Iets met de oorlog doen is fijn en verdrietig

Kunst en muziek worden ingezet om scholieren de Tweede Wereldoorlog te laten voelen. En passant krijgt het kind een kijkje in de keuken van de kunst.

Het is schemerig in het klaslokaal van groep acht op de Amsterdamse Flevoparkschool. De luxaflex hangt naar beneden en twintig kinderen luisteren met houtskool in de hand en hun ogen stijf dicht naar een droevige cello. Ze laten zich langzaam meevoeren op de klanken van de de filmmuziek van Schindler’s list. Op het papier voor hen ontstaan krullen, golven, kleine stippen.

Bijna allemaal tekenen ze ingespannen door, in zichzelf gekeerd, als de muziek verandert, in They don’t care about us van Michael Jackson en dan weer in een Afrikaans strijdlied. Eén jongetje, Reduan (12), gluurt nog even vragend en zenuwachtig lachend om zich heen. Tot Wat zou je doen van Ali B en Marco Borsato begint, dan sluit ook hij zijn ogen.

„Oh mijn god, heb ik dat gemaakt”, roept Aaliyaah (12) verbaasd als de muziek stopt en het licht aangaat. Ze kijkt naar de gekke figuurtjes op het papier. Haar buurvrouw Saartje (12) moet lachen als ze ziet wat haar handen in het donker hebben gefabriceerd: een grote krioelende houtskoolvlek.

Gelukkig hebben ze van de lesgevende kunstenaar Marie-Chantal Kramers (43) geleerd dat „alles mag, niets verkeerd is en ze daarom ook niet op hun buurman hoeven te letten”.

Aaliyaah en Saartje zijn twee van de zestien kinderen van de Flevoparkschool die vier mei zullen meelopen in de herdenkingsstoet op de Dam in Amsterdam. In totaal doen dit jaar 65 kinderen mee van vier basisscholen uit stadsdeel Zeeburg (omdat er 65 jaren zijn verstreken sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog). Het Amsterdams 4 en 5 mei comité biedt de scholen tussen de educatieve activiteiten over de oorlog dit jaar voor het eerst ook kunstprojecten aan.

„We vinden het belangrijk dat kinderen niet alleen oorlogsverhalen horen,” zegt Thijs Middeldorp van het Amsterdams 4 en 5 mei comité, „maar er ook zelf wat mee kunnen doen. Kunstenaars weten veel over wat je met verschillende materialen kan doen en bieden nieuwe creatieve invalshoeken, juist voor een belangrijk thema als de oorlog”.

De kunstprojecten zijn aangeboden en bedacht door de zogenaamde ‘bik’-ers’; kunstenaars die afgestudeerd zijn aan de eenjarige posthbo ‘bik’-opleiding. ‘Bik’ staat voor Beroepskunstenaars In de Klas. Kunstenaars leren educatieve kunstprojecten bedenken, die zij vervolgens op scholen kunnen uitvoeren. Ook kunnen ze samen met docenten, culturele instellingen of de buurt ‘community art’-projecten opzetten.

Trudie Verhoeff is studieleider van de bik-opleiding Amsterdam, benadrukt dat zij geen opleiding geeft. „Kijk, ik ben een kunstenaar en dit is het werk wat ik maak en raadt maar hoe het er in mijn atelier aan toe gaat. Het is juist belangrijk dat kunstenaars de kinderen een kijkje laten nemen in de kunstenaarskeuken, zodat de kinderen er daarna zelf wat mee kunnen doen.”

Theo van Adrichem, landelijk bik-coördinator sinds de oprichting in 2002, benadrukt wel dat kunstenaars in de bik geen kunstvakdocenten worden. Ze blijven zelfstandig kunstenaar met een eigen beroepspraktijk. „We willen dat ze vanuit hun passie blijven werken en niet vanuit onderwijskundige principes.”

De kunstenaars moeten wel iets weten van didactiek, al hebben ze geen onderwijsbevoegdheid. „De leerkracht blijft er ook altijd bij.”

Van Adrichem: „Scholen krijgen van de overheid steeds meer zelf het beheer en ook de financiën om kunstprojecten te organiseren. Ook daardoor is er dus meer vraag gekomen naar experts van buiten.”

Marie-Chantal Kramers, die de kinderen van de Flevoschool begeleidt, is schilder. Vijf jaar geleden studeerde ze af aan de bik. „Het is soms lastig, je komt in een klas die je niet kent en eigenlijk heb je niet heel veel handvaten om ermee om te gaan. Dat leer je al doende.”

Ze wist meteen dat ze iets met het oorlogsproject wilde doen. „Ik vroeg me altijd al af hoe ik zelf zou zijn in de oorlog, in zo’n primaire situatie. Op muziek reageer je ook primair. Daarom wil ik muziek gebruiken om kinderen zich in de oorlog te laten inleven. In het donker, want de kinderen moeten tekenen wat ze voelen en niet wat ze zien.”

Lisette Christis (46), de leerkracht van deze groep acht, koos Kramers muziekproject. „Ik ga met ze naar het Anne Frank Huis, maar dit voegt iets toe. Ik ben niet zo muzikaal, maar deze klas wel, die heeft er behoefte aan. En zo’n project bevestigt wat ik ze altijd al wil leren; dat ze zich allemaal mogen uiten en dat daar verschillende manieren voor zijn.”

Kramers was blij verrast met de reacties van de klas. Ze deed het muziekproject voor het eerst met kinderen. „Ik dacht dat ze wat muziek betreft alleen met MTV bezig waren. Maar er hangt een magische sfeer in deze klas. Elk kind durft volledig zichzelf te zijn, ook met ogen dicht, dat is bijzonder. Volwassenen zitten veel vaster in hun hoofd.”

Susan van 12 heeft geleerd dat het „fijn en verdrietig tegelijk is om met gevoel bezig te zijn over de oorlog”. Doen andere lessen niets met haar gevoel? Ze denkt even na. „Ja, de geschiedenisles, maar bij deze muziekles hoef je gevoel tenminste niet te lezen”.

Tijdens de tweede projectdag worden de tekeningen ingekleurd met ecoline en door de hele school opgehangen. „Welke kleuren horen jullie in deze muziek”, vraagt Marie-Chantal Kramers als ze de droevige Schindler’s List-muziek weer aanzet. Mouad van 12, het stoere jongetje uit de klas, hoort meteen wat de kleuren van de oorlog zijn: „Ik hoor blauw van tranen en rood van een gebroken hart.”

Meer informatie over de ‘bik’ op kunstenaarsindeklas.nl