'Is dat dan niet verschrikkelijk?', vraag ik

Toekomstige Russische diplomaten zien in Stalin nog altijd een groot leider, die Rusland op de kaart heeft gezet. Confrontatie bij de Nederlandse gezant.

Goudgalonnen tressen schitteren op de uniformen van de militair attachés uit de hele wereld als in een Moskous museum het Wilhelmus wordt gezongen. De receptie van de Nederlandse ambassadeur ter ere van Koninginnedag is in volle gang. Behalve diplomaten en vertegenwoordigers van het vaderlandse bedrijfsleven, die de gouden eieren in de Russische velden weer zien schitteren, zijn er ook Moskouse studenten Nederlands uitgenodigd. Zij verbazen je altijd met hun opvattingen en confronteren je ermee dat je als niet-Rus toch echt uit een andere wereld komt.

Als hun docent Petra Couvée Slava en Nastja aan me voorstelt, twee 20-jarige studenten aan de staatsuniversiteit voor internationale betrekkingen, zeg maar de diplomatenschool, en hun vertelt dat ik ook een weblog over Rusland bijhoud, willen ze weten waarover ik dan schrijf. „Over Katyn bijvoorbeeld”, zeg ik, doelend op het uitroeien van 22.000 Poolse officieren en intellectuelen op gezag van Stalin in 1940. Petra schrikt. „Ik heb vorige week nog met ze gediscussieerd over Katyn”, fluistert ze me toe. „Ze vonden die Polen maar niets. Dat zijn volgens hen maar Europeanen en katholieken.”

Verbaasd besluit ik Slava en Nastja eens uit te horen over hun opvattingen over Stalin. „Wat vinden jullie eigenlijk van hem?”, vraag ik beleefd.

„Stalin heeft ons land veranderd van een arme boerensamenleving in een industriestaat”, antwoordt Slava. „Ook heeft hij ervoor gezorgd dat de Sovjet-Unie door de hele wereld werd gerespecteerd.”

Als ik het eerste beaam en mijn twijfels uit over het laatste, wordt Slava zenuwachtig. „Maar die industriestaat is toch vooral te danken aan de miljoenen gratis dwangarbeiders uit de Goelag, van wie er evenzoveel zijn bezweken?” vraag ik nu.

„Stalin was een efficiënte leider”, riposteert Slava streng. „Om bepaalde resultaten te bereiken moet je als land nu eenmaal offers brengen.”

„En al die vijftien miljoen onschuldige Sovjetburgers dan die onder Stalin zijn geëxecuteerd en in concentratiekampen of tijdens de collectivisatie van de landbouw zijn omgekomen?”, vraag ik, verbijsterd over zijn genadeloosheid. „Is dat dan niet verschrikkelijk?”

„In de eerste plaats zijn het er veel minder”, zegt Slava belerend. „Natuurlijk zijn er fouten gemaakt. Maar een groot deel van de slachtoffers was wel degelijk schuldig.”

„Waaraan dan?” wil ik vragen. Maar ik zwijg, want mijn vertrouwen in de Russische jeugd als hoeder van het moderne Rusland wankelt ineens. Na een glas champagne komen gelukkig de cijfers uit Robert Conquests studie The Great Terror in mijn geheugen boven en ik vervolg mijn repliek. Slava wordt steeds zenuwachtiger, ook al knikt de lieftallige Nastja bevestigend bij alles wat hij zegt. „En nu wordt opnieuw geprobeerd ons land groot te maken”, zegt ze trots.

Als de toekomstige diplomaten beleefd afscheid van me hebben genomen, komt een Nederlandse diplomaat bij me staan. „Dat Stalinbeeld wordt er top-down bij ze ingeramd”, zegt hij als ik hem over Slava vertel. „Het gaat nog zeker generaties duren voordat ze een normaal beeld over die tijd hebben.”

Tegen middernacht neem ik een taxi naar huis. Een onverstandig besluit, want de hele binnenstad is afgesloten voor de repetitie van de grote overwinningsparade op 9 mei op het Rode Plein. Als we bij de Tuinring op de zoveelste wegblokkade stuiten, stap ik uit en loop ik naar de metro. Op dat moment komt in de verte het circus van de geschiedenis aanzetten: tanks, pantserwagens, voertuigen met kernraketten, de rode vlag op de motorkap. Het lijken er veel meer dan in de afgelopen jaren.

In vitrines langs de weg hangen vrolijke posters van jongens en meisjes die de overwinning vieren. ‘Wil je oorlogsliederen downloaden op je mobiele telefoon, bel dan ....’, lees ik. Het verleden leeft in Rusland, veel sterker dan in het Westen. Het is bewonderenswaardig. Maar tegelijkertijd ben ik geschrokken dat sommige jonge Russen dat verleden nog altijd in een bepaalde kleur zien, waarbij moord als middel om je doel te bereiken wordt goedgepraat.