8.300 marmeren stenen uit Lasa

De Amerikaanse militaire begraafplaats Margraten telt 8.300 witte gedenkstenen.

Het Italiaanse marmer wordt liefdevol gepoetst door twee onderhoudsmannen.

Tijdens een bezoek aan de Amerikaanse militaire begraafplaats in Margraten ontmoette ik onderhoudsman Leon Blom (1954). In een haag van witte grafstenen stond hij zorgvuldig een marmeren kruis te poetsen. Hij vertelde dat dit werk tot zijn wekelijkse routine behoort.

In de gemeente Margraten in Zuid-Limburg eren 8.300 kruisen en davidsterren de Amerikaanse soldaten die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld bij de bevrijding van Nederland en België. Er zijn 8.301 soldaten begraven; twee niet geïdentificeerde soldaten liggen samen onder één steen.

De enige Amerikaanse begraafplaats van Nederland bevindt zich op een winderig plateau. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog is met de aanleg begonnen, toen bij de geallieerde opmars naar het noorden het Duitse verzet heviger bleekt te zijn dan was verondersteld. Om te voorkomen dat Amerikaanse soldaten op vijandelijke bodem hun laatste rustplaats zouden vinden, werden de gesneuvelden in groten getale naar Margraten overgebracht. Daar werden de lijken in witte matrashoezen gestopt en onder barre omstandigheden begraven.

In 1948 werden de Amerikaanse lijken weer opgegraven. De nabestaanden in de VS werd gevraagd of de lichamen gerepatrieerd, dan wel ter plaatse herbegraven moesten worden. Zo’n 10.000 gevallenen werden alsnog naar de VS overgebracht, 8.301 bleven in Margraten. In de jaren vijftig kreeg de begraafplaats haar huidige karakter. De graven werden in een waaiervormige structuur aangelegd en de houten kruisen werden vervangen door witmarmeren exemplaren.

De begraafplaats heeft zestien Nederlandse werknemers, die onder toezicht staan van een Amerikaanse superintendent. Het merendeel van de werknemers draagt zorg voor het groen op het uitgestrekte terrein. Leon Blom en Math Kirkels zijn samen verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen, de wegen en de grafzerken.

Elke week lopen Blom en Kirkels alle 8.300 kruisen na, speurend naar vogelpoep of andere verontrustende vlekken. In juni onderwerpen zij de grafstenen aan een nog grondiger inspectie; veel vogels laten dan het vlees van verse kersen op de stenen vallen. Die vlekken zijn hardnekkig. Na behandeling kan het nog weken duren voordat ze helemaal uit het marmer zijn getrokken. „Bij een vogeltje met diarree heb je ook een probleem”, vertelde Blom.

Alle witte marmeren grafstenen op het terrein komen uit de Noord-Italiaanse plaats Lasa. Kenmerkend voor dit marmer is zijn opvallend witte kleur. Misschien werd destijds juist om die reden voor deze marmersoort gekozen en niet voor het kwalitatief betere – want hardere – marmer uit Carrara, waaruit nagenoeg alle kruisen op de begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog zijn gemaakt.

De marmergroeve van Lasa ligt hoog tussen de besneeuwde bergtoppen en is alleen in de zomermaanden goed toegankelijk. Daardoor kost het Lasa-marmer tegenwoordig meer dan het drievoudige van het marmer uit Carrara. Toch kiest Blom voor het Noord-Italiaanse marmer als er een kruis vervangen moet worden, bijvoorbeeld wanneer een roekeloze tuinman een grafkruis omverrijdt. Want het marmer uit Carrara is lang zo wit niet als dat uit Lasa. En juist die zee van spierwitte kruisen vormt het visitekaartje van deze begraafplaats.

Behalve een wekelijkse onderhoudsbeurt krijgen de grafzerken jaarlijks een uitgebreide check-up. Met behulp van Muscodel, een milieuvriendelijk middel dat het gras om de grafsteen niet aantast, verwijdert Blom de groene aanslag van algen en korstmossen op de stenen. Bovendien zijn Blom en Kirkels nu al zomers achtereen bezig om alle grafstenen te polijsten – hun magnum opus.

In 1996 deed Blom een eerste proef: met behulp van een diamantschijf schuurde hij de poriën van het witte marmer machinaal dicht, tot een spiegelglad oppervlak ontstond. Nog 250 grafstenen en dan hebben Blom en Kirkels alle 8.300 exemplaren gepolijst. „Hartje zomer trekken we het regenpakje aan”, vertelt Blom. Dat moet hen beschermen tegen het water dat ze bij het polijsten gebruiken. Ondertussen houden ze zorgvuldig de buitentemperatuur in de gaten: „Onder de vijftien graden worden ze bevangen door de kou, en boven de dertig graden door de hitte.”

De kruisen en davidsterren staan stralend wit op het gladgeschoren gazon als Blom mij een rondleiding over zijn domein geeft. Hij toont me de gerestaureerde kruisen en laat de machines zien die vaak eigenhandig door de werknemers zijn aangepast voor specifiek gebruik .

We eindigen de tour in zijn werkplaats: het privémuseum van Leon Blom. Hier verzamelt hij alles wat hij tijdens zijn werk tegenkomt. Aan de achterwand prijkt een bonte verzameling van Amerikaanse vlaggetjes, een paashaas, een kerstman, een minigieter en beschilderde stenen. Eigenlijk mogen bezoekers alleen maar snijbloemen in een speciaal daarvoor bestemde plastic houder bij een grafzerk plaatsen. Dat geldt ook voor de leden van het burgercomité dat al tijdens de aanleg van de begraafplaats in 1944 begon met het adopteren van graven. Op speciale dagen (Memorial Day, de verjaardag van de gevallene etc.) zorgt de adoptieouder voor bloemen bij het graf. Sommigen willen toch ook graag iets persoonlijks achterlaten, zoals een speelgoedbeertje, een foto of een vlaggetje. Die worden na verloop van tijd overgebracht naar de werkplaats van Leon Blom.

Als hij trots lacht, zie ik zijn hagelwitte tanden, die, net als de kruisen, regelmatig in het gelid staan. Ik verdenk hem ervan dat hij op gezette tijden ook zijn tanden polijst, en ze minstens een keer per jaar met Muscodel onder handen neemt.