Expertdiscussie

Nederland is te rigide met zijn pensioenstelsel

Sweder van Wijnbergen geeft een aanzet om het toezicht van De Nederlandsche Bank en de overheid op pensioenfondsen ter discussie te stellen (Opiniepagina, 12 april). Ook de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ) heeft eerder een aantal nuttige aanbevelingen gedaan ten behoeve van de pensioenwereld.

1: Vermijd een te groot vertrouwen op marktwaardering met name voor de verplichtingen. Pensioenfondsen kenmerken zich door verplichtingen op langere termijn. De Nederlandsche Bank schrijft voor hoe die verplichtingen moeten worden gewaardeerd, de zogenoemde rentetermijnstructuur met een looptijd van zestig jaar. Elke maand wordt deze rentetermijnstructuur aangepast aan de actuele rente. Nu doet zich met de hoogte van de rentetermijnstructuur iets merkwaardigs voor: deze begint bij 1,5 procent, loopt op naar 4 in het vijftiende jaar en daalt daarna vervolgens tot 3,5 procent in het zestigste jaar. Wie een hypotheek afsluit, is gewend om meer te betalen naarmate de looptijd toeneemt, in dit geval dus niet. De consequenties zijn groot: 1 procent verschil maakt uiteindelijk 20 procent verschil in de verplichtingen van pensioenfondsen. De OESO zegt dat te veel leunen op dit soort modellen juist in tijden van grote turbulentie tot procyclisch gedrag kan leiden.

2: Moedig het vormen van buffers aan in economisch goede tijden.

3: Vermijd overregulering en handhaaf een stabiele regelomgeving. De OESO zegt dat de sponsors van pensioenfondsen, werkgevers en werknemers, stabiliteit in de regelgeving willen. De kosten moeten voorspelbaar zijn, de volatiliteit begrensd en vooral moet het gehele systeem transparant en uitlegbaar blijven. Pensioenregelingen in Nederland zijn complex en hebben alleen maar de neiging complexer te worden.

Kortom: de aanbevelingen van de OESO zijn helder, zijn in het bijzonder op de Nederlandse situatie van toepassing en moeten ter harte worden genomen.

Gerard Heeres

Vertegenwoordiger van BIAC (Business and Industry Advisory Committee in Parijs, werkgeverslobby OESO) bij de pensioencommissie van de OESO.

Maak jeugdzorg niet moeilijker

Zorg voor de jeugd moet beter. Moet deze dan maar helemaal naar de gemeenten? Nou, nee. Dat is te simpel gesteld. Toch staat dit in een aantal verkiezingsprogramma’s en ook het demissionaire kabinet is die mening toegedaan. De vraag is hoe de knelpunten in de jeugdzorg op te lossen. De visie van het kabinet draagt niet bij aan het oplossen van de knelpunten. Integendeel: ze leiden tot versnippering en inefficiency. Regelrecht zorgwekkend zijn de plannen voor de aanpak van kindermishandeling. In de kabinetsvisie zullen signalen van professionals over mogelijke kindermishandeling voortaan binnenkomen bij de Meldpunten Huiselijk Geweld. Voor nader onderzoek neemt de Raad voor de Kinderbescherming het over. En als er dan zorg moet worden geboden in het vrijwillig kader, dan moet dit weer naar één van de 500 gemeentelijke Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s). Justitiële hulp moet via een nog op te richten regionaal centrum. Juist waar snelheid geboden is, vertraagt het kabinet.

Een ander punt van zorg: in Nederland bieden ruim 50 organisaties jeugdzorg. In de visie van het kabinet worden die straks niet meer aangestuurd door 12 provincies en 3 stadsregio’s maar door 430 gemeenten. De gemeenten moeten samenwerken in 25 regio’s. Maar waarom zo ingewikkeld, als er al provincies zijn? Er ontstaat een kennisgat en een onnodige toename van de bureaucratie.

John Bos (PvdA), Tonny van de Vondervoort (PvdA) en Hans Esmeijer (CDA)

Gedeputeerden van respectievelijk Flevoland, Zuid-Holland en Gelderland.

Dit zijn delen uit langere expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.