Expositie over zelf mythes scheppen in de geest van Alÿs

Tentoonstelling: I’m not here. An exhibition without Francis Alÿs. T/m 6/6 De Appel Jongensschool, Amsterdam. Inl: deappel.nl ***

Francis Alÿs is op dit moment God in de kunstwereld. De Belgisch-Mexicaanse kunstenaar is niet alleen alomtegenwoordig, Alÿs gebruikt ook dezelfde technieken om aandacht te trekken: welbewuste afwezigheid, suggestie en het verrichten van handelingen met een hoge mythische potentie. Zo duwde hij al in 1997 een enorm blok ijs over de stoep van Mexico City net zolang tot het was gesmolten en verplaatste hij in 2002, samen met vijfhonderd vrijwilligers, een compleet Peruaans duin zo’n tien centimeter.

Het is dan ook niet vreemd dat de zes jonge curatoren die dit jaar het Appel Curatorial Programme hebben doorlopen, door Alÿs zijn geprikkeld en zich tot hem willen verhouden. Daar hebben ze een even simpele als doeltreffende manier voor gevonden: in hun tentoonstelling tonen ze werken die dezelfde technieken gebruiken als Alÿs, zonder een werk van hem zelf op te nemen. Daardoor is Alÿs natuurlijk nog veel nadrukkelijker aanwezig dan hij ooit in het echt zou kunnen zijn. Zijn geest waart zwaar door de oude jongensschool.

Dat is ook meteen het zwakste punt van de tentoonstelling: door Alÿs zo zwaar als uitgangspunt te nemen, lijkt het of de betrokken kunstenaars (twaalf in getal) zich op dezelfde manier tot Alÿs verhouden als de curatoren. Dat is nogal overdreven: ze zijn hoogstens bezig met dezelfde onderwerpen en thema’s. En die thema’s zijn bepaald niet door Alÿs uitgevonden, zoals fijntjes duidelijk wordt gemaakt door Grier Edmundson die drie schilderijen laat zien, gebaseerd op de beroemde foto van Bas Jan Ader die wegvaart in zijn bootje. Van die tocht keerde Ader nooit meer terug en daardoor bereikte hij een mythische status die zelfs Alÿs niet snel zal evenaren. Die lijn, die traditie van het ‘scheppen van mythes’ had door de curatoren wel iets verder mogen worden uitgediept.

Dat neemt echter niet weg dat I’m not here (de titel verwijst naar de film van Todd Haynes over Bob Dylan) wel een prikkelende tentoonstelling is. Dat komt vooral doordat je als toeschouwer voortdurend wordt gevraagd je tot de werken te verhouden: in hoeverre wil ik meegaan in het verhaal of geloven in de minimale suggesties van de kunstenaar?

Soms, bij de zogenaamd terloops neergezette koffers van André Guedes of het straalkacheltje dat Luisa Cunha buiten op het plein laat branden, haak je snel af. En soms werkt het. De oude, herontdekte rot Gustav Metzger exposeert bijvoorbeeld een grote staande foto, volgens de tekst van een brandweerman met kind achter een betonnen muur, wat onverwacht goed werkt. Iets soortgelijks geldt voor Wilfredo Prieto: die toont een cirkel van miljoenen nepdiamanten waartussen één echte ligt – en je gaat toch op zoek.

Het beste werk van de expositie is van Mounira Al Solh, van wie een humoristisch filmpje wordt getoond over het feit dat ze uit Libanon afkomstig is, maar geen idee heeft wat ze over de oorlog moet zeggen. Daarmee raakt ze als enige aan de geëngageerde kant van Alÿs en behoedt ze de expositie voor het vastlopen in vrijblijvende conceptuele suggestie.

Dat is het aardige aan I’m not here: het geheel balanceert tussen provocatie en niksigheid, tussen de beelden die je ziet en beelden die je in je hoofd moet opbouwen. En God zag dat het goed was.