Denkend aan Holland zie ik vele papieren

Kleurenfolders en planprocedures nemen het over van de politiek en maken bewoners van het Waalland rijp voor verwoesting van klassiek Hollands rivierlandschap.

De Waal, rivier die ons land doorsnijdt, is ieders paradijs. Voor stuurlieden die blijmoedig de stroom bevaren, voor noeste werkers in bloeiende oeverbedrijven, voor rusteloze delvers van zand en klei, voor verdedigers van dijken, voor eenvoudige en eerlijke lieden die daarachter wonen, voor ontwikkelaars van buitendijkse bouwwerken, voor scheppers van nieuwe, tienduizenden jaren oude oernatuur buiten de dijk, voor toeristen en recreanten die in deze inspirerende omgeving rust mogen genieten.

Ook is de rivier een eldorado voor nijvere voorlichters die ons van al dat Waalgeluk op de hoogte stellen via hun internetsite Waalweelde.nl. Er staat hoe iedereen nog meer kan scheppen, toeren, recreëren, graven, wonen en varen dan nu: „De Waal en haar oevers worden veiliger en mooier!” En burgers hoeven niet bang te zijn: het kan allemaal tegelijk.

Belangenorganisaties, ambtenaren, wethouders, projectontwikkelaars en de overheid maken in Waalweelde één ontwerp voor het buitendijkse gebied van de Gelderse Waal, de uiterwaarden. Waalweelde, een ingenieus systeem met acht zogenoemde enveloppen van A, B, C en zelfs lopende projecten. Waalweelde: de slimste consultants werden betaald, gelaafd en gevoed om hun verbeelding de vrije loop te laten.

In de kleurrijke nieuwsbrief van Rijkswaterstaat over de Heesseltsche Uiterwaarden opent de blij lachende omgevingsmanager Fred Tank zijn dichterlijke aderen over het overleg in enveloppe 7: ,,Een avond in november in ’t Veerhuis van Varik. Binnen schuiven vijftien mensen aan een lange tafel. Het is het eind van de laatste werksessie van een serie van zes. We hebben een nieuw alternatief, een nieuwe variant van de Mer gemaakt.”

De Mer. Dat is de milieu-effectrapportage. Een rapport. „Als ik er nu op terugkijk, vind ik het misschien wel het hoogtepunt van het project Heesseltsche Uiterwaarden tot nu toe”, besluit hij. Denkend aan Holland zie ik stapels papieren.

Waarom dan nog steeds kniesoren die het niet begrijpen? Ze kregen Tanks nieuwsbrief in de bus. Een erker in het kleine huis van Piet van den Heuvel op een terp in het buitendijkse gebied biedt spectaculair uitzicht op een zomerdijk, door groen landschap met gele bloemen, prikkeldraad en in de verte een bos. Op de rivier glijden grote schepen langs. Een volmaakte omgeving, maar toch schijnt er de schop in te moeten. Hij zit in de adviesgroep voor het project. We zitten gebogen over kaarten met een ‘nulalternatief’, ‘compromisplan 2008’ en een ‘geoptimaliseerd compromisplan’.

Zes jaar geleden waren de bewoners het na jarenlange discussies eens geworden over een geul van 50 meter breed buiten de zomerdijk om de steeds hogere waterstanden op te vangen. Dat plan werd niet uitgevoerd, want later werd bedacht dat de doorstroming ook kan worden bevorderd door de kribben te verlagen. Dat gebeurt nu.

Toch werd er in 2008 plotseling een ander project opgezet voor een geul van 100 tot 150 meter breed. Om andere reden dan het niet uitgevoerde plan van 2004. De uiterwaarden worden nu deel van de Ecologische Hoofdstructuur, een snipper van het Europese Natura 2000, een plan dat als een komeet uit de hemel is neergeploft. Een nieuw rapport had bepaald dat de natuur van de uiterwaarden niet interessant is. Dus die moet worden verbeterd. Maar volgens de nieuwsbrief gaat het nog steeds om doorstroming van het Waalwater. Welk van de twee is het nu? Maar de hele planprocedure begon opnieuw.

Je gaat dan als bewoner denken aan samenzweringen. Heeft Gelderland extra geld nodig uit zandwinning? Moet Heesselt ruimte maken voor grote bouwprojecten die elders de doorstroming van de rivier afremmen? Het staat niet in Waalweelde.nl.

Van den Heuvel kent zo’n nieuw natuurgebied nabij Zaltbommel. Hij laat de foto’s zien. Pelotons bruine brandnetels, legers braamstruiken, regimenten ridderzuur en droge houten stammetjes die het zicht op de rivier ontnemen. De recreant mag de verdorde planten in een kijkhut gadeslaan. Van den Heuvel vreest dat zijn omgeving dat ook te wachten staat, want Staatsbosbeheer heeft nog geen geld voor onderhoud gereserveerd. En dan groeit de nieuwe vaargeul meteen dicht met wilgen, weet hij, en de rest slibt dicht. „Dat hindert de doorstroming en dan gaat het waterpeil omhoog”, voorspelt hij. In de verte, op het terrein van Staatsbosbeheer, wijst hij op knotwilgen die elk moment dreigen te splijten omdat hun pluizenbossen van wijduitstaande takken in geen jaren meer zijn bijgewerkt. Er staan al borden die waarschuwen tegen Schotse hooglanders die op komst zijn. De stevige, witbesnorde professionele klusjesman Van den Heuvel, veteraan in de papieren-plannenstrijd, schudt het hoofd.

Wat een contrast met het vlakke cultuurland van oude kuilen van de gesloten steenfabriek, knotwilgen, zwartbonte koeien, weidevogels en ’s winters water of soms stukken berijpt of besneeuwd gras. Onder de wolken. Zo Hollands als de ruïne van Drachenfels langs de Rijn Duits is. Die natuur moet worden onderhouden. Maar deskundigen vinden dat geen natuur. Geen politiek, geen debat. Alleen commissies, planprocedures en stapels voorlichting. Niemand begrijpt het. Ik mis partijstandpunten over de brandnetelboeren van Staatsbosbeheer.