De platformen zijn roestig, en er is geen controle

Het olieplatform in de Golf van Mexico zonk. En er zouden meer kunnen volgen.

De oorzaak lijken de financiële markten te zijn: die voeren de druk te veel op.

De eerste met olie besmeurde jan-van-gent is al gevangen. Maar bij deze ene zeevogel zal het niet blijven. De olievlek in de Golf van Mexico heeft inmiddels de Mississippi-delta bereikt, een biologisch rijk, maar ook kwetsbaar gebied. De olievlek zal daar de levens van krabben, oesters, strandvogels en allerlei andere planten en dieren bedreigen. Het zou wel eens kunnen uitgroeien tot de ergste natuurramp in Amerikaanse wateren, zo wordt gezegd.

De kans dat zich de komende jaren elders in de wereld nog een keer zoiets voordoet is gegroeid, zeggen veiligheidsdeskundigen. De risico’s in de olie- en gaswereld nemen toe.

Dat zegt onder meer hoogleraar Patrick Hudson van de Technische Universiteit Delft. Hij is specialist op het gebied van de menselijke factor in veiligheid. Hij schetst een angstaanjagend beeld van factoren die het risico op een olieramp hebben verhoogd. „Het verbaast je dat het niet al vaker is misgegaan”, zegt Hudson aan de telefoon vanuit Singapore.

Hij somt op. De gebruikte olieplatforms verouderen. Technisch moeilijke olieboringen in extreem diep water, zoals in dit geval in de Golf van Mexico op een diepte van 1.500 meter, komen steeds vaker voor. In Brazilië, voor de kust van West-Afrika. Verder controleren toezichthouders amper op het naleven van veiligheidsregels op platforms. En oliemaatschappijen staan onder immense druk van beursanalisten om projecten zo snel en goedkoop mogelijk uit te voeren, zodat ze de maximale winst halen voor hun aandeelhouders. „Ik zie het risico toenemen”, zegt Hudson.

Dat zegt ook Serge Diekstra, directeur van het Leidse bedrijf Governors, dat software ontwikkelt voor risicoanalyses, onder meer voor de olie- en gaswereld. Diekstra zegt dat er in 1988 voor boorbedrijven strengere veiligheidsregels zijn gekomen, na de ramp met het platform Piper Alpha in de Noordzee, waarbij 167 mensen om het leven kwamen. Diekstra heeft meegewerkt aan het opstellen van de nieuwste internationale richtlijnen. Sindsdien moeten bedrijven bij het aanvragen van boorvergunningen tot in detail hun procedures omschrijven wat betreft gezondheid, veiligheid en milieu. Maar toezichthouders controleren amper of de procedures ook worden nageleefd op de platforms. Dat doen ze misschien wel op papier, zegt Diekstra, maar zelden in de praktijk. „Die hele controle is een wassen neus”, zegt hij. Alleen Australië en Noorwegen doen het adequaat, volgens hem.

Hoogleraar Hudson herkent dat beeld. Er is volgens hem een schreeuwend tekort aan kennis bij de toezichthouders. Eigenlijk zouden experts vanuit de boorbedrijven bij toezichthouders moeten gaan werken. Maar dat gebeurt niet, omdat het verschil in salaris veel te groot is. De overheid, waaronder de toezichthouders vallen, betaalt veel te slecht.

Diekstra zegt verontrust te zijn dat het ongeluk juist Transocean is overkomen. Het Amerikaanse bedrijf was de eigenaar van het boorplatform Deepwater Horizon dat anderhalve week geleden is gezonken, op vijftig kilometer voor de Amerikaanse kust. Volgens Diekstra staat Transocean bekend als een van de beste en veiligste bedrijven in zijn sector. „Als die dit ongeluk heeft, maak ik mij grote zorgen over de rest van de industrie.” Volgens hem wordt er in de offshore industrie – de winning van olie en gas op zee – veel met „roestend materiaal” gewerkt, door „cowboys” die „de goedkoopste oplossing waar ze nog net mee wegkomen” gebruiken.

Ook Hudson zegt verrast te zijn. Hij is dat op zijn beurt omdat het BP is overkomen, het Britse energiebedrijf dat het platform van Transocean had ingehuurd. BP heeft zijn veiligheidseisen de laatste jaren enorm opgeschroefd, zegt Hudson, nadat het in 2005 ernstige reputatieschade had opgelopen als gevolg van een aantal incidenten. Zo deed zich een explosie voor bij de raffinaderij in Texas, waarbij vijftien werknemers om het leven kwamen. Hudson deed toentertijd veiligheidsanalyses bij BP. „En dan toch gebeurt dit nu.”

Volgens Hudson zit de kern van het probleem bij de financiële markten. De druk op energiebedrijven om ieder kwartaal maar weer klinkende winstcijfers te presenteren is groot. Bedrijven bezuinigen, en schrappen al het vet weg. „Op de raffinaderij van BP in Texas hadden ze bijvoorbeeld op veiligheidstrainingen gekort”, zegt hij. Volgens Diekstra worden er bonussen verstrekt aan platformmanagers als ze erin slagen een project sneller en goedkoper uit te voeren dan gepland.

Als oplossing heeft Hudson al eerder voorgesteld om bijvoorbeeld beursanalisten vaker te confronteren met de gevolgen van hun acties, in dit geval een natuurramp. In het Verenigd Koninkrijk is er een gezondheids- en veiligheidscommissie die mensen rechtstreeks mag vervolgen. „Leg ze het vuur maar na aan de schenen”, zegt Hudson.

Intussen wacht Amerika in spanning af hoe groot de gevolgen van de ramp zullen worden. De Mississippi-delta is een van de slechtste gebieden waar zich zo’n ramp had kunnen voordoen. In een analyse van de Amerikaanse kustgebieden kwam de bioloog Erich Gundlach al in 1978 tot de conclusie dat moerasachtige gebieden en mangrovebossen het meest kwetsbaar zijn. Zo’n gebied is de nu getroffen delta. Gundlach trekt een vergelijking met de ramp in 1989, met de Exxon Valdez. Toen stierven zo’n 3.000 otters en 250.000 zeevogels en de effecten waren vijftien jaar later nog steeds in de natuur te zien. „Dit is echt een ramp.”