Nonnenopvoeding 4

Wetenschapspagina, 17-04-10

Professor Mathijsen veronderstelt, in de wetenschapsbijlage van 17 april, dat de nonnen waar zij schoolging waren gebonden aan bisschoppelijke voorschriften en pauselijk gezag. De bisschoppen echter hebben aan kloosterordes en congregaties weinig voor te schrijven. Reguliere geestelijken, zij die volgens een (klooster)regel leven, hebben hun eigen structuur van oversten en provincialen. Aan het pauselijk gezag zijn zij, zoals iedere rooms-katholiek, wél gebonden.Evenals Mathijsen aan haar schoolopleiding bij de Ursulinen bewaar ik goede herinneringen aan mijn kostschooltijd (zo’n vijftien jaar later) op het RK meisjespensionaat bij de zusters van OLV ter Eem in Amersfoort. Blijkbaar was Mathijsen extern maar vertelt zij de verhalen na van haar vriendinnen die intern waren. Inderdaad, wij internen, pubers van 15 jaar, vonden het heel leuk om aan externen verhalen te vertellen over hoe vreselijk streng onze kostschool was! Het “handen boven de dekens”-verhaal is zo’n broodjeaapverhaal waarnaar gretig werd geluisterd.In werkelijkheid had op onze kostschool ieder meisje een eigen chambrette. Dat was níet een bed met een gordijn eromheen, maar een echt, weliswaar piepklein, kamertje met een bed, een bureau en kast en een wastafel. Daar kon je doen wat je wilde en je kon het naar believen inrichten (met spiegels bijvoorbeeld...). Foto’s uit die tijd tonen mijn kamertje propvol prullen en tierelantijnen. Er heeft zich nog nooit een soeur (plotseling en onaangekondigd) vertoond op mijn chambrette. Dat deden ze niet, dat was privéterrein en werd gerespecteerd. Er was wel een bovenlicht boven de deur, maar die kon je verduisteren door er een poster voor te hangen. Zo hoefde ik niet de hele nacht met een zaklamp onder de dekens mijn boeken te lezen maar kon ik dat gewoon met een lampje naast mijn bed. De religieuzen op ‘Ter Eem’ waren niet allemaal zo intellectueel als op Mathijsens school. Inderdaad, sommigen waren lerares of rectrix (een lerares Frans nam ons zelfs mee naar Parijs!) maar een ander schrobde de eindeloze gangen en weer een ander volgde de Moedermavo. Als rolmodel had ik ze ook niet echt nodig, er waren in mijn familie genoeg tantes die carrière maakten en de wereldzeeën bevoeren. Het verlangen dat Mathijsen had om met uitgerekend nonnen over seks te spreken had ik niet, met nonnen trouwens evenmin als met andere volwassenen. Alleen met vriendinnen had je het over jongens – of over die onbereikbare Franse zanger.

Liduine Reuser

Amsterdam