Altijd bezig om het verhaal van vrijheid door te geven

Nine Nooter, directeur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, draagt „de notie van de grote vrijheid” uit. Prudent en doortastend. „Ze is geboren voor deze baan, die zoveel engagement vergt.”

De koningin vindt het vast niet erg dat ze dit vertelt. Els Borst, minister van Volksgezondheid (1994-2002), zat in 1997 tijdens het bevrijdingsconcert op 5 mei naast haar. De dames raakten „aan de babbel”. „Reuzegezellig, maar toen was daar achter ons ineens Nine Nooter.” Die maakte vorstin en minister erop attent dat ze steeds in beeld waren en dat al hun gepraat geen goede indruk maakte. „Zulke dingen ziet Nine, en die lost ze op, vriendelijk, discreet.”

Nine Nooter. Een tanige, sportieve verschijning, grijze kuif, rookster. Bijna sinds het ontstaan in 1987 verbonden aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei, sinds 1996 als directeur.

Volgens Borst, lid van het dagelijks bestuur van het comité, „een vrouw met een missie”. „Ze is heel creatief. Dan krijg je weer een mailtje: ‘Tijdens een lange wandeling met de hond bedacht ik....’ en dan komt er weer een idee. Zoals bijvoorbeeld de vrijheidstrein, dit jaar.” Nooters bordercollie heet Think.

Het pand van het Comité, een voormalige kweekschool, ligt strategisch: om de hoek bij Theater Carré, tussen de Amstel en de Dam in Amsterdam. Het zijn de plekken die er toe doen, op de twee dagen waaraan het Comité zijn naam ontleent. De medewerkers pendelen tussen de Nieuwe Kerk en de Dam, waar de herdenkingsceremonies van 4 mei plaatshebben, en de pontons op de Amstel, voor Carré, waar het 5-meiconcert wordt gegeven.

4 en 5 mei zijn slechts een deel van het werk van Nooter (53) en haar achttien medewerkers. Ze houden zich ook bezig met ‘zin- en richtinggeving’ van herdenken en vieren, het bevorderen van afstemming en samenhang – landelijk, provinciaal en lokaal – en met voorlichting. Daarnaast zijn er de dertien bevrijdingsfestivals, de 5-mei-ochtend, de oorlogsmonumenten, de educatieve projecten, de mediacampagnes, de Webgids Tweede Wereldoorlog. Ook wordt voortdurend nieuw onderzoek uitgezet, ten behoeve van voorlichting en onderwijs.

Zeer noodzakelijk bij dit alles: rekening houden met de duizend-en-één gevoeligheden van evenzoveel groeperingen en dus, zoals Nooter zelf zegt: „Met ze praten, praten en praten.”

Hoe nauw communicatie over 4 en 5 mei luistert, bleek weer eens toen de Duitse ambassadeur in Nederland in de tv-serie De Oorlog liet weten niet uitgenodigd te worden op de Dam, omdat zijn aanwezigheid nog steeds te gevoelig zou liggen. Niets van waar. 4 mei is een nationale herdenkingsdag: er is geen enkele buitenlander bij, ook geen vertegenwoordiger van de bevrijders van Nederland.

Nooter pakte de kwestie op een haar typerende manier aan. Allereerst nam ze contact op met de ambassade. Toen wendde ze zich tot ‘de politiek’, met de vraag of de discussie wellicht moest leiden tot verandering. Dat was niet zo. Daarna pas schreef Nooter een opiniestuk, voor deze krant en de Volkskrant, om de kwestie recht te zetten.

Hetzelfde doet ze bij de vernieuwing, die zijzelf noodzakelijk acht. Jan van Kooten, sinds 2006 mededirecteur van het Nationaal Comité: „Ze zoekt politiek en maatschappelijk draagvlak voor de herdenking, zonder degenen om wie het gaat, de oorlogsgetroffenen, te vergeten.”

Halverwege de jaren negentig wilde men het herdenkingsritueel op de Dam bekorten. Een uiterst delicate operatie: er werden meer dan tachtig kransen bij het Monument gelegd, allemaal met een apart vernoeming. Nooter stelde voor een commissie in het leven in te roepen, onder leiding van oud-minister van Cultuur Til Gardeniers, die een nieuwe opzet moest bedenken.

