Vakbond balanceert tussen vechten en praten

De vakbeweging zit in een spagaat: de harde kern van actievoerders aan de ene kant, de lobbyisten aan de andere. Na het succes van de schoonmaakstaking zijn de actievoerders aan zet.

Na praten, komt actie. Na de schoonmakers staken de straatvegers in verschillende gemeentes. Na maanden vruchteloos ‘polderen’ over de AOW, boekt de vakbeweging nu met een opvallende strategie succes. Organising, is het toverwoord. Ofwel terug naar de basis van de vakbond en de werkvloer op om werknemers actiebereid te maken en leden te werven. De stakende schoonmakers haalden er vorige week een loonsverhoging mee binnen en het regent nieuwe leden.

Haalt hiermee de vechtvleugel van SP’ers binnen de vakbeweging zijn gelijk? De werkgevers kijken met argusogen toe. Bernard Wientjes, voorzitter van de grootste werkgeversorganisatie VNO-NCW, trok vorige week samen met zijn collega’s van het midden- en kleinbedrijf aan de bel omdat „het overlegmodel” volgens hem wordt bedreigd door „radicalisering van een minderheid van de vakbondsachterban”.

Het is illustratief voor de spagaat waarin de vakbeweging zit: de harde kern van actievoerders aan de ene kant en de gematigde lobbyisten aan de andere.

Die gespletenheid leidt tot interne spanningen. Bij de ambtenarenbond AbvaKabo doen ontevreden vakbondsbestuurders zelfs een greep naar de macht bij de verkiezingen voor een nieuw bestuur, die deze maand worden gehouden.

„In de achterban van de vakbeweging smeult een veenbrand”, constateert Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt in Tilburg. „Leden zijn boos, omdat de leiding het afgelopen jaar met polderen – eindeloos overleggen – niets heeft bereikt en niet voldoende in staat is de achterban te mobiliseren.”

De vergrijsde traditionele achterban wil houden wat ze heeft, zoals AOW met 65 en WW van 38 maanden, terwijl de grote veranderingen op de arbeidsmarkt ook vragen om belangenbehartiging voor andere groepen zoals vrouwen, flex- en deeltijdwerkers.

„De leiding zit in een spagaat. Dat duurt te lang en dat stuit op weerstand zoals bij AbvaKabo.’’

Paul de Beer, bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, beaamt dat. „De vakbeweging is veel te defensief”, vindt hij. Op allerlei politieke maatregelen wordt behoudzuchtig gereageerd. Hervormen wordt gezien als „afbraak van sociale zekerheid” in plaats dat offensief met een eigen toekomstbeeld over de grote veranderingen op de arbeidsmarkt aan de weg wordt getimmerd.

De Beer: „In het huidige debat over aanpassingen van het sociale stelsel dreigen ze opnieuw achter de partijen aan te lopen en kansen te laten liggen. Neem de voorstellen van PvdA en CDA om de werkgevers bij de WW een grotere rol te laten spelen in de vorm van een eigen risico. Of het plan om de verantwoordelijkheid voor de sociale verzekeringen van de UWV naar de sociale partners te verschuiven.”

Bij de discussie over de AOW werd de behoudzucht pijnlijk zichtbaar. Nadat de bonden vorig jaar bakzeil haalden bij de AOW-onderhandelingen in de SER – het overlegorgaan van de sociale partners dat een alternatief voor het optrekken voor de AOW-verhoging zou bedenken – was de verbittering groot. Met haar zelfverzekerde uitspraak dat het wel zou lukken de AOW-leeftijd op 65 jaar te houden, overspeelde FNV-voorzitter Agnes Jongerius haar hand en wekte bij leden verkeerde verwachtingen.

Eind vorig jaar sloeg de frustratie om in boosheid toen Jongerius zich in een interview met de regionale pers bij de politieke realiteit leek neer te leggen omdat een Kamermeerderheid zich voor verhoging van de AOW-leeftijd had uitgesproken. Activistische kaderleden van FNV Bondgenoten en AbvaKabo FNV – de twee grootste bonden binnen de FNV – waren woedend over de uitlatingen van hun voorzitter die ‘capituleerde voor de politiek’. Rotterdamse kaderleden zoals Herman de Haas van Bondgenoten dreigden zelfs met een motie onder het mom ‘Agnes Exit FNV’. En kaderlid Patrick Meeuwisse van FNV Bondgenoten richtte uit protest zelfs een eigen bond op. De kloof tussen de leden en de top van de vakbeweging is te groot geworden, vindt hij. Met zijn nieuwe bond, de Nederlandse Vervoersbond (NVB), wil hij terug naar de basis: „Wij willen dat de werknemers weer een stem hebben.”

Aan het begin van dit jaar leken de gemoederen van de leden tot bedaren te komen. De motie Agnes Exit kwam er niet en binnen FNV Bondgenoten werd de roep van activistische SP’ers om ‘guerilla-achtige’ en ‘ontwrichtende’ acties omgebogen in het ‘zo hoog mogelijk opvoeren’ van de druk op de politiek. Vlak voordat Jongerius in januari op een hoorzitting in de Tweede Kamer moest verschijnen over de AOW, werd de rust hersteld en wist ze de leden te verenigingen op het plan voor de flexibele, welvaartsvaste AOW tussen 65 en 70 jaar – een AOW die ook mee stijgt met de levensverwachting.

