Examenjaren voor onze republikeinse monarchie

Van tweederde van de Nederlanders mag de monarchie blijven. En toch is de toon jegens het Koninklijk Huis in vrije korte tijd verscherpt. Ook mensen met redelijk warme gevoelens jegens De Familie staan kritischer tegenover de dagelijkse praktijk van de BV Oranje. Het zijn examenjaren voor een jonge traditie in een prikkelbaar mediatijdperk.

Ze hebben er weer hard voor gewerkt gisteren, op de eerste Koninginnedag na het Apeldoorn-drama. De koningin onverstoorbaar belangstellend, met steeds weer andere bloemen, de kroonprins drijfnat enthousiast zonder paraplu, prinsen en prinsessen, bekend van jury’s en eerdere feestdagen, nijver koninklijk in hun bijrol. En publiekslieveling Máxima meedeinend met kleine Zeeuwse streetdancers.

De beveiligers en de zandzakken accentueerden de ernst van de gemoedelijkheid. Wemeldinge en Middelburg waren gisteren Nederland, dat in meerderheid vastbesloten vasthoudt aan de bijzondere band met de Oranjes op deze dag, gewoon-op-afstand. Maar dit zijn niet de mensen die gehavend en half verhongerd uit de Tweede Wereldoorlog kwamen, vereend om die symbolische koningin Wilhelmina.

Dit is een volk met deeltijdloyaliteit aan werk, school, buurt, partij, omroep en publieke zaak. De wettelijk verankerde solidariteit staat onder druk. De Staat is belangrijk als beschermer tegen te grote risico’s, Europa nog steeds vooral een reisbestemming. Gezag is horizontaal en moet steeds worden verdiend. We zoomen en zappen een prettig bestaan bij elkaar. En daarin is soms best plaats voor zo’n Moeder des Vaderlands. Als Oude Kast in ons identiteitsameublement.

Naarmate de NOS-lenzen in Zeeland natter werden, won het sprookje aan warmte. Wat dacht de PVV-stemmer terwijl de vorstin zag hoe de was vroeger door de wringer ging? Geert Wilders voelde zich aangesproken door de laatste kersttoespraak van de koningin, waarin zij waarschuwde voor verval van gemeenschapszin. De helft van de PVV- en SP-kiezers verkiest de republiek boven de monarchie, bij andere partijen is men milder.

De jongste peilingen geven daarmee niet het beeld van een volk aan de vooravond van de revolutie. Maar wie zich een paar parlementaire debatten van de afgelopen jaren herinnert weet dat de Oranjebarometer bij een groeiend deel van de volksvertegenwoordiging op ‘veranderlijk, naar storm’ staat. We hebben gezien hoe afhankelijk het koningschap dan opeens is van het grondwettelijk talent van de minister-president.

In de rommelige koningschapsdiscussie van de laatste jaren worden het staatkundig instituut en de personen voortdurend door elkaar gehaald. Als te veel nazaten van de koningin met ruzie of de schijn van zelfverrijking in het nieuws komen, wordt de monarchie zelf onderwerp van gebrom. Begrijpelijk en verwarrend. Fiscale sluiproutes passen gezagsdragers niet.

De ‘schavuit van Oranje’ heeft een wel bijzonder aards voorbeeld gesteld. Het is de vraag of het koningschap de escapades van prins Bernhard in deze eeuw nog zou overleven. Zijn veel meer gedisciplineerde dochter, koningin Beatrix, heeft altijd volgehouden dat persoonlijke populariteit eerder een gevaar dan een voordeel is. Hoewel zij uitblinkt in medeleven in tijden van rampspoed en records, heeft zij waarschijnlijk enige tientallen procenten populariteit opgeofferd om het instituut te dienen.

Nu het politieke landschap is verruwd en publieke figuren moeten surfen op de branding van de publiciteit, staat het koningschap voor een extra test. Het afgelopen jaar bewees het. De liefde voor de familie, ongekend hoog na de Koninginnedagaanslag, verdampte even snel door het gedoe rondom de luxe ontwikkelingshulp van het kroonprinselijk paar in Mozambique en het onroerendgoedplan in Argentinië. Privé, zie het gelijknamige blad, is niet privé voor publieke figuren.

De koele aandacht voor het koninklijk inkomen in tijden van economische crisis illustreerde ook hoe republikeins ons monarchisme is. Wat kost het en wat brengt het op. Weinig blinde verering. Geheel in stijl gezien de oorsprong van onze monarchie. Zo oud is het allemaal niet, en zo eeuwig waren de Oranjes ook niet aan dit stukje grond gehecht. Pas na 1945 werd de aanhankelijkheid verstevigd, kennelijk ook omdat het in de wederopbouw paste.

Beatrix kan nog één, twee of meer moeilijke formaties blijven doen, maar eens zal haar zoon het overnemen. Zonder haar vroeg gevestigde imago van ultrageorganiseerde harde werker. De koningin zou moeiteloos minister of directeur van een groot bedrijf kunnen zijn. De kroonprins heeft dat niet kunnen bewijzen. Dat vergroot de verleiding, zeker in het begin, op mediasucces te planeren. Dat is snel te winnen. En even snel te verliezen. Met alle gevaar voor het Instituut voor Binding en Begrip.

Op zulke momenten zal opnieuw de scepsis bovenkomen. Erfelijke geschiktheid, overdracht van gezag op grond van louter geboorte, het kan ook niet. Het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet verdraagt zich daar toch ook niet mee? De republiek, met gekozen gezagsdragers, is de enige rationele oplossing. Maar de republikeinen lijden onder hun eigen succes, zoals de historicus Niek van Sas heeft vastgesteld: zout in de pap, houdt de monarchie bij de les, maar tweederde vindt een president ongezellig.

Wat de kroonverlaters resteert is de schijnbaar voor de hand liggende eis dat de koning geen deel meer uitmaakt van de regering. Als Willem-Alexander de komende tijd te veel jetset en te weinig medeleven in zijn mediamix heeft, maakt zo’n beweging kans. Paradox pur sang: dan verliest onze broze parlementaire democratie een laatste onpartijdig ankerpunt.

Wilt u reageren? Email de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen.