Expogeopolitiek

Geen misverstand mogelijk: de Wereldtentoonstelling in Shanghai plaatst China in het centrum van de wereld – waar het in Chinese ogen al sinds eeuwen ligt. Geopend vanaf 1 mei: ‘Hier afwezig zijn zou Peking niet begrijpen.’

Op de 100ste verdieping van het hoogste Observatorium ter wereld, het Shanghai World Financial Center, raakt iedere bezoeker onder de indruk van het panorama van glas, beton, staal en Chinese dynamiek. Dat is ook de bedoeling.

Stroomopwaarts, aan weerszijden van de bruingroene Huangpu, glinstert de Wereldtentoonstelling 2010 in de zon. Met daaromheen het in amper vijftien jaar uitgebreide en herbouwde Shanghai met 23 miljoen inwoners.

„Dit is het Chinese kapitalisme”, zegt Shen Dingli, directeur van het Instituut voor Internationale Zaken van de Fudan Universiteit. „We zien hier hoe de Communistische Partij van China zichzelf in stand houdt en, tegen alle verwachtingen in de ondergang van het communisme in Europa heeft overleefd dankzij de economische groei. Alle landen die aanwezig zijn op de Wereldexpo geven China status en steunen daarmee de partij. Dat is wat je hardcore expopolitiek kunt noemen.”

Van ver is de Wereldtentoonstelling herkenbaar aan het Chinese Paviljoen, een 69 meter hoge toren met daarop een kroon in de vorm van een oriëntaalse hoed. Het traditionele ontwerp in karmozijn contrasteert met de futuristische constructies en materialen van de andere paviljoens.

Met dezelfde rode tint is ook het keizerlijk paleis in Peking beschilderd. Het verwijst naar de 5000 jaar oude cultuur van China en het ‘Hemelse Mandaat’ waarmee keizers hun rijk bestuurden. De gedachte dat ook de Communistische Partij meent over een ‘Hemels Mandaat’ te beschikken, laat zich niet onderdrukken.

Op het 30 vierkante kilometer grote terrein valt meteen op dat de geografie veel weg heeft van een antieke Chinese wereldkaart, met Zhongguo (Land van het Midden) in het centrum. Rondom het Chinese paviljoen liggen eerst de Aziatische paviljoens, daarna volgen de andere continenten.

„Het is duidelijk dat geen enkel land, regio of bedrijf met grote ambities in China wilde ontbreken”, constateert Shen Dingli lachend tijdens een wandeling over het expoterrein. Hij is ook een liefhebber van (geo)politieke symboliek.

„Alle landen van de wereld hebben begrepen wat hier op het spel staat. Wie ontbrak, zou een kans missen om de relaties met China, de regering, de bevolking en de bedrijfselites te versterken. Dit jaar is buitenlandse politiek ook expopolitiek. Hier afwezig zijn, zou Peking niet begrijpen”, zegt professor Shen.

Chinezen leggen graag een verband met de hoogtijdagen van de Ming- en de Qingdynastieën. Van de 14de tot de 20ste eeuw kwamen buitenlandse leiders hun respect betuigen aan de Chinese keizers. „De Wereldexpo is een archaïsch concept, maar toch hebben deelnemende landen enorme bedragen uitgetrokken om zich te tonen in China. Eeuwen geleden gebeurde in feite hetzelfde en kwamen de gezagsdragers met goud en andere kostbaarheden hun respect betonen”, zegt Shen bij het Engelse paviljoen dat oogt als een opgerold stekelvarken.

De Nederlandse buren steken daar tegendraads bij af. Het paviljoen Happy Street van architect John Körmerling heeft een speels karakter. Nederland heeft, behalve Happy Street, ook een eigen Dutch Cultural Center ingericht in een verbouwde wapenfabriek in het hart van de stad.

