Bayern een gehate club, hoezo?

Bayern München mag zich dezer dagen verheugen in een opmerkelijk grote Nederlandse supportersschare. Voetballiefhebbers en -commentatoren spreken hun bewondering uit voor de prestaties van deze club en juichen zowaar bij een doelpunt van Bayern. Bevreemdend, Nederlanders die hun sympathie betuigen jegens een Duits voetbalelftal. Dat is weleens anders geweest.

Vooral ouderen herinneren zich de WK-finale van 1974, toen gehate Bayernspelers als Franz Beckenbauer, Gerd Müller, Uli Hoeness, Paul Breitner en Sepp Maier het zo bewierookte Oranje van de wereldtitel afhielden. En dan was er de halve finale van het EK van 1988, toen Ronald Koeman na afloop zijn gat afveegde met het shirt van de Duitser Olav Thon. Of dat moment in de achtste finale van het WK van 1990, toen Frank Rijkaard een fluim in het haar van de Duitser Rudi Völler spuugde. Duitse voetballers, vooral die van Bayern, zijn jarenlang gehaat in Nederland.

Neem de manier waarop de club uit München in november 1978 het afscheid van Johan Cruijff bedierf. Bayern vernederde Cruijff in het Olympisch Stadion met 8-0. Dat doe je toch niet? Bayern wel. Want wie zo omgaat met zijn gasten als het Ajaxbestuur, vraagt om wraak. Bayern werd bij aankomst niet op Schiphol verwelkomd, moest per taxi naar de stad waar het in een tweederangs hotel moest logeren. Tijdens de warming-up werden Duitse spelers uitgemaakt voor nazi-Schweine, zeiden Maier en Breitner later.

Diplomaten deden jarenlang vergeefs moeite de Nederlands-Duitse verhoudingen te verbeteren. Nu staat de Nederlandse coach Louis van Gaal aan de basis van de successen van Bayern en maakt Arjen Robben de doelpunten. Van haat jegens Bayern is geen sprake meer, want Beieren is van Nederland. Nu straks op het WK een beetje waardering voor alle Duitsers. Dat zou mooi zijn. Hoe voetbal toch nog kan verbroederen, al is het maar dankzij Nederlands chauvinisme.

Guus van Holland