De gemeenten voeren de Wmo juist goed uit

Ad Poppelaars, directeur van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland, schetst een vals beeld van decentralisaties (Opiniepagina, 16 april). Zo zouden met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) cliënten slechter af zijn, kosten stijgen, en gebruikers minder invloed hebben op beleid.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) oordeelde onlangs dat gemeenten op de goede weg zijn en de Wmo goed uitvoeren: „Cliënten hebben genoeg invloed op beleid en hun belangen worden goed behartigend.” Gemeenten vangen mensen op die door de rijksbezuinigingen op de AWBZ geen zorg meer krijgen en investeren om echt met cliënten in gesprek te gaan. Het is merkwaardig dat Poppelaars die extra uitgaven veroordeelt.

Poppelaars’ grootste misser is dat hij stelt dat gemeenten thuiszorgleveranciers hebben afgeknepen. De waarheid is dat, terwijl thuiszorgaanbieders in 2007 moord en brand schreeuwden omdat zij voor het eerst beoordeeld werden op hun prijs-kwaliteitverhouding, cliënten ondanks de negatieve beeldvorming geen noemenswaardige klachten hadden. Cliënten geven volgens het SCP de thuiszorg consequent een acht.

De gedachte dat mensen met beperkingen ’veiliger’ zijn met ‘verzekerde’ rechten via de rijks-AWBZ is een fictie. Een bewindspersoon die bezuinigt, kan die rechten zo schrappen. Decentralisatie is de enige manier om de zorg in Nederland overeind te houden. Cliëntenorganisaties zouden de belangen van hun achterban beter dienen als zij hierin vooropliepen en niet zouden vastklampen aan oude schijnzekerheden.

Sandra Korthuis

Lid directieraad Vereniging van Nederlandse Gemeenten