Frankrijk, Duitsland en Japan hebben grote paviljoens neergezet en laten orkesten, filmsterren, koks, voetballers en popartiesten invliegen. Denemarken heeft het 96 jaar oude beeld van de Kleine Zeemeermin naar Shanghai overgebracht. In al die paviljoens worden de komende weken bijeenkomsten gehouden van ondernemers, politici en stads- en provinciebestuurders die willen profiteren van het Chinese economische succes.

Amerikaanse regeringen mogen, zo is wettelijk vastgelegd, geen belastinggelden gebruiken om een paviljoen te bouwen, maar daarop is een list gevonden. Hillary Clinton zette de befaamde Clintonmachine in werking en binnen korte tijd hadden het grote bedrijfsleven en Jon Bon Jovi 61 miljoen dollar bij elkaar.

„Iedereen weet dat China een hoofdrolspeler in de 21ste eeuw zal zijn. Een Wereldexpo is toch een soort geopolitiek inwijdingsritueel. Wat zou het signaal zijn als wij hier niet zijn”, zei de Amerikaanse minister op een regenachtige novemberdag in 2009 toen zij in de modder de eerste steen legde van ‘haar’ paviljoen.

Voor de VS is de expo dé gelegenheid om de Sino-Amerikaanse spanningen van het laatste jaar te verzachten, zeggen diplomaten. Pikant detail: Chinese bedrijven hebben het Amerikaanse paviljoen voorgefinancierd. Kwestie van slimme ‘guanxi’: Mandarijn voor relaties smeden.

Het wemelt op het terrein van de aardige buitenlandse politieke details. Het paviljoen van de democratische Republiek China (Taiwan) bijvoorbeeld staat dichtbij de paviljoens van de Volksrepubliek China, waartoe Hongkong en Macau behoren. Hier gloort het ‘ene China met drie politieke systemen’. In de zone daarachter blijkt het Iraanse paviljoen in de buurt te liggen van het Israëlische bouwwerk. En de Palestijnse Autoriteit heeft ook – eindelijk – een eigen plek toegewezen gekregen, Het ‘Huis van Olijven’ was kort voor de opening overigens nog niet opgeleverd.

De schurkenstaten ontbreken niet, Zimbabwe heeft een hoekje behangen met posters en videoprojecties in het opvallende Afrika-paviljoen. Myanmar (Birma) is ondergebracht in het Azië-paviljoen. Deze kleinere paviljoens zijn opgezet met Chinese steun.

„We zien hier het Chinese harmoniemodel in de praktijk. De expo is bedoeld om de wereld ervan te overtuigen dat China uitsluitend vreedzame bedoelingen heeft. Dit is een manifestatie van de Chinese internationale soft power”, grijnst professor Shen.

Toch is de Wereldtentoonstelling vooral bedoeld voor Chinese consumptie. Grote groepen toeristen, vaak hele dorpen tegelijk, zijn al in Shanghai aangekomen om de werken van de leiders te bewonderen. „De leiders zorgen voor groei en welvaart in het hele land en de bevolking ziet af van politieke rechten. Dat is de expliciete deal”, meent Shen. Bij de vestigingen van Prada, Gucci of Maserati in de stad zijn zij makkelijk herkenbaar aan hun eenvoudige kleren en verbaasde blikken.

Shanghainezen, die de reputatie hebben snobistische geldwolven te zijn, klagen over de komst van „die boeren” en ergeren zich aan de campagnes tegen het roken en rochelen en het verbod de komende zomer pyjama’s op straat te dragen. Maar zij zijn intussen ook trots op de wedergeboorte van hun stad.

Langzamerhand begint het woud aan hijskranen aan de horizon uit te dunnen. De vijf miljoen bouwvakkers verlaten de stad. Achter de houten schotten is een nieuw Shanghai tevoorschijn gekomen. ‘Rotte staarten’, zoals onafgebouwde huizen en braakliggende terreinen worden genoemd, zijn afgeschermd met veelkleurig plastic. Het schitterende Volksplein en de Franse Concessie met de gerestaureerde villa’s van Franse, Hongaarse en Spaanse architecten trekken iedere dag talloze bezoekers.

