Straat zonder buren

Peter Lovenheim wilde zijn straatgenoten leren kennen. Hij vroeg of hij bij hen mocht komen logeren.

Peter Lovenheim woont in een mooie straat in Rochester, New York. Sandringham Road. Het wegdek is breed en aan weerszijden staan grote, vrijstaande huizen. Er wonen veel artsen. Hij is schrijver.

Tien jaar geleden liet Peter Lovenheim zijn hond uit, toen hij verderop televisiewagens, politie en ambulances zag staan. Hij haastte zich naar huis, zette de tv aan en zag dat een buurman zijn vrouw, en daarna zichzelf had doodgeschoten. Hun jonge kinderen waren schreeuwend het donker in gerend.

Ze heetten Bob en Renan Wills. Iedereen had ze wel eens samen zien joggen, maar niemand wist bijvoorbeeld dat Renan wilde scheiden en Bob niet.

Niet lang daarna gingen Peter Lovenheim en zijn vrouw Marie uit elkaar. Hij bleef achter in zijn grote huis, zodat de kinderen ook bij hem konden wonen. Terwijl zijn eigen eenzaamheid groeide, begon een vraag aan Lovenheim te knagen: was de schietpartij in zijn straat te voorkomen geweest als de mensen in zijn buurt elkaar beter hadden gekend?

Het jaar van de schietpartij verscheen ‘Bowling Alone’, het beroemde boek van Robert Putnam, die onderzocht hoe de sociale samenhang uit Amerika verdween. Volgens Putnam is het contact onder buurtgenoten sinds de jaren 50 met de helft afgenomen. Peter Lovenheim wilde zijn straatgenoten weer leren kennen en besloot een fantastische, vrijpostige vraag te stellen: zou hij een nachtje bij ze mogen logeren? Over het resultaat van die logeerpartijen schreef hij een boek, dat hier net is verschenen: ‘In the Neighborhood. The Search for Community on an American Street, One Sleepover at a Time.’

Lovenheim kwam op het idee in Nederland, vertelt hij aan de telefoon. Via woningruil bracht hij er twee vakanties door met zijn gezin. „We zaten in Mierlo en in Wassenaar en wat beide keren indruk op me maakte, was hoe snel we door onze buren werden verwelkomd.” Ze werden uitgenodigd voor etentjes, fietstochten, de kinderen speelden al snel met Nederlandse kinderen. Ook ontdekte Lovenheim de intimiteit van overnachten in het huis van een vreemde: je leidt meteen een beetje het leven van de bewoner. Dat wilde hij in zijn boek ook bereiken.

Mensen weigerden natuurlijk ook, bang hun privacy in handen van een schrijver te verliezen. Lovenheim sprak een reeks personen bij wie hij niet overnachtte. Zoals ‘de wandelaar’, een oude mevrouw die al veertig jaar door zijn straat wandelt, maar er niet woont. Zij heet Grace Field, wat na veertig jaar nog steeds niemand weet. Grace Field vertelt hoe ze op een dag viel en haar enkel brak, op Sandringham Road. Het moet haar daar een kwartier gekost hebben om naar haar auto te kruipen en niemand schoot te hulp.

Lovenheim zocht familie en vrienden op van het dode echtpaar, Bob en Renan Wills. Hij las alle politierapporten en reconstrueerde de dag van de schietpartij. Renan voorvoelde dat zij die dag niet naar huis kon met haar kinderen, maar ging toch. Haar vriendin, maar twintig minuten verderop, was net de stad uit. En in haar eigen straat kende ze niemand goed genoeg om bij aan te bellen.

Of neem de 81-jarige Lou Guzzetta, een luide, lieve, dominante oud-chirurg en weduwnaar, de buurman die iets te veel gin in zijn tonic doet. Lou heeft een aardige dochter, die ook maar twintig minuten verderop woont. Als Lou door rugklachten eens gewoon even niet overeind kan komen, moet hij die dochter bellen, want hij kent in zijn eigen straat niemand goed genoeg om hem gewoon even een zetje te geven. Twintig minuten blijkt dan net te lang. Als de dochter arriveert, heeft de verder volkomen gezonde Lou tot zijn schaamte in zijn broek geplast.

De enige persoon op Sandringham Road die, voordat Lovenheim zijn project begint, nog als buurman optreedt, is Ralph Pascale, de postbode. Hij helpt mensen die hun sleutel vergeten. Brengt zoekgeraakte honden thuis. Hij belt de dokter als hij vermoedt dat iemand een beroerte heeft gehad. Ralph let op huizen als de bewoners met vakantie gaan. Mensen brengen zelfs verkeerd bezorgde post niet meer naar hun buren, maar terug naar hem.

In ‘het kasteel’, het grootste huis aan Sandringham Road, bezwijkt intussen een alleenstaande moeder aan kanker en niemand weet ervan. Tot Lovenheim bij haar logeert. Als zij daarna door haar medicijnen geen auto meer mag rijden, rijden Peter Lovenheim en Lou Guzzetta haar rond. Ook andere buren beginnen voorzichtig op elkaar te letten. Zelfs de mensen die hun privacy noemden, blijken niets liever te willen.

In the Neighborhood werd een mooi, kalm, niet bepaald opwindend boek. Zo gaat dat met buren. De voortdurende zelfbevestiging, de permanente staat van vervoering van internetvrienden, die hebben ze niet te bieden. Zij zijn je buren. En soms is dat alles.