Meteen daarna begonnen klachten binnen te stromen bij de kerkelijke commissie, nu al meer dan 120. Afgelopen donderdag raakte aartsbisschop Léonard zelf in opspraak. Hij zou hebben geprobeerd een slachtoffer van seksueel misbruik af te kopen. Vrijdag verschenen verhalen over nóg een slachtoffer van de bisschop van Brugge. Bert Claerhout: „Ik vrees voor een lange periode van ellende.”

Rik Devillé, priester in het Vlaamse dorp Buizingen, zat met kromme tenen voor de televisie als hij daar hoorde zeggen dat het in België zou meevallen met de seksschandalen. Hij wist wel beter. Meteen nadat hij in 1992 een kritisch boek had geschreven over de Katholieke Kerk, De Laatste Dictatuur, waren mensen hem gaan vertellen over hun ervaringen met pedofiele geestelijken. Samen met een collega richtte hij de werkgroep Mensenrechten in de Kerk op. Van 1993 tot 1998 verzamelde die zo’n driehonderd verhalen over seksueel misbruik.

Devillé ging met slachtoffers langs bij bisschoppen om te vertellen over verdachten in hun bisdom. Bij bisschop Vangheluwe kwam hij nooit binnen. Wel bij de aartsbisschop die begin dit jaar afscheid nam, kardinaal Danneels. Devillé: „Híj wist: als hij me buiten laat staan, bel ik de pers.”

Devillé zegt dat hij van Danneels, die bekend staat als zachtaardig, te horen kreeg dat hij de Kerk kapotmaakte. Devillé zegt ook dat Danneels nooit echt reageerde op de verhalen. Hij zou bidden voor de slachtoffers en hij vond dat die zélf bij hem hadden moeten komen. Dat hoefde toch niet via de priester uit Buizingen? Jarenlang was Devillé discreet over zijn ontmoetingen met Danneels. Totdat Danneels zei dat hij nooit iets had geweten over het misbruik door bisschop Vangheluwe. Toen zei Devillé in de kranten: „Hij wist het wel. Ik heb het hem verteld.”

Danneels gaf er een persconferentie over, maar zijn reputatie raakte beschadigd. Door de stelligheid van Devillé bleef de indruk bestaan dat Danneels niet de waarheid vertelde. „Dat heeft hij verdiend”, zegt Devillé. „Had hij maar moeten luisteren.”

Eind jaren negentig hadden Devillé en de slachtoffers die hij kende de hoop verloren dat er iets met hun getuigenissen werd gedaan. De klachtencommissie die er kwam, veranderde daar niets aan. Devillé hoorde van slachtoffers dat ze hun verhaal telefonisch moesten doen. En soms werd een procedure tegen hen aangespannen omdat hun zaak verjaard was: de beschuldigingen konden daardoor worden gezien als „laster en eerroof”.

Devillé vergelijkt de manier waarop de Kerk met de verhalen omgaat met een vieze ruit. Onder druk van de media wordt er nu aan de buitenkant schoongemaakt, zegt hij. „Maar je denkt toch niet dat Vangheluwe opeens tot inkeer en bezinning is gekomen?” Er zijn wel aanwijzingen, zegt Devillé, dat de Kerk aan de binnenkant wil poetsen. De voorzitter van de klachtencommissie kwam langs, de bisschop van Antwerpen belde om te vragen of hij de dossiers over Antwerpen kon krijgen.

De woordvoerder van Léonard zegt dat Devillé misschien niet altijd serieus werd genomen, omdat hij door zijn kritische boek wel erg weinig mainstream was. Maar Léonard wil nu „tot elke prijs” dat de waarheid bekend wordt. „Hoe pijnlijk ook.”