Apple neemt risico met ban Flash

Je bent vóór ons of je bent tegen ons. Dat lijkt de boodschap van Steve Jobs te zijn aan het adres van de producenten van software voor Apples populaire iPhone, als we de jongste ruzie met Adobe als richtsnoer mogen nemen.

Jobs heeft de redenen opgesomd waarom hij de Flash-software van Adobe op de iPhones en iPads blokkeert. Een deel daarvan klinkt redelijk. Nu een van zijn kernproducten is verbannen van een potentieel grote markt heeft Adobe daar natuurlijk last van – zijn beurskoers is met 6 procent gedaald, nadat het conflict vorige week escaleerde. De marktwaarde van Apple is daarentegen grotendeels stabiel gebleven. Maar zelfs tegen de achtergrond van de gestage groei van Apple in de sector voor mobiele telefoons is dit een riskante strategie.

Flash is een alom gebruikte standaard voor video en reclame op het web. Veelzeggend genoeg bracht Jobs de verdediging van zijn standpunt naar buiten op de dag vóór de lancering van de nieuwste iPad van Apple, met snelle UMTS-verbinding. Het lijkt voor de hand te liggen dat de kopers daarvan heel veel video zullen willen zien.

Een deel van de argumentatie van Jobs is helder genoeg – Flash doet de batterijen van Apple-apparatuur snel leeglopen, en de software staat erom bekend regelmatig vast te lopen en qua veiligheid te wensen over te laten. Andere argumenten, bijvoorbeeld dat er een nieuw videoformaat voorhanden is (ook al wordt dat nog maar weinig gebruikt) en het idee dat de software van Adobe ‘gesloten’ is, maken een minder overtuigende indruk.

Maar Apple heeft geen monopolie op mobieltjes, zodat het concern zonder enige belemmering kan beslissen welke software op zijn toestellen mag draaien. Het groeiende marktaandeel lijkt aan te tonen dat de gebruikers weinig problemen hebben met deze gang van zaken. De iPhone heeft een aandeel van 16,4 procent op de wereldwijde markt voor smartphones, aldus marktonderzoekers van Strategy Analytics – tegen 11 procent een jaar geleden.

Dat is de reden dat deze stap eerder een aanwijzing lijkt dat Apple zijn toenemende gewicht wil laten voelen. De belangrijkste klacht van Jobs is dat Flash software-ontwikkelaars in staat stelt applicaties te ontwerpen die op verschillende platforms kunnen worden gebruikt. In zijn ogen leidt dit tot krakkemikkige software die overal slecht draait.

Zijn besluit kan veel kleinere ontwikkelaars ertoe dwingen te kiezen of ze programma’s willen maken voor de apparatuur van Apple of voor die van concurrenten als Googles Android of Research in Motion (Blackberry). Het is immers duur om voor verschillende platforms tegelijk te ontwerpen. Velen zullen ongetwijfeld eerst voor Apple kiezen, omdat Apple bijna vijf maal zoveel applicaties in zijn App Store heeft staan als de naaste concurrent Android. Hoe meer toeters en bellen een telefoon heeft, des te meer klanten hij waarschijnlijk zal trekken.

Maar de markt voor smartphones ontwikkelt zich snel. Als klanten besluiten dat ze toestellen willen waarop de software van Adobe kan draaien, of als ontwikkelaars liever met Google in zee gaan, kan Apple zijn aura van onoverwinnelijkheid verliezen – en spijt krijgen van de verbanning van Flash.

Robert Cyran