De vernieuwing werd in 2000 ingevoerd, pas drie jaar na de installatie van de werkgroep. Voortaan werden er nog maar vijf kransen gelegd. Dankzij Gardeniers, zegt Nooter. Maar volgens Ruud Hemmes, oud-verzetsstrijder en voorzitter van het Samenwerkend Verzet, liet zij zich ook niet onbetuigd. „Ze riep de betrokken organisaties bij elkaar om uit te leggen wat ze wilde doen. Iedereen kon zijn zegje doen. En iedereen vertrok uiteindelijk met het idee: zo is het beter.”

Nooter werd geboren in Rijswijk, als jongste in een gezin met nog twee zusjes en een broer. Haar vader was doopsgezind predikant, haar moeder onder meer actief bij de oprichting van de Wereldwinkel. Er werd gestemd op de Pacifistisch Socialistische Partij. Aan tafel werd gediscussieerd, over politiek, softdrugs, onrecht en oorlog. Over het recht op onderwijs en het ontplooien van je talenten.

„We leerden mondig te zijn, en conflict niet uit de weg gaan. Je kan het ook oneens zijn met iemand”, zegt haar zus Eva over die tijd. Hoewel haar vader ondergedoken had gezeten, was ‘40-45’ geen bijzonder onderwerp van gesprek thuis. Nine volgde catechisatie bij haar vader, maar liet zich nooit dopen. Daar zijn nooit woorden over geweest: keuzevrijheid past bij de nadruk die haar ouders legden op de eigen verantwoordelijkheid.

„Nine houdt graag alle touwtjes in handen”, zegt Pauline Kruseman, oud-directeur van het Amsterdams Historisch Museum en acht jaar bestuursvoorzitter van het Comité 4 en 5 mei. „Ze is zich zeer bewust van hetgeen 4 en 5 mei vertegenwoordigen. Het zijn nationale momenten waarin het staatshoofd een centrale rol speelt. Het zijn niet zomaar leuke feestjes op de Dam en op de Amstel.”

Voor Nooters onbevangenheid „en vooral nieuwsgierigheid” heeft Kruseman diepe bewondering . „Op 6 mei stelt zij zich steevast dezelfde vragen. We doen het nu wel zo, maar is het niet sleets? Wat herdenken we ook weer, wat vieren we? Welk thema nemen we dit jaar? Spreekt dit jongeren aan?”

Ook NS-projectmanager Ton Honing, die met Nooter samenwerkte om de vrijheidstrein te laten rijden, vindt het knap hoe zij met de tijd mee gaat. Zo zal ze de ideeën die de bezoekers van de trein aandragen gebruiken om het beleid voor de komende jaren vast te stellen.

Honing: „Ze zoekt telkens naar nieuwe vormen om het verhaal door te geven. Niet het verhaal van de Tweede Wereldoorlog, maar het benul dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.”

Oud-minister Borst wijst op de jongeren die Nooter jaarlijks bij het bureau van het Comité binnenhaalt. „Die geeft ze de vrije hand bij het bouwen van de website, bijvoorbeeld. Het is weliswaar niet gauw goed, ze is veeleisend, maar ze weet desondanks te enthousiasmeren.”

Organisatieadviseur en vriendin Marijke Braams leerde Nine kennen in het derde jaar van het montessorilyceum in Zeist. Haar vader was toen predikant in Utrecht en het gezin woonde in De Bilt. Ze noemt haar vriendin „ongelooflijk doortastend”. Na het eindexamen en vóór aanvang van hun studie psychologie gingen Nooter en Braams, achttien jaar oud, naar Parijs. Liftend, want geld hadden ze niet. Op de terugweg, halverwege België, begon de vrachtwagenchauffeur zich af te trekken.

„Nine zat naast hem, ik naast haar. Ze zei tegen me: ‘Marijke, die man doet dingen die wij niet willen. Zet je schrap, ik ga nu tegen hem uitvallen.’ Waarop ze een zo grote keel opzette dat die man onmiddellijk zijn wagen aan de kant zette en ook nog braaf onze rugzakken uitlaadde. Ik was verlamd van schrik, maar zij doet in een crisissituatie intuïtief precies het goede. Onverschrokken. Mijn man en ik hebben een huis in de bergen, in Italië. Als Nine er logeert, vertrekt ze ’s ochtends vroeg met de hond en keert ze pas tegen het vallen van de avond terug. Ze is nooit bang.”

Braams is ervan overtuigd dat Nooter veel van haar medewerkers eist, maar ook „streng voor zichzelf” is. „In de vijfde klas zouden we met z’n tweeën een werkstuk maken over vivisectie, waar Nine, destijds vegetarisch, tegen was. Ze regelde dat we een schedeloperatie van een hond op de faculteit diergeneeskunde in Utrecht konden bijwonen. Ik was doodsbenauwd, Nine niet. Maar toen de geur van verschroeid vlees onze neuzen binnendrong, ging zij onderuit en ik niet. Het is tekenend: ze weigert zich rekenschap te geven van haar eigen angsten of grenzen. Niet zeuren, maar doen wat gedaan moet worden.”

Nooter werd in 1989 gevraagd als secretaris jeugdvoorlichting bij het Comité 4 en 5 mei, omdat zij voor het Studiecentrum Volwasseneducatie onderzoek had gedaan naar voorlichting over de oorlog. Ze pendelde vanaf dat moment tussen Amsterdam en Groningen, waar zij woonde met haar man Ton Broekhuis, directeur van fotomanifestatie Noorderlicht. Dat reizen viel haar zwaar. Daarom aanvaardde ze een baan bij een Gronings onderwijsadviesbureau. Maar toen stierf plotseling de nieuwe directeur van het Comité, in februari. Er was nog nauwelijks een programma voor de vijfde mei. Ze kon, zegt ze nu, „niet anders dan terugkeren – en ruzie krijgen met het adviesbureau. Iemand moest het doen.”

Gerard de Kruijk, oud-studiegenoot in Groningen en altijd bevriend met haar gebleven, verbaasde dat niet. „Ze is geboren voor deze baan, die zoveel engagement met de samenleving vereist. Ze is bevlogen en strijdbaar. We zijn kinderen van de democratiseringsgolf. Nine was in no time lid van de subfaculteitsraad. Daarin kon ze fiks van leer trekken – maar altijd met, voor en namens anderen. Het werd nooit een onewomanshow. Dat vond ik toen al heel bijzonder.”

Ook De Kruijk brengt Nooters perfectionisme ter sprake. „Ze volgde in het eerste jaar een cursus onderwijsvernieuwing en daarvan klopte volgens haar niet veel. Het jaar erop ontwikkelde ze in opdracht van de wetenschappelijk medewerker een betere cursus en gaf die ook. Haar inspanningen stonden niet in verhouding met wat ze ervoor kreeg. Nog steeds niet. Ze is altijd aan het werk. Haar ex vroeg mij hoe hij met die werklust moest omgaan. We komen beiden uit een calvinistisch nest: ik herken bij haar de notie dat je niet voor niks op aarde bent. Dat zit er diep in bij Nine.”

De kritische studente Nooter viel ook Henk Dekker op, hoogleraar politieke socialisatie en integratie aan de Universiteit Leiden. Hij begeleidde haar afstuderen. „Als ik een betoog hield tijdens het college, vroeg Nine na afloop op welk onderzoek het was gebaseerd. Ze stelde alles ter discussie. De gesprekken gingen na het college vaak verder in de koffiekamer, en daarna in De Drie Gezusters op de Grote Markt. Als het over racisme ging, kon ze heel verontwaardigd zijn. Dan zat ze op het puntje van haar stoel. Nine was altijd bezig met de vraag: hoe kom je aan kennis, en hoe komt die kennis ten goede aan de samenleving.”

Bij het Comité speelt onderzoek nog steeds een grote rol. Nooter houdt niet van slagen in de lucht. Ze kan zich opwinden over de veronderstelling dat jongeren niets over de oorlog zouden weten. „Dan hebben ze gevraagd in welke plaats Wilhelmina voor het eerst weer voet op Nederlandse bodem zette. Onzinvragen dus. Jongeren zijn hartstikke positief. De oudste en de jongste generatie zijn naar mijn ervaring het meest betrokken. Anderzijds zijn er veel die denken dat de oorlog een conflict was tussen Nederland en Duitsland, met de jodenvervolging als aanleiding. Dat slechts zes landen in de wereld niet betrokken waren bij de Tweede Wereldoorlog, weten de meesten ook niet. Maar ons gaat het om de notie van de grote vrijheid, bij de gratie van afwezigheid van oorlog.”

„Een schat van een vrouw en een ongelooflijk pietje precies”, zegt Hein Jens, directeur van Carré, die koningin en gasten voor aanvang van het 5-meiconcert ontvangt. Pauline Kruseman beaamt dat die combinatie van eigenschappen bestaat: „Zij is het bewijs. Als bestuursvoorzitter begeleid je de koningin van het paleis op de Dam naar het monument. Met het oog op de twee minuten stilte op klokslag acht uur is dat secondenwerk. Dus ben je soms een seconde te laat of te vroeg. Over die seconde heeft ze het naderhand. De koningin, ook een perfectioniste, waardeert dat zeer.”