Wellicht ben ik dom, dik en naïef, maar ik zie 2025 niet somber in

De volksnederzetting rond Volendam, dat wordt pas een probleem in 2025, meent Stephan Sanders. Deel 11 in een serie.

Op 10 maart 1984 schreef Renate Rubinstein: „Het is uit de tijd om je van de toekomst nog iets moois voor te stellen.” Want er dreigden kernbommen en een economische crisis (what’s new?). Maar is het eigenlijk ooit ‘in de tijd’ geweest om optimistisch naar de toekomst te kijken? Van de oud-Griekse Cassandra tot aan Oswald Spengler met zijn Ondergang van het Avondland, en Samuel Huntington, die vijf jaar vóór 9/11 zijn Clash of Civilizations schreef – slecht nieuws voor iedereen, dat was toch het gezamenlijke motto.

Het voorspellen van doem en rampspoed staat geleerd, en bovendien kleedt pessimisme slank af –zoals moderedacteuren en architecten weten, die zich consequent in het zwart steken.

Ik loop dus groot risico voor dom, dik en naïef versleten te worden, maar ik zie het niet somber in. Terugkijkend in 2025 zal het decennium van 2000 tot 2010 in Nederland bekendstaan als dat van de Etnische Politiek. Men zal daar niet meewarig over doen, want er waren aanleidingen te over om etnische conflicten te vrezen, maar 24 jaar na de ineenstorting van de Twin Towers is er een zeker patina over de gebeurtenissen gevallen, zoals dat gaat met historische data.

Alleen zeer oude mensen willen nog wel eens de term ‘allochtoon’ in de mond nemen – dezelfde mensen die in een onbewaakt moment ook nog terugrekenen van euro’s naar guldens.

Net zoals de Ethische Politiek, die rond 1900 in Nederlands-Indië zijn opwachting maakte en daarna met de onafhankelijkheid van Indonesië elke zeggingskracht verloor, zo ook zal de Etnische Politiek aan relevantie verliezen.

Grappig genoeg maakt wel een ander antropologisch begrippenpaar z’n opwachting: het onderscheid tussen sedentairen en (semi-) nomaden wordt steeds belangrijker. Hier zien we een monsterverbond ontstaan tussen de oude kosmopolieten die altijd al weekendjes New York ‘deden’, tweede huisjes bezaten in Frankrijk en anders wel een conferentie moesten bezoeken in Kuala Lumpur. Hun rangen worden versterkt door de kleinkinderen van migranten, die net zo vanzelfsprekend tussen hun tweede of derde land heen en weer reizen als ministers tussen Den Haag en Brussel.

Een kleine, maar hardnekkige groep sedentairen moet van dit globalisme niets hebben. Het gaat hier vooral om wat vroeger de lagere welzijnsklasse werd genoemd, een groep die met heimwee spreekt over de tijd dat de SP en de PVV nog bestonden (politieke partijen, begin 21ste eeuw, red.). Zij voelen zich letterlijk achtergelaten in hun eigen land, en het meest opvallende is dat ook burgers met Marokkaanse, Surinaamse en Turkse wortels zich steeds meer tot dit sentiment bekennen.

We hebben in 2025 allang kennisgemaakt met de eerste vrouwelijke premier (de eerste van na de oorlog ook, die serieus met de gedachte speelde België te onderwerpen aan een politionele actie), en ook zwarte en bruine burgemeesters zijn, zeker in de grote steden, geen noviteit meer.

Problematischer zal de volksnederzetting worden rond Volendam, waar de gestaalde kaders van de sedentairen zich verschanst hebben, zoals ooit de Zuid-Afrikaanse politicus Terre’Blanche zich meer dan een kwart eeuw geleden terugtrok in Vensterdorp. Moet deze groep, die ‘bewust lokaal’ wil leven, tegen haar wil toch worden aangesloten op de glasvezelnetwerken? De regering betoogt dat onschuldige kinderen niet verstoken mogen blijven van de moderne media, waar de Zaangroep pleit voor het recht op eigen beperktheid.

Ten langen leste, na een langdurig debat in het parlement dat tot in de kleine uurtjes duurt, heeft de regering besloten een commissie in te stellen.

Stephan Sanders is columnist en schrijver. Onlangs verscheen De man en zijn lichaam (geschreven met Arie Boomsma).