NOC*NSF?

IOC-lid Anton Geesink riep deze week het bestuur van NOC*NSF opnieuw op af te treden. Veel sportbonden vinden dat de sportkoepel niet optimaal functioneert. Wordt het tijd voor een grote schoonmaak?

Anton Geesink, olympisch judokampioen en IOC-lid: „Ik heb in een brief van de sportbonden gelezen dat zij niet tevreden zijn met de ontwikkelingen binnen NOC*NSF. Daarom heb ik als IOC-lid ook mijn mond open gedaan. Ik attendeer de sportkoepel er al jaren op dat het allemaal moderner moet worden, maar dat gebeurt niet. Iedereen is zo verschrikkelijk blij met de nieuwe voorzitter André Bolhuis, maar dat gaat een ramp worden. Hij moet namelijk beginnen met een bestuur dat bij voorbaat tegen verandering is. Hij zal dus niets kunnen wijzigen. Daarom moet het hele bestuur vertrekken en moet er een externe commissie komen die onderzoekt op welke gebieden NOC*NSF een nieuwe weg moet inslaan. Wat mij betreft moet bijna alles worden veranderd.”

Pieter van den Hoogenband, olympisch zwemkampioen: „Ik houd van duidelijkheid en transparantie. Het is belangrijk te weten wie welke rol speelt en wie waarvoor verantwoordelijk is, maar vooral wie de regie voert. Een model van pappen en nat houden werkt niet. Het is niet fair alle fouten aan NOC*NSF toe te schrijven, de bonden moeten ook in de spiegel kijken. Hun kracht ligt bij breedte- en verenigingssport. In topsport zijn bonden minder goed, laat dat aan NOC*NSF over. Sporters zijn niet gebaat bij ruzie en versnipperde aandacht. Ik heb vertrouwen in Bolhuis, die ik bij de Spelen in 1996 heb meegemaakt als chef de mission. In die tijd zijn voor de topsporters met minimale middelen gigantische stappen gemaakt. Dat is nu niet meer het geval. Het zou mooi zijn als bestuurders bij zowel bonden als NOC*NSF inzien dat er op het gebied van topsport kansen liggen. Daarvoor moeten ego’s worden geparkeerd om een groter belang te steunen. Ik zeg met oud-chef de mission Charles van Commenée na: ‘We winnen tegenwoordig de tafelwijnen, niet meer de champagnes.’ Ik wil de bonden en NOC*NSF oproepen de uitdaging aan te gaan Nederland, zowel bestuurlijk als sportief, naar een hoger plan te tillen. Daarvoor moeten mensen met visie opstaan.”

Joop Alberda, voormalig technisch directeur NOC*NSF en oud-volleybalcoach: „Nadat ik in 2005 ben weggegaan, heb ik nog via het volleybal het één en ander te maken gehad met NOC*NSF. Ik ben altijd prima geholpen, maar ik had door mijn oude functie een uniek netwerk. De grote schoonmaak is al aan de gang. Voormalig directeur Sport Marcel Sturkenboom en voormalig technisch directeur Charles van Commenée zijn weg, voorzitter Erica Terpstra gaat weg, evenals algemeen directeur Theo Fledderus. Het zou raar zijn als alle nieuwe mensen ook gelijk weg moeten. Wanneer men het heeft over grote schoonmaak, bedoelen ze dat ze ontevreden zijn. De bonden moeten eerst analyseren wat ontbreekt en wat beter kan. En dat moeten zij communiceren.”

Renske Leijten, Tweede Kamerlid SP, belast met Sport: „Ik word er niet vrolijk van dat de bonden en NOC*NSF zo ontzettend veel mot met elkaar hebben. De sport heeft veel geld nodig, mede omdat de Spelen naar Nederland gehaald moeten worden, maar aan de andere kant gaan de sportkoepel en de bonden rollebollend over straat. Ik vind dat de sportbonden zelf actie moeten ondernemen, en goede bestuurders moeten kritiek ook ter harte nemen. De problemen moeten in elk geval snel worden opgelost.”

Arie Koops, directeur Sport schaatsbond (KNSB): „Nieuwe mensen moeten de gelegenheid krijgen op verschillende terreinen veranderingen aan te brengen. De bonden moeten kenbaar maken wat ze verwachten van NOC*NSF. Ik vind het belangrijk dat de sportkoepel niet alles centraal wil regelen. Dat wat moet centraal regelen, maar dat wat kan decentraal regelen. Financiële zaken moeten wat mij betreft zoveel mogelijk door de bonden zelf worden geregeld. De sportkoepel moet bijvoorbeeld niet willen bepalen of een trainer een contract heeft voor 38 of 42 uur.”