De vage helderheid van David Cameron

De Britse Conservatieven maken voor het eerst sinds dertien jaar goede kans de verkiezingen te winnen.

Wie is hun kandidaat-premier en welke politieke koers staat hij voor?

De Britten hebben al een kijkje gehad in de keuken van de man die over een week heel goed hun premier kan zijn. Zonder gêne liet de Conservatieve leider David Cameron zich soms thuis filmen, terwijl hij borden afwaste en in gesprek was met zijn dochtertje, met op de achtergrond een rek met drogende was, of spelend met zijn jongste zoon-tje. Een tamelijk gewoon huis, zo te zien, zij het wat groter en gerieflijker dan dat van een gemiddeld jong gezin.

Als geen andere Britse politicus voor hem heeft Cameron (43) de media toegang gegeven tot zijn privéleven. Tot en met de dood vorig jaar van zijn zwaar gehandicapte oudste zoon Ivan. Zonder aarzeling deelden hij en zijn vrouw Samantha hun verdriet met het publiek. Het past bij het imago dat hij graag van zichzelf verspreidt: een gewone, hard werkende man zonder kuren, die met iedereen overweg kan. Een man ook die zich naar eigen zeggen meer thuis voelt op het platteland dan in de stad en die weinig blijk heeft gegeven van belangstelling voor het buitenland.

„Ik ben geen gecompliceerde figuur”, vertelde Cameron zijn partijgenoten vorig jaar op hun congres in Manchester. „Ik hou van dit land en waar het voor staat. Dat de staat je dienaar is, niet je meester. Gezond verstand en fatsoen. De Britse gemeenschapszin.”

Ondanks die oppervlakkige openheid blijft Cameron in veel opzichten een gesloten boek. Waarom wil hij bijvoorbeeld premier worden? Is het om idealen te verwezenlijken, of is het banaler? Wil hij gewoon de baas zijn? Hij heeft zich er in het openbaar nooit duidelijk over uitgelaten.

Zo gewoon als hij zich voordoet is Cameron intussen allerminst. Eén blik op zijn curriculum vitae bewijst dat. Hij komt – net als zijn vrouw - uit een zeer bevoorrecht milieu. Zijn vader was een succesvolle beursmakelaar en het sprak vanzelf dat hij naar de beroemde maar peperdure kostschool van Eton ging. Daarna volgde een studie politicologie en economie aan de universiteit van Oxford. Hij trad er toe tot de Bullingdon Club, een elitair drinkgenootschap dat als motto hanteerde: „Ik hou van het geluid van brekend glas”.

Via familieconnecties kreeg hij vervolgens een baantje bij het wetenschappelijk bureau van de Tories, van waar hij zich snel opwerkte tot rechterhand van minister van Financiën Norman Lamont. Ook adviseerde hij premier John Major, toen hij nog maar 25 jaar oud was. „Hij had altijd een mooie formulering, een argument en een glimlach klaar”, zei Michael Portillo, een vooraanstaand Tory, tegenover de Financial Times.

Zo leerde hij Westminster, het Britse Binnenhof, goed kennen. Maar om hogerop te komen moest hij eerst andere ervaring opdoen en een Lagerhuiszetel winnen. In 1994 begon hij bij Carlton Communications, een commercieel televisiebedrijf waarvoor hij de public relations deed. Drie jaar later dong hij mee naar een Lagerhuiszetel, maar werd hij weggevaagd door de enorme overwinningsgolf van Labour onder Tony Blair. Een man die Cameron overigens bewonderde en aan wie hij zich later vaak spiegelde. In 2001 was het wel raak in Witney, een kiesdistrict ten westen van Oxford.

Al vroeg in zijn loopbaan viel sommigen op dat Cameron niet zozeer een denker was als een doener. Dat is nog steeds zo. „Je stelt dingen aan hem voor en je hoopt dat hij die goed vindt”, vertrouwde een man die nu als beleidsadviseur voor Cameron werkt journalisten onlangs toe. „Maar je krijgt nooit het idee dat hij ook eigen ideeën heeft.”

Het verklaart ook waarom nog schimmig is waar hij heen wil met het land. Lange tijd na zijn aantreden als partijleider in december 2005 heette het, dat hij zich eerst goed wilde oriënteren alvorens met een concreet programma te komen. Ook aan de vooravond van de verkiezingen is de oogst nog betrekkelijk mager.

Enkele weken geleden kwam hij plotseling met plannen voor een ‘Big Society’. De rol van de staat moest worden teruggedrongen en de burgers moesten zelf de verantwoordelijkheid voor allerlei voorzieningen op zich nemen, zoals scholen. Hóe dat moest was onduidelijk en evenmin was helder hoe het kon worden bekostigd. Het had daardoor meer weg van een publiciteitsstunt dan een voldragen plan voor een sociale revolutie. Critici zagen er een bevestiging in dat het Cameron meer om de vorm dan de inhoud gaat.

Velen zien in Cameron eerder een pragmatische Conservatief van de oude snit. Een man die goed op de winkel past en slechts vernieuwingen doorvoert wanneer die noodzakelijk zijn. Dat hij echter niet wars is van modernisering heeft hij al bewezen.

Cameron besefte dat zijn partij flink moest worden opgeschud om voor het eerst sinds Margaret Thatcher serieus te worden genomen. De Tories moesten af van het imago van de ‘nasty party’, de nare partij die het voor welgestelden opnam en ruzie maakte over Europa. Op dat laatste punt hoort Cameron overigens tot de sceptische vleugel in de partij.

Heel bewust probeerde hij daarom de accenten te verschuiven. Zo toonde hij zich begaan met de klimaatverandering en zocht hij contact met kansarme jongeren in achterstandswijken, door critici afgedaan als „hug a hoody” (knuffel een jongen met een capuchon). En hij accepteerde – een bittere pil voor veel Tories – het door Labour geïntroduceerde homohuwelijk.

Ook was hij voor een Conservatief ongewoon enthousiast vóór de Nationale Gezondheidsdienst (NHS). Dat vloeide voort uit zijn ervaringen bij de NHS met zijn zoon Ivan, die door een neurologische aandoening verlamd was en vaak hevige epileptische aanvallen had. Het treurige lot van zijn kind en de permanente zorg die Ivan behoefde, hadden een diepe invloed op hem en zijn vrouw. Voor het eerst waren ze niet van zichzelf maar van anderen afhankelijk. Het verhoogde Camerons ontvankelijkheid voor andermans zorgen, ook op andere terreinen dan de gezondheidszorg.

Camerons leiderschap heeft inmiddels pieken en dalen gekend. In de herfst van 2007 leek premier Gordon Brown op vervroegde verkiezingen aan te koersen. De Tory-leider was daar nog niet klaar voor en hij wist die af te wenden met een indrukwekkende rede voor het Conservatieve partijcongres, geheel uit het hoofd. Het getuigde van een verbluffend zelfvertrouwen, niet ongebruikelijk bij studenten uit Eton. De Tories stegen prompt in de peilingen. En Brown zag af van verkiezingen.

Sindsdien leek Cameron voorbestemd de volgende premier te worden. Lang lag zijn partij ver voor op het uitgeputte Labour. Begin dit jaar kwam de klad er echter in. De economie trok aan en Cameron zelf toonde zich plotseling minder trefzeker. De laatste weken kreeg hij bovendien concurrentie van een andere jonge dynamische leider, de Liberaal Democraat Nick Clegg.

In de partij ontstond daardoor onrust. Maar Cameron liet zich niet van de wijs brengen en na het laatste tv-debat van donderdag, dat hij won, is die kritiek verstomd. Alles wijst erop dat Cameron en zijn gezin zich binnenkort in de keuken van 10 Downing Street kunnen laten filmen.

Britse verkiezingsgids op nrc.nl/buitenland