Meegluren met nestkastwebcams

Dag en nacht in nestkasten gluren van Nederlandse broedvogels via de webcam. Een nieuwe hobby voor velen, dankzij de Vogelbescherming.

Het leven van vogels is van oudsher omgeven met raadsels.

Hoe vinden in het najaar de trekvogels hun weg over vele duizenden kilometers vanuit ons land naar Afrika en nog verder? Wanneer weet een boerenzwaluw die overwintert ten zuiden van de Sahara dat in Nederland de lente aanbreekt? Nog een vogelraadsel: wat gebeurt er in een nest? Heeft een vogelechtpaar weleens ruzie? Zit het vrouwtje de hele tijd op de eieren te broeden of doet het mannetje ook mee?

Nu ik dit schrijf, op een vroege ochtend rond zes uur midden in Amsterdam, heb ik binnen een paar tellen de slaap- en kinderkamers kunnen bekijken van de torenvalk, oehoe, koolmees, ooievaar, boerenzwaluw en boomklever. De vogels broeden, slapen. Zojuist, om 6.25 uur, poetste de steenuil haar veren. In het nest van de boerenzwaluw is het donker.

Sinds Vogelbescherming Nederland in 2007 begonnen is webcams te plaatsen bij zes vogelparen volgen elk broedseizoen meer dan een paar honderdduizend belangstellenden het intieme leven van de vogels. Bovendien chatten ze met elkaar op het forum, geven ze elkaar tips in de trant van „Nu komt het ei uit” en „Kijk, de jonge slechtvalk slaat voor het eerst zijn vleugels uit”. Er ontstaan clubs die dag en nacht het paartje steenuil of torenvalk bijhouden. Dat allemaal is te zien op www.beleefdelente.nl.

Voor vogelaars van vroeger was het bestuderen van nesten een heikele onderneming. In draagbare hutten slopen ze dichterbij. Of ze posteren in het holst van de nacht met een verrekijker niet ver van de broedplek, camouflagekleding aan, om in het vroege ochtendlicht de eerste verrichtingen van jongen en ouders te aanschouwen.

Volgens woordvoerder Hans Peeters van Vogelbescherming is de locatie van de webcams volkomen geheim. Toch wil hij wel een tipje van de sluier oplichten. Alle cams staan op particulier terrein behalve die van de oehoe, die magische nachtroofvogel met zijn grootse spanwijdte en barnsteenachtig fonkelende ogen: dit nest in een steenrichel ligt ergens in een gebied van Staatsbosbeheer. Steenuil en torenvalk zijn op één locatie, namelijk een oude varkenshouderij in het oosten van het land. Peeters: „De ooievaar is te bewonderen langs een fietspad in Gorssel en de koolmees staat gewoon in de tuin van Vogelbescherming in Zeist.” Het is voor het eerst dat Vogelbescherming enig inzicht geeft in de geheime locaties.

Gezien de bezoekersaantallen zijn de webcams verslavend. Maar er is meer. Dankzij de registratie van het vogelgedrag komen we er veel over te weten, bijvoorbeeld wat het belangrijkste voedsel van de oehoe is (niet de rat maar de muis en andere vogels) of hoe ouders de zorg voor de jongen verdelen. Ook in een ander opzicht heeft het digitale tijdperk de ornithologie veel geleerd.

Vogels worden tegenwoordig van een zender voorzien om hun trekbewegingen te volgen. Hierdoor ontdekten kenners dat vogels op hun route naar het zuiden niet altijd de kortste oversteek maken bij Gibraltar. De visarend bijvoorbeeld vliegt lijnrecht over de volle breedte van de Middellandse Zee.

Toch moeten we niet denken dat de ornithologen van het eerste uur over geringe kennis beschikten.

Voor twee boeken die ik maakte, De valk over de slechtvalk en de gids Vogels kijken, heb ik honderden, vaak eeuwenoude teksten over vogels bestudeerd. Telkens weer stond ik verbaasd over de kunde van de ornithologen van weleer. Zonder webcam en met nog geen idee van de toekomstige digitale wereld is hun ornithologische studie zonder meer indrukwekkend te noemen.