Morrelen aan de taalgrens in Kraainem

In België lopen de emoties steevast hoog op als het over het enige tweetalige kiesdistrict gaat. Vorige week viel het kabinet er-over. „Wat een arrogantie”, zeggen beide kampen.

Er hangt een Belgische vlag uit het raam van Lisette Porta in Kraainem. „Omdat ik Belg ben”, zegt de oude vrouw in het Frans. „En omdat ik wil dat België blijft bestaan.”

Vanaf de Wetstraat in Brussel, het politieke centrum van het land, ben je binnen twintig minuten in de gemeente Kraainem. Maar het is een andere wereld – groen en welvarend. Van spanningen tussen Vlamingen en Franstaligen is niets te merken. Die zijn er ook niet, zegt iedereen die je het vraagt. Mensen drinken gewoon een glas wijn met de buren, ook als ze een andere taal spreken.

Maar in de politiek lopen de emoties hoog op als het gaat over Kraainem, een van de gemeenten in het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. Kraainem ligt in Vlaanderen, al zijn de meeste inwoners Franstalig. Ook de burgemeester is Franstalig. De Vlaamse regering weigert al jaren hem te benoemen. Hij heeft brieven voor verkiezingen in het Frans verstuurd en dat mag niet, zeggen Vlaamse politici.

„Maar tachtig procent van de mensen heeft voor de burgemeester gestemd”, zegt Lisette Porta. „Dat is toch geen democratie?”

Er staan vier politieagenten bij de ingang van het gemeentehuis als de gemeenteraad deze week vergadert. Dat is standaardprocedure: er komen soms Vlaams-nationalisten die de vergadering verstoren met ludieke acties. Aan één kant van de zaal zitten de vijf Vlaamse raadsleden. Aan de andere kant de achttien Franstaligen. Ze moeten tijdens de vergadering Nederlands spreken, iets wat ze niet allemaal kunnen.

Een subsidieverzoek voor een ontwikkelingsproject in India komt ter sprake.

„We hebben geen bezwaar”, zegt een Vlaams raadslid. „Maar de aanvraag is in het Frans geschreven. Dat moet op z’n minst óók in het Nederlands.”

„Dit zijn studenten van Kraainem”, zegt een Franstalige wethouder. Maar na enig aandringen belooft ze de brief te laten vertalen door ambtenaren.

Het raadslid: „Is het te veel gevraagd van die studenten dat zelf te doen? U gaat hier in tegen artikel 30 van de grondwet. Als dit gebeurt dan zullen we ons tot de provincie wenden.”

Een ander Vlaams raadslid: „Wat een arrogantie.”

De wethouder: „Ja, jullie zijn niet arrogant.”

Aan het einde van de vergadering komt het opnieuw tot een uitbarsting als een Franstalig raadslid een motie indient waarin de regering wordt gevraagd Kraainem bij de tweetalige hoofdstad Brussel te voegen. De Vlamingen staan demonstratief op en verlaten de zaal. De Franstaligen nemen de motie met applaus aan.

Na afloop staan ze op de stoep gemoedelijk met elkaar na te praten. Er waren deze keer twee televisiecamera’s bij, klinkt het vergoelijkend, vandaar de show.

Burgemeester Arnold d’Oreye de Lantremange wijst op een busje van de Franstalige omroep RTBF. „De B staat voor Belge. Maar de VRT is Vlaams.” Vroeger, zegt hij, moest je als verkozene trouw zweren aan de Belgische koning en aan de grondwet. „De Vlaamse overheid heeft daarvan gemaakt: ik zal mijn best doen. Ziet u het verschil in mentaliteit?”

De volgende dag wil Dominique Houtart (75), ex-bankier en een van de Franstalige raadsleden, graag praten over die verschillen. Maar eerst vertelt hij kort over zijn familie. Zijn overgrootvader was een industrieel uit Charleroi. In de hal van zijn villa hangt een schilderij van een oom: die was provinciegouverneur. Ernaast staat een buste van zijn opa Henri Carton de Wiart, oud-premier van België. Zelf heeft Dominique een adellijke titel. „Maar ik gebruik hem niet.”

Tijdens een autorit wijst hij op een stuk groen. „Dat is van mijn familie sinds 1800. De Vlamingen moeten dus niet zeggen dat we hier nieuw zijn.”

In 1962 werd de taalgrens vastgelegd. Brussel-Halle-Vilvoorde is het enige kiesdistrict dat zich uitstrekt over twee taalgebieden: de tweetalige hoofdstad en 35 Vlaamse randgemeenten. Franstaligen in deze randgemeenten kunnen daardoor bij verkiezingen op de Brusselse kopstukken van Franstalige partijen stemmen. Vlaamse politici zeggen dat de randgemeenten daardoor ‘verfransen’. De regering is er over gevallen.

Kraainem is een bijzondere gemeente in een bijzonder gebied: Franstaligen hebben er iets meer rechten – ‘faciliteiten’ – dan in gewone Vlaamse gemeenten. Maar Vlaamse politici morrelen daar aan, zegt Houtart. Grignotage noemt hij het, geknabbel. „Het zijn net eekhoorntjes.”

„Eerst hoefde je maar één keer te vragen of je je belastingaangifte in het Frans kon krijgen. Nu moet je dat elk jaar opnieuw doen. Verenigingen kunnen hier miljoenen subsidie krijgen van de Vlaamse overheid, mits ze hun Vlaamse karakter benadrukken. Franstalige verenigingen kunnen alleen subsidie krijgen van de gemeente. We mogen hier een Franstalige school hebben. Maar nu wil de Vlaamse overheid die inspecteren. Voor mij is het simpel: waarom geen referendum over de vraag waar Kraainem bij moet horen? Maar de Vlamingen hebben in de grondwet laten vastleggen dat referenda over taalproblemen niet mogen.”

Aan het einde van de rit valt een detail op. De palen van stoplichten in Kraainem zijn rood-wit gestreept, zoals in Brussel. Elders in Vlaanderen zijn ze zwart met geel. Officieel omdat dat beter is voor de zichtbaarheid. Maar zwart en geel zijn ook de kleuren van de Vlaamse vlag. Dominique Houtart lacht. „Een Vlaams gemeenteraadslid heeft daar al vragen over gesteld.”