Vooral de vijftig- en zestigplussers verbazen zich iedere dag opnieuw. Zij groeiden op in het Shanghai van na ‘de bevrijding’ in 1949, een stad waar de rode gardisten het fanatiekst waren en talloze politieke campagnes werden gevoerd. Hier begon ook de Culturele Revolutie en Mao Zedong wordt door ouderen nog altijd in stilte vereerd.

De renaissance van Shanghai – in de jaren dertig van de vorige eeuw het Parijs van het Oosten en ook wel de Hoer van de Oriënt genoemd – begon omstreeks 1990. Toenmalig leider Deng Xiaoping gaf de stad pas eind jaren tachtig toestemming de economie te hervormen. Het historische experiment met markthervormingen liet hij in zuid-China beginnen, op veilige afstand van de bolwerken van het communisme in Peking en Shanghai, waar hij ooit samen met Mao Zedong de revolutie had beraamd.

Het besluit om Shanghai niet van meet af aan te betrekken bij zijn ‘opendeurpolitiek’ is door Deng achteraf betreurd als een van zijn grootste fouten. Deng Xiaoping, omschreven als de laatste keizer van China, zou deze zelfkritiek vandaag ongetwijfeld hebben herhaald.

Opmerkelijk is dat de wederopbouw van Shanghai niet gepaard is gegaan met grote onrust. Uiteraard zijn er demonstraties geweest tegen het slopen van de 18.000 huizen die moesten plaatsmaken voor de Wereldtentoonstelling en andere projecten. Maar deze bewoners werden gecompenseerd en kregen nieuwe huizen. En wie daarna niet zweeg, werd krachtig gewaarschuwd, opgesloten of de stad uitgezet.

Want bij alle kosmopolitische schijn en allure is Shanghai nog altijd een „bastion van het centrale gezag”, zoals Willem van Kemenade schreef in zijn China, Hongkong, Taiwan, Inc. De Wereldexpo en de renovatie van Shanghai had zich nooit in dit krankzinnige tempo voltrokken zonder strakke regie, onuitputtelijke fondsen en een nietsontziende dadendrang.

Shanghai, geboortestad van de Chinese Communistische Partij, heeft de reputatie altijd in conflict te zijn met Peking, maar in werkelijkheid volgen de ambitieuze stadsbestuurders de hoofdstedelijke decreten nauwgezet.

Afwijkende meningen, culturele experimenten, een iets vrijere pers worden in Shanghai niet getolereerd. Een kunstenaar als Ai Wei Wei woont en werkt in Peking, New York en Kopenhagen en niet in Shanghai. Niet ver van de hotels met toeristen en de Wereldexpo zitten advocaten die het opnamen tegen het conglomeraat van de partij en de projectontwikkelaars in huisarrest. Bij hen staan op dit moment extra agenten voor de deur.

„Het gaat in Shanghai om de uitvoering van de doelen van de Communistische Partij en om geld verdienen. Politieke experimenten zijn uit den boze”, weet Shen Dingli. In dat perspectief is de Expo 2010 beslist geen begin van een ontwikkeling, maar eerder een tussenstation naar een nauwkeurig omschreven einddoel.

Shanghai moet in 2020, behalve een internationaal vervoers- en handelscentrum, ook een financieel wereldcentrum zijn. De gebouwen staan klaar, de infrastructuur is aangelegd, een replica van de Bronzen Stier op Wall Street wordt een dezer dagen op de Bund geplaatst.

„Maar de liberale software is er nog niet en die is van doorslaggevend belang voor een internationaal financieel centrum”, benadrukt Shen Dingli. Een vrije pers, onafhankelijke rechtspraak, transparante accountancy, een inwisselbare munt en vrij ondernemerschap ontbreken. Expo 2010, toch een soort economische hoogmis, is daardoor een paradoxaal evenement. Shen Dingli: „Karakteristiek Chinees zou ik zeggen.”