Maar de eensgezindsheid was snel weer verdwenen. In maart kwam het bestuur van AbvaKabo onder vuur te liggen omdat ontevreden vakbondsbestuurders het niet eens zijn met de koers van de top. „De leiding is te technocratisch. Ze weet niet meer wat er leeft bij de basis”, zegt Peter de Pagter, AbvaKabo-secretaris van de afdeling Amstel-Kennemerland. „De bond moet een herkenbare belangenbehartiger zijn, geen zakelijke dienstverlener”, stelt Jan Willem Dieten, AbvaKabo-bestuurder voor de rijksoverheid, die zich kandidaat heeft gesteld voor het bondsvoorzitterschap. En er moet volgens hem weer energie gestoken worden in de maatschappelijke rol van de vakbond.

Volgens hoogleraar De Beer staat de vakbeweging al langer onder druk omdat de organisatiegraad verder afbrokkelt. In de jaren zestig was 40 procent van de werknemers lid van een vakbond, nu 25 procent. De Beer: „Het probleem is dat de leiding van álle bonden een vernieuwingsslag moet maken om mensen te binden. Ze moeten de traditionele activistische achterban overtuigen van een beleid dat nieuwe groepen, jonge mensen bijvoorbeeld werk en zorg willen combineren, ook bedient. Dan zegt de vuilnisman ‘Daar betaal ik niet voor’ ”.

FNV Bondgenoten denkt met de strategie van organising, die door Amerikaanse bonden met succes wordt beproefd, het ei van Columbus te hebben gevonden.

De grootste vakbond van Nederland is fors aan het investeren in uitbreiding van het aantal organisers - mensen op de werkvloer die samen met vakbondsleden gericht actievoeren voor een betere cao. AbvaKabo heeft zelfs de Amerikaanse ‘uitvinder’ van de organiser-methode op het congres uitgenodigd.

„Mij spreekt het aan”, zegt Dieten. Hij vindt het een goede manier om door systematische intensieve samenwerking tussen vakbondsleden en andere werknemers de onvrede van de werkvloer te vertalen naar actie.

Anja Jongbloed, cao-coördinator bij FNV Bondgenoten, vindt het niet gek dat in tijden van crisis leden willen weten: what’s in it for me. „Draagvlak krijg je niet alleen door in de SER te praten over de AOW, maar vooral door de werkvloer op te gaan en te praten over thema’s die dicht bij werknemers staan”. Toch wordt intern bij de vakbeweging al gewaarschuwd om niet door te slaan met het instrument van organising. „De vakbeweging loopt het risico met deze methode vooral activistische leden te krijgen. Dan slaat het middel als een boemerang terug”, zegt De Beer.

Naast actievoeren ontkomt de vakbeweging er niet aan ook de organisatie te vernieuwen. Volgens hoogleraar Wilthagen moet er een generatiewisseling binnen het FNV-bestuur worden gerealiseerd. „De vakbeweging verliest de aansluiting bij de moderne arbeidsmarkt als ze zich alleen maar focust op de harde lijn. Jongeren gaan anders met allerlei taboes om die nu gelden”.

Wilthagen signaleert wel voorzichtige eerste signalen van beweging. Zo stelde de FNV onlangs een kwaliteitszetel in de SER beschikbaar voor zelfstandigen.

Iets waar Linde Gonggrijp, voorzitter van FNV Zelfstandigen, jaren voor streed. „Door ons die zetel te geven, heeft de FNV een stap in de goede richting gezet”, vindt Gonggrijp. „De vakbeweging laat hiermee zien dat ze er is voor alle groepen op de arbeidsmarkt en niet alleen voor de werknemers uit de traditionele sectoren. De wereld verandert, en wij moeten mee”.

Ook volgens Gonggrijp is er behoefte aan een breed gedragen toekomstvisie met aandacht voor nieuwe groepen op de arbeidsmarkt. Het gevaar bestaat echter dat de vakbond blijft slingeren tussen de groep vernieuwers en de traditionalisten die alles bij het oude willen laten. „De kunst van goed bestuur is om daarbinnen toch één koers en een toekomstvisie te ontwikkelen”, zegt Gonggrijp.

Een vakbeweging met twee gezichten – een vechtbond en een praatbond – is een doodlopende weg, stelt ook Wilthagen. „Je kan niet op twee paarden gokken. Én radicale acties voeren én tegelijkertijd met werkgevers onderhandelen en in de SER aan tafel zitten waarbij gematigdheid is vereist om iets te bereiken. Kies je voor een radicale koers à la Frankrijk, een kleine activistische bond met straatacties, dan moet je uit de overlegorganen”.

Anja Jongbloed van FNV Bondgenoten beaamt dat. „We hebben een verbindende agenda nodig. Dat is lastig, maar niet onmogelijk”.