Google als laatste kans om mee te doen

Google wil supersnel internet gaan aanbieden en zoekt een testplek. Steden die wanhopig op zoek zijn naar economische groei sparen geen moeite om het internetbedrijf te trekken.

Toen inwoners van Topeka burgemeester Bill Bunton om zijn steun verzochten in de hoop Google te lokken, moest Bunton toegeven wat hij van het bedrijf wist. Weinig. De 80-jarige heeft wel een computer, maar laat zijn ambtenaren er zijn werk op doen. En als hij iets wil weten „bel ik toch gewoon iemand”.

Maar nu Bunton meer over Google en een potentieel baanbrekend internetproject van het bedrijf weet „ben ik fan geworden”. Sterker nog: „Ik moest zelf ook maar eens zo’n Google aanschaffen.”

Bunton is niet zomaar een burgemeester van een middelgrote Amerikaanse gemeente in de staat Kansas, midden in het land. Hij is de burgemeester van Topeka, de stad die zijn naam een maand lang officieel veranderde in Google. De gemeenteraad keurde het goed, de website werd aangepast, oorspronkelijke aanduidingen op briefpapier doorgestreept en scholen volgden het voorbeeld.

Het was allemaal een poging om het invloedrijke internetbedrijf te behagen en Topeka uit te kiezen als testplek voor een Google-experiment met supersnel internet.

Google kon het wel waarderen en afgelopen 1 april werd het beroemde bedrijfslogo plots vervangen door het woord ‘Topeka’. Google’s bestuursvoorzitter Eric Schmidt lichtte op het bedrijfsblog de eigen „officiële naamsverandering” toe door de overeenkomsten tussen Google en Topeka te benadrukken. Het woord Topeka werd door Indianen gebruikt voor ‘het zoeken naar aardappelen’, schreef hij, en „wij denken dat onze website een van de beste plekken is om naar informatie te zoeken”.

Op het eerste gezicht volgt de ene grap de andere misschien op, maar de economische realiteit is keihard. Amerika loopt achter met breedbandinternet. En voor steden is na jaren van crisis niets te gek om investeringen aan te trekken, zeker van Google, de bedrijfslieveling van de Verenigde Staten.

De eerste investering van Google moet volgens het bedrijf zelf honderden miljoenen dollars bedragen. De meerwaarde van door Google uitverkoren te worden is echter niet alleen in geld uit te drukken, denkt Jared Starkey. Hij is internetondernemer en sinds kort een lokale grootheid. Als aanjager van de verder losjes en via internet georganiseerde organisatie Think Big Topeka wist hij „de tot voor kort eeuwige pessimistische burgers hier” tot alomtegenwoordig optimisme te verleiden. Duizend inwoners werden ondervraagd: 96,5 procent was voor de komst van Google. Zelfs de Kamer van Koophandel is enthousiast. Dat is opvallend want telecombedrijven AT&T en Cox Communications zijn lokaal sterke spelers – en Google is hun potentiële concurrent.

Het sneeuwbaleffect van dit project bevestigt Google’s economische en maatschappelijke macht. Het plan – Google Fiber geheten – werd nog geen twee maanden geleden aangekondigd en inmiddels hebben 195.000 Amerikanen hun stad genomineerd en stelden 1.100 gemeentelijke overheden zich officieel kandidaat.

Dat ging wel à la Google: enerzijds moesten de steden 26 pagina’s aan vragen beantwoorden en voorheen geheime cijfers verstrekken over technische voorzieningen zoals „hoeveel mijl aan glasvezelkabel ligt er al onder de grond?” Anderzijds moesten de kandidaten hard maken dat de lokale bevolking het experiment zou steunen.

Het gevolg: overal in het land wordt gestunt om Google binnen te halen. Youtube staat vol met filmpjes van gemeenten om zichzelf aan te prijzen. Burgers komen bijeen om in formatie het woord ‘google’ te vormen terwijl een helikopter dat vastlegt. Ambtenaren doen dansjes. Senatoren en Hollywoodsterren zijn ingeschakeld. Een vliegtuig vloog met spandoek over het Google-hoofdkantoor om een gemeente drieduizend kilometer verderop aan te prijzen. Bij sportwedstrijden worden trucs uitgehaald met plots zichtbare Google-T-shirts. Anderen branden simpelweg kaarsen voor de komst van het bedrijf.

Topeka trok met de vier weken durende naamsverandering de meeste aandacht. De stad van 123.000 inwoners, ooit verkozen tot saaiste plek van het land, beschouwt de mogelijke uitverkiezing als een cruciaal belang.

Google stelt zich echter terughoudend op en zegt niet meer dan het noodzakelijke. Zo heeft Topeka slechts twee keer van het bedrijf gehoord. Google verwittigde de stad van de komende 1-aprilgrap en stuurde een zakelijke ontvangstbevestiging van de officiële kandidaatstelling – per mail, uiteraard.

Wellicht daarom werd de komst van een Nederlandse journalist opgevat als een teken: dat móest wel een Googlespion zijn. Ondanks herhaalde ontkenningen dringen telkens andere Topekans zich op. Ze hebben wisseldiensten gemaakt om de bezoeker van frisse en gepassioneerde gezichten te voorzien. Dit is de farmers market, kijk eens naar dat mooie verse bisonvlees. Dit is het Capitool, want Topeka is ondanks het ingeslapen imago wel de hoofdstad van de staat. Dit is de middelbare school, bij de bouw de duurste school van bijna het hele land. Dit is de bibliotheek, wij houden van informatie.

Toch hebben Topekans ook een waslijst van wat er aan hun stad scheelt. Er is het extreme kerkgenootschap dat bij begrafenissen van willekeurige gevallen soldaten borden ophoudt dat god tegen homo’s is. En er is, belangrijker dan al het andere, het probleem van de gaten in de weg. Een inwoner van Topeka windt zich niet snel op. Behalve als het om wegonderhoud gaat.

Waarom zou een gemeente die niet in staat is de fysieke infrastructuur te onderhouden, wel een snel internetnetwerk kunnen aanleggen? Mark Biswell, hoofd internet bij de gemeente, valt zijn eigen mensen eenvoudig af ten faveure van Google. „De overheid blijft straks mooi op afstand”, zegt hij. „Wij zullen Google assisteren waar we kunnen, maar het is duidelijk dat zij de uitvoerende kant voor hun rekening nemen.” Ondernemingen kunnen dat ook beter, zegt de ambtenaar.

Het werd tijd dat het bedrijfsleven Amerika weer eens ging helpen, volgens Biswell. „Internet is een Amerikaanse uitvinding, maar we lopen inmiddels hopeloos achter. Google is onze laatste kans. Alleen met dit soort experimenten kunnen we internationaal weer meedoen.”

M.m.v. Liza Jansen

Bekijk Google’s stuntvideo’s via nrc.nl/economie