De tirannieke bloedzuiger

Een bek als een gemeen glurend oog, met daaronder acht flinke tanden... Er is een nieuw dier. Tyrannobdella rex is de naam. De Tirannieke Koning van de Bloedzuigers dus, en die zou graag in je neus leven. Hij werd gevonden door een jong meisje, dat in Peru ging baden in een rivier in regenwoud.

Een dokter plukte de bloedzuiger daarna uit haar neus. Hij vond het maar een rare bloedzuiger en stuurde hem op naar een kenner in Noord-Amerika. En ja hoor, een helemaal nieuwe soort. Nou ja, nieuw – oeroud is hij, maar nu pas ontdekt. Hij was er al toen een naamgenoot van hem rondliep, die andere T. rex: Tyrannosaurus rex. Dat is de nu populairste dinosaurus met zijn grote bek en kleine armpjes.

Volgens bloedzuigerkenners kan het goed zijn dat de bloedzuiger destijds al de neus van de dinosaurus op zocht. Tegenwoordig heeft de vrij grote bloedzuiger een akelige voorkeur voor de lichaamsholten van zoogdieren, en dan vooral de neus. Daar blijft hij wel weken wonen.

Zijn hele familie is niet al te populair bij andere dieren. Gewone bloedzuigers die zich aan je huid hechten, op moeilijk bereikbare plaatsen, zijn al vervelend. Maar hij komt ook nog eens uit de familie van de slijmvlies-bloedzuigers. Gek op lichaamsholten. Ahum. Dr. Zeepaard zegt het er maar tactvol bij: je oog heeft ook een slijmvlies. En bloedzuigers kunnen heel goed kruipen.

Het is allemaal niet pijnlijk hoor. Bloedzuigers verdoven je waar ze je bijten, zodat je weinig van ze merkt. Totdat ze zich vol en groot gegeten hebben. Hoe ze weten waar ze moeten zijn? Ze hebben zelf ook weer een fijne neus. Bloedzuigers doen heel veel met geuren, en deze hebben verder een goed gevoel voor mooie, vochtige en goed beschermde plekjes. Wat is de natuur toch mooi! Werkelijk overal kun je wel wat ontdekken. Frans van